Brokkenmakers in de beklaagdenbank

Het moment lijkt aangebroken dat de rekeningen worden gepresenteerd voor de 'wilde' jaren tachtig op de effectenbeurs en in het bedrijfsleven. De bestuurders van Bobel zijn gisteren individueel voor wanbeleid verantwoordelijk gesteld.

AMSTERDAM, 20 JUNI. Twintig van de vijfentwintig mannen die tussen 1984 bestuurder of commissaris waren van het inmiddels failliete investeringsmaatschappijtje Bobel zijn individueel verantwoordelijk voor wanbeleid, zo vonniste gisteren de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof. De geschatte schade door het debacle voor Bobel-beleggers en schuldeisers: zeker 60 miljoen gulden.

Drie weken geleden maakte de Hoge Raad, ondanks een tegengesteld advies van de Advocaat-Generaal, korte metten met het verweer van enkele commissarisen van Textlite, een fabrikant van zaktelexen en een van de notoire speculatiefondsen op de Amsterdamse beurs tot aan het bankroet in 1990. Ook hier constateerde de Ondernemingskamer wanbeleid. Gedupeerde beleggers becijferen hun schade op zo'n 30 miljoen gulden.

Bij Textlite en Bobel kunnen nu individuele schadeclaims aan de orde komen. Dat zulke claimzaken voor betrokkenen bittere ernst zijn werd twee weken geleden duidelijk toen de rechtbank in Breda de vier bestuurders van het failliete textielbedrijf Van Gils veroordeelde tot een betaling van samen ruim 10 miljoen gulden. Een record. Daarbij matigde de rechtbank de eis van de curator, die veroordeling in het complete tekort van de boedel had gevraagd.

“Het is vrij schieten”, klaagde een advocaat van een gedaagde in de Bobel-zaak gisterochtend in de verweerde wandelgangen van het hof aan de Prinsengracht. In het schootsveld van het hof lagen gerenommeerde namen: mr. F. Salomonson, voormalig juridisch adviseur van het koninklijk huis, ing. J. Kraaijeveld van Hemert, ex-topman van Boskalis en mr A. Nooteboom, ex-staatssecretaris van Financiën, die net als Van Hemert nog verschillende commissariaten in het bedrijfsleven heeft.

De Hoge Raad heeft met zijn Textlite-uitspraak de grote mate van vrijheid bevestigd van de Ondernemingskamer om, bij vermoedens van wanbeleid, experts onderzoeken te laten doen naar het reilen en zeilen van bedrijven en op basis daarvan zelf conclusies te trekken.

De ondernemingskamer, die gespecialiseerd is in onder meer conflicten tussen beleggers en bedrijven, leek begin jaren negentig weg te kwijnen bij gebrek aan debacles in het bedrijfsleven. De vijfhoofdige kamer is een beetje een buitenbeentje: drie leden van het gerechtshof zitten naast twee leken, experts uit het bedrijfsleven en de accountantswereld.

De managers die in de nauwe bankjes van het hof moeten plaatsnemen vinden sinds anderhalf jaar de beul van Amsterdam tegenover zich, een bijnaam die mr. J. Willems te danken heeft aan zijn zware vonnissen. Drie jaar geleden strafte hij Begemann-topman J. van den Nieuwenhuyzen wegens effectenhandel met voorkennis met een half jaar cel. Een veroordeling die overigens later door de Hoge Raad ongedaan werd gemaakt.

Nu de brokkenmakers van de jaren tachtig in het beklaagdenbankje zitten, worden de beschikkingen van de Ondernemingskamer ingrediënten voor verscherpte normen in directeuren- en commissarissenland. De aanbevelingen die de commissie-Peters voorbereidt voor grotere transparantie in het ondernemingsbestuur en effectiever toezicht door commissarissen, doet de Ondernemingskamer achteraf, als een post-mortem.

Sprekend in de beschikkingen van het hof bij Textlite en Bobel is de toetsing van de onafhankelijkheid en het kritisch vermogen van de commissarissen. Daar vallen harde woorden en pijnlijke conclusies. Wie, zoals Kraaijeveld van Hemert, ermee akkoord gaat dat het complete vermogen van een bedrijf wordt uitgeleend zonder een deugdelijk eigen onderzoek te doen naar de financiële gegoedheid van de debiteur en afgaat op de geruststellende woorden van een directeur van de ontvanger van het vermogen, hoeft niet op clementie te rekenen.

Het hof kraakt het gedogen van een vermenging van verantwoordelijkheden van directeuren en commissarissen. Veelvuldige afwezigheid bij vergaderingen kreeg een derde voor de voeten geworpen: zonder nadere toelichting wijst dat niet op een zorgvuldige taakvervulling, vindt het hof.

Bedrijven als Volker Wessels Stevin, Fortis Amev en Boskalis, die in de Bobel-zaak veroordeelde commissarissen in hun midden hebben, houden hen de hand boven het hoofd. Tegen de ondernemerstijl van Van den Nieuwenhuyzen was wel het nodige in te brengen, maar het sprak in het voordeel van zuivere verhoudingen dat hij zelf terugtrad na zijn veroordeling door Willems.