Varkenspest brengt winst in het noorden

ROTTERDAM, 19 JUNI. Terwijl de varkenspest honderden bedrijven in Zuid-Nederland heeft lamgelegd en tientallen boeren failliet dreigen te gaan, beleven de varkenshouders in het noorden van het land goede tijden. Door de daling van het aanbod van varkensvlees kan nog maar met moeite aan de vraag worden voldaan.

Elke vrijdag komen varkenshandelaren bijeen in het Vleutense café-restaurant De Tol. Een commissie van handelaren stelt daar de 'verwachtingsprijs' vast. Twee maanden geleden werden in Vleuten alle records gebroken: vijf gulden per kilo, de hoogste prijs in meer dan zes jaar. De prijs is wat gedaald, maar nog steeds is die voor de boeren in het noorden aantrekkelijk genoeg om zoveel mogelijk varkens te houden. Bedrijfsadviseur H. van Dijk van de accountantsgroep GIBO, gespecialiseerd in de landbouw, schat de extra inkomsten voor de noordelijke vleesvarkensbedrijven, die biggen van zogenoemde vermeerderingsbedrijven aankopen en vervolgens vetmesten, dit jaar op zeker dertigduizend gulden. “Dat is toch een half inkomen voor een gemiddelde varkensboer.”

De varkenshouders in Noord-Nederland praten niet graag over hun hogere inkomen. Zij wijzen erop dat de fokzeughouders door de varkenpest in problemen verkeren en dat het biggenoverschot ook in de Noord-Nederlandse stallen nijpend begint te worden.

Het Tweede-Kamerlid Stellingwerf (RPF) maakt zich sterk voor een heffing op de winst van noordelijke varkensboeren. “Het zou moreel gezien juist zijn als een deel van het geld in een fonds wordt gestort ten behoeve van boeren in het zuiden. “Een houding van 'de een zijn dood is de ander zijn brood' is niet juist”, aldus Stellingwerf. De productschappen voor Vee, Vlees en Eieren zijn het daar niet mee eens. “De prijsstijgingen waren incidenteel en lang niet alle boeren hebben daarvan geprofiteerd.”