'Bevoegdheden CTSV te gering'

DEN HAAG, 20 JUNI. Het College van Toezicht Sociale Verzekeringen (CTSV) heeft onvoldoende bevoegdheden om toezicht te houden op de uitvoerders in de sociale zekerheid. Dat schrijft de Algemene Rekenkamer in een gisteren verschenen onderzoek over marktwerking in de sociale zekerheid.

Het CTSV controleert nu de uitvoerders van werknemersverzekeringen als WAO en WW (GAK, SFB, Cadans en GUO). De vier maken zich op voor het jaar 2000. Dan wordt de sociale zekerheidsmarkt 'vrijgegeven' en kan elke organisatie sociale verzekeringen aanbieden - gecontroleerd door het CTSV.

Om een slagvaardige, marktgerichte uitvoerder te worden hebben de huidige aanbieders hun organisatiestructuur drastisch gewijzigd en in twee delen gesplitst. In één 'poot' is de oorspronkelijke taak ondergebracht: de publieke uitvoering van de werknemersverzekeringen onder toezicht van het CTSV. In een tweede poot zitten commerciële activiteiten, zoals uitzendbureaus en arbo-diensten. Bij de totstandkoming van beide poten bestond de grootste vrees van met name de politiek voor de manier waarop beide activiteiten gescheiden zou blijven: commerciële mochten niet met publiek geld worden gefinancierd.

Het is deze scheiding tussen publiek en privaat waar de Rekenkamer zich kritisch over uitlaat. Volgens de controleur van de rijksfinanciën zijn de commerciële en publieke activiteiten “onvoldoende gescheiden (waardoor) risico's bestaan voor de zelfstandige positie van de uitvoeringsinstelling (de publieke poot, red.) binnen de holding”.

Doordat privaat en publiek onvoldoende gescheiden zijn is de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens volgens de Rekenkamer evenmin gewaarborgd. Daardoor zouden gegevens die voor publieke doelen zijn verzameld voor commerciële kunnen worden gebruikt.

Door de gebrekkige scheiding heeft toezichthouder CTSV volgens de Rekenkamer “ontoereikende bevoegdheden om voldoende inzicht in de uitvoeringspraktijk” te krijgen. De wet waarmee de bevoegdheden van het CTSV zijn geregeld is volgens de Rekenkamer dan ook “ingevoerd zonder een grondige analyse van problemen die ontstaan bij de de combinatie van sociale zekerheidswetgeving en private activiteiten binnen één holding”.