Draagvlak jachtverbod olifant slinkt

Op de conferentie over bedreigde diersoorten in Harare draaide alles deze week om de olifant. Een aantal Afrikaanse landen, gesteund door Japan, kreeg gedaan dat het totale embargo op de handel in ivoor uit 1989 ongedaan werd gemaakt.

ROTTERDAM, 20 JUNI. “We zien onze olifanten als vee, dat nu en dan geslacht moet worden. De olifant is een moeilijk dier om mee samen te leven. Als we er geen goede prijs voor krijgen, gaat hij de dodo achterna.”

Nick O'Connor, vice-president van de Wildlife Producers Association uit Zimbabwe, kwam deze week met een aardig argument om het verbod op ivoorhandel op te heffen. Wordt de olifant behandeld als koe, dan zal hij evenmin als de koe uitsterven. De conferentie van CITES (de Conventie over Handel in Bedreigde Diersoorten) heeft de aanhangers van zijn school dit jaar in Harare, de hoofdstad van Zimbabwe, deels hun zin gegeven. Het debat was feller dan ooit, en een meerderheid van de 138 lidstaten stemde uiteindelijk voor opheffing van het totale embargo op ivoorhandel, dat uit 1989 stamt.

Alles draaide deze week in Harare om de olifant, en in mindere mate de neushoorn en de walvis. De komende tijd worden deze giganten nog ongemoeid gelaten, maar het draagvlak voor een totaal jachtverbod slinkt. Drie Afrikaanse landen ijverden er dit jaar voor om de olifant van appendix 1 (de meest bedreigde diersoorten, waar in geen geval in gehandeld mag worden) over te hevelen naar appendix 2 (bedreigde diersoorten waarin gecontroleerde handel is toegestaan). Het ging zoals bij eerdere conferenties om de 'olifantenlanden' Zimbabwe, Namibië en Botswana, gesteund door Zuid-Afrika en ivoor-afnemer Japan.

Zuid-Afrika had een motie ingediend om handel in olifanthuiden en andere onderdelen onmiddellijk toe te staan, en gequoteerde handel in ivoor vanaf 1999. Daarvoor werd net niet de vereiste tweederde meerderheid gevonden. Maar de conferentie had gisteren een interessante troostprijs in petto: de drie landen mogen over anderhalf jaar 59,1 ton aan ivoorreserves aan Japan verkopen. Het betreft ivoor dat afkomstig is van door natuurlijke oorzaken overleden olifanten of van legale jacht op afgedwaalde olifanten. De drie landen hadden 150 ton van de hand willen doen, maar het resultaat van gisteren leidde ook al tot een extatische samenzang van 'God zegene Afrika'. Want de olifant was tenminste van appendix 1 afgevoerd. “Morgen knallen de stropersgeweren weer”, zei een natuurbeschermer somber.

Met name Zimbabwe hamerde deze week op het wat obligate verwijt dat excessieve zorg voor de olifant een vorm van neo-koloniale betutteling is. President Mugabe van Zimbabwe beweerde dat heel Afrika daarom als solide blok achter hem stond. Dat bleek niet het geval; naast de VS en Europa zijn ook West-Afrikaanse landen met bedreigde olifantenpopulaties tegen hervatting van de ivoorhandel. Liberia beschuldigde Zimbabwe er bijvoorbeeld van met olifanten-statistieken te knoeien.

Voorstanders van ivoorhandel menen dat er op de wereld nog ten minste tien levensvatbare olifantenpopulaties zijn. Toerisme, plus de inkomsten uit jachtlicenties en olifantproducten, kunnen worden geïnvesteerd in duurzame wildprotectie. In de ogen van de drie Afrikaanse staten is de olifant ook geen bedreigde diersoort meer. Met 150.000 exemplaren lopen er in hun landen nu meer rond dan wenselijk is. En als de olifanten zich in het huidige tempo voortplanten, ontstaan er problemen. Een olifant vreet ruimte.

Tegenstanders herinneren eraan dat er jaarlijks 70.000 Afrikaanse olifanten werden afgeschoten voordat het dier in 1989 op appendix 1 kwam. Als beperkte ivoorhandel wordt toegestaan, zullen de ivoorprijzen stijgen en de stropers weer op pad gaan. Gestroopte tanden zijn ook in het verleden moeiteloos tussen de legale tanden terecht gekomen, zo is hun ervaring. Greenpeace wilde de verkoop van de ivoorreserves nog wel toestaan, maar dan moesten die in een 'ivoorbank' worden gestort, die pas over vijftig jaar wordt aangesproken, als de olifant dan geen bedreigde diersoort meer is.

De neushoorn is het in Harare beter vergaan. Een Zuid-Afrikaans verzoek om de neushoorn af te voeren van appendix 1 verloor het met een kleine marge. Een poging om handel in neushoorns-onderdelen toe te staan, maar handel in hoorn te verbieden, haalde het evenmin. Olifanten en neushoorns gedijen de laatste jaren goed in de zuidelijke Afrikaanse landen, maar worden elders in Afrika met uitsterven bedreigd.

Ook de walvis wist zich te handhaven, maar lijkt op langere termijn voor zijn veiligheid te moeten vrezen. Hier waren het Japan en Noorwegen die het felst voor afschaffing van het vangstverbod ijveren, en met de Afrikaanse landen een 'jouw olifant tegen mijn walvis'-alliantie sloten. Het moratorium op commerciële walvisvaart stamt uit 1986. Begin deze week verwierp CITES een Noors-Japans voorstel om minder te leunen op de adviezen van de International Whaling Commission (IWC) - die in Japanse en Noorse ogen gijzelaar is van de milieu-lobby. In juni vorig jaar verliet de Noorse delegatie nog woedend een bijeenkomst van de IWC in Aberdeen, nadat deze organisatie Noorwegen en Japan verweet het moratorium met voeten te treden en illegaal walvisvlees te exporteren. Beide landen zetten de walvisvangst voort om 'wetenschappelijke redenen' en menen dat slechts een klein aantal soorten werkelijk wordt bedreigd.

Geen van de voorstellen om de jacht op specifieke walvissoorten te heropenen, haalde het. Maar Noorwegen wist wel een meerderheid van 57 tegen 51 te vinden voor heropening van de jacht op dwergvinvissen in de Atlantische Oceaan. Te weinig voor een tweederde meerderheid, maar twee jaar geleden stemde nog slechts 16 landen vóór. “We zien dit als een schitterende overwinning”, zei Rune Frovik, secretaris van de High North Alliance, de Noorse walvisvaarderslobby.