De tentoonstelling van een intellectueel; Op de tiende Documenta in Kassel overheerst de afstandelijkheid

De tiende Documenta, onder leiding van de Française Catherine David, heeft bij de opening tot veel kritiek geleid. Er zijn weinig jonge exposanten en veel alom bekenden. David heeft hiervoor de term 'retro-perspectief' bedacht: het heden bekijken vanuit de geschiedenis.

Documenta X, Kassel. Tot 29 sept. Geopend dag. van 10-20 uur. Catalogus, 832 blz; ca. 1000 kleurill. Prijs: DM 90,00.

KASSEL, 20 JUNI. In het hart van de Documenta-tentoonstelling, de cirkelvormige ruimte middenin het Museum Friedericianum, zit architect Aldo van Eyck (Driebergen, 1918) rustig achter zijn werktafel. Hij is nog lang niet klaar, op deze eerste dag van de voorbezichtiging. Hij richt op verzoek van de directeur van de Documenta, Catherine David, die precies wist wat ze van Van Eyck wilde, een presentatie in van een aantal projecten uit de jaren zestig en zeventig, onder meer zijn tijdelijke beeldhouwkunst-paviljoen voor Sonsbeek 1966, zijn tehuis voor ongehuwde moeders en een kindertehuis in Lima. Verder hangen er foto's van primitieve architectuur in Mexico en Afrika: negerhutten, pueblo's, enz. Het motto van zijn presentatie luidt: 'Treur ook voor alle vlinders'. Het is een aanklacht, zo vertelt Van Eyck, tegen hedendaagse ingenieurs en architecten. “We beleven momenteel de meest agressieve episode in de geschiedenis van de architectuur. De postmodernisten: uiterst onbekwame ellendelingen zijn het. Een architect moet de wereld leefbaar maken.”

Catherine David (Parijs, 1954; eerder conservator in het Museum voor Moderne Kunst Centre Pompidou en de Galerie Nationale du Jeu de Paume) plaatste in het centrum van haar tentoonstelling dus een sociaal bevlogen idealist, als een goede genius. Die kan ze wel gebruiken, want zelf communiceert zij moeilijk met haar publiek. Op de persconferentie las David tot ongenoegen van de 2000 verzamelde journalisten in hoog tempo, in het Frans gedurende drie kwartier een tekst voor die ook in de catalogus staat afgedrukt, om vervolgens te weigeren serieus op vragen in te gaan. Twee hoofdlijnen komen er met enige goede wil uit haar monomane, typisch Frans-intellectuele betoog naar voren: ten eerste dat zij alle schilderkunst afwijst als zijnde reactionair; en ten tweede dat het haar te doen is om de hedendaagse mens in zijn stedelijke omgeving. Sleutelwoorden zijn globalisatie, urbanisatie, universalisme, de-europeanisatie en de-kolonisatie.

Een groter contrast met de vorige Documenta van Jan Hoet is nauwelijks denkbaar. Daar veranderde de persconferentie binnen luttele minuten in een vrolijke chaos waarbij Hoet enthousiast en luid schreeuwend in vier talen alle vragen tegelijk trachtte te beantwoorden. Er wordt nu dan ook alom verzucht dat deze Documenta niet zindert. De juiste spirit ontbreekt. Het is alles te geconstrueerd en afstandelijk.

Wie de Documenta beschouwt als een stand van zaken in de kunst van dit moment, wordt teleurgesteld. Er zijn weinig jonge exposanten en veel ouderen en alom bekenden, en zelfs een aantal doden. David bedacht hiervoor de term 'retro-perspectief': het heden bekijken vanuit de geschiedenis. De presentatie is afgepast en museaal van karakter. Zelfs de Hybrid Workspace' in de Orangerie, een 'tijdelijk laboratorium' voor discussies, open media en Internet, is keurig netjes. Twee in businesspak geklede kunstenaars lezen hier 's avonds lange manifesten voor.

Het Friedericianum is als altijd het belangrijkste en meest zorgvuldig ingerichte gedeelte van de Documenta. Hier exposeert Gerhard Richter, in de grote zaal direct links naast de ingang, een indrukwekkend, zeer persoonlijk fotoarchief dat het basismateriaal bevat voor zijn schilderkunst. De foto's zijn thematisch gerangschikt, van foto's die de periode van zijn oorlogsjeugd in Dresden documenteren tot verliefde naaktfoto's van zijn vriendin en de geboorte van zijn kind. Bij dit alles slaagde Richter er door een afgewogen ordening toch in een zekere distantie te handhaven. Zijn zaal is een belangrijk hoogtepunt op de Documenta. Een tweede hoogtepunt is de film, in een klein zaaltje ernaast, van de Belg Johan Grimonprez, bestaande uit twee delen van vijftig minuten waar iedereen ademloos naar zit te kijken. De film, getiteld Dial H-I-S-T-O-R-Y heeft als rode draad een chronologie van vliegtuigkapingen. Het is een wervelstorm van deels fictieve, deels documentaire beelden die een door machismo en gewelddadigheid verziekte wereld laten zien.

Documenta X toont veel fotografie. Heel mooi zijn de foto's van Helen Levitt (1913) van straatscènes in East Harlem, New York. Van Ed van der Elsken (1925-1990) wordt een selectie getoond uit zijn boek Sweet Life (uit 1966), vol van straatleven en van de relatie tussen blank en zwart in Zuid-Afrika, India, Amerika en elders.

Wat de Nederlandse exposanten betreft: Rem Koolhaas (1944) bevestigt met zijn installaties de opvatting van Van Eyck over postmoderne architecten. De wanden zijn beplakt met chaotische impressies van stadsdelen en braakliggende gebieden, citaten en blauwdrukken. Marijke van Warmerdam (1959) toont een mooi, superkort filmpje, getiteld Rijst, van een meisje dat een mand met rijst over zichzelf uitkeert, de rijstkorrels vallen als een gouden regen over haar bruine lachende gezicht.

Het meest verbazingwekkend aan deze Documenta is het feit dat niet-westerse kunst totaal ontbreekt. Als er iets nieuws gaande is in de hedendaagse kunst, dan is het wel de invloed van Afrikanen, Oost-Europeanen, Chinezen en Japanners. Maar zij zijn schrijnend afwezig. Dit is des te vreemder daar David de 'de-europeanisatie' zo hoog in het vaandel heeft geschreven. De video van de Nigeriaan Oladélé Bamgboyé (1963), een celebratie van Afrikaanse cultuur, in de hal van het Friedericianum is niet meer dan een goedmakertje. Al het niet-westerse en zwarte wordt in Kassel bezien door de ogen van blank. Het meest extreme voorbeeld is de wand met foto's van Lothar Baumgarten (1944), kiekjes van negers bij lemen hutjes, die zich niet onderscheiden van de illustraties in de kolonialistische schoolboekjes van vroeger. “Kijk eens hoe mooi en onschuldig ze zijn!”, is wat deze foto's zeggen. Zo bezien is Documenta X de zoveelste manifestatie van westerse suprematie en hegemonie, en van neo-imperialisme.