'We zijn als oude schoenen buiten gezet'

DEN HAAG, 19 JUNI. Zenuwachtig staan ze in een groepje, dicht op elkaar, te wachten in de gangen van het Haagse Paleis van Justitie. Acht voormalige medewerkers van schoonmaakbedrijf Lavold, zeven vrouwen en één man, proberen hier via de kantonrechter hun oude werkgever een schadevergoeding af te dwingen.

Het is voor het eerst dat werknemers die al ontslagen zijn met toestemming van het arbeidsbureau, zelf naar de rechter stappen om ontbinding van de arbeidsovereenkomst te eisen. Reden is dat ze de door Lavold aangeboden afvloeiingsregeling te mager vinden.

Hennie Bollebakker heeft 28 jaar als 'vaste' kracht voor Lavold gewerkt, in de catering bij oliemaatschappij Shell. Omdat Shell het contract met Lavold (een dochter van uitzendorganisatie Randstad) vorig jaar niet wilde verlengen, vroeg Lavold bij het arbeidsbureau een ontslagvergunning aan voor Hennie en haar collega's. Die vergunning werd verleend: het ontslag gaat eind deze maand in. Als steuntje in de rug krijgt Hennie van Lavold 32 weken lang een aanvulling op haar WW-uitkering, van een paar honderd gulden. Vier collega's krijgen eveneens een paar duizend gulden mee, drie collega's hebben een nieuwe baan en krijgen niets extra.

Had Lavold het ontslag via de kantonrechter laten lopen, dan was het bedrijf hoogstwaarschijnlijk aanmerkelijk duurder uit geweest. Bij hantering van de zogeheten kantonrechtersformule (o.a. gebaseerd op leeftijd en dienstjaren), die begin dit jaar door de kantonrechters onderling is afgesproken, had Hennie circa 100.000 gulden van Lavold kunnen incasseren. Maar de keuze voor ontslag via arbeidsbureau of kantonrechter wordt niet door de werknemer maar door de werkgever gemaakt. De kantonrechter is meestal duurder (door de schadevergoeding), maar daar staat tegenover dat de werknemer per onmiddellijk op straat kan worden gezet.

Het arbeidsbureau deelt geen schadevergoedingen uit, maar doet er langer over om tot een uitspraak te komen en er moet rekening worden gehouden met eerder afgesproken opzegtermijnen. Op dit moment verloopt circa de helft van de ontslagzaken via de kantonrechter, tegen vijf procent tien jaar geleden.

Het grote animo onder werkgevers om ontslagzaken via de kantonrechter af te handelen, leidt volgens juristen van de vakbeweging FNV tot forse rechtsongelijkheid voor werknemers. De ene werknemer wordt door de rechter met een gouden handdruk naar huis gestuurd, de andere werknemer vliegt eruit met een vergunning van het arbeidsbureau en krijgt niets. “Waarom zouden werknemers zelf niet naar de rechter stappen om een schadevergoeding af te dwingen? We proberen nu de procedure in spiegelbeeld uit”, zegt mr. A. Kouwenhoven, persadvocaat bij het Rotterdamse kantoor van de juridische dienst van de FNV. “Normaal staat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst centraal. Dat is hier niet zo: het dienstverband eindigt sowieso. Ons gaat het erom dat die mensen meer krijgen dan die magere afvloeiingsregeling.”

Tijdens het kort geding dat gisteren voor de Haagse kantonrechter mr. Th.W.M. Lippmann diende, betoogde FNV-advocaat mr. P.S. van Minnen dat Lavold te weinig heeft gedaan om voor de betrokken acht werknemers elders binnen het bedrijf een nieuwe baan te vinden. Mocht dat werk niet te vinden zijn, wat op zich begrijpelijk is omdat Lavold vooral schoonmaakwerk doet en dit keukenpersoneel betreft, dan had Lavold volgens Van Minnen deze werknemers beter moeten belonen voor hun langdurige dienstverbanden. Gebrek aan financiën kunnen volgens Van Minnen geen rol spelen, gezien het feit dat Lavold deel uitmaakt van het zeer winstgevende Randstad-concern. Bovendien heeft Shell, waar de Lavold-medewerkers al die jaren hebben gewerkt, al 400.000 gulden toegezegd als bijdrage in een afvloeiingsregeling.

Volgens Lavold-advocaat mr. A.J.D. Bekius volgen de acht werknemers via de kantonrechter niet de goede route: als zij het niet eens zijn met de schadevergoeding, zo betoogde hij gisteren, dan staat hun de mogelijkheid open om een procedure te starten wegens 'kennelijk onredelijk ontslag'. “Er wordt nu in totaal voor 5,5 of 6 ton aan schadevergoedingen geëist. In deze procedure is voor Lavold geen hoger beroep mogelijk. Dat kan toch niet de bedoeling zijn,” aldus Bekius.

Bij de werknemers van Lavold heeft hun voormalige opdrachtgever het helemaal verbruid. “Ik heb 28 jaar voor ze gewerkt. We zijn als een paar oude schoenen buiten gezet”, zegt Bollebakker na afloop. Morgen wordt de zaak voor de kantonrechter voortgezet.