Van Dongen wil verrassen; Musicals met een knipoog

Morgenavond begint in de Nes-theaters in Amsterdam het achtste Internationaal Theaterschool Festival, dat een week lang afstudeervoorstellingen van jonge theatermakers presenteert. Twee van hen zijn Marije Gubbels van de Amsterdamse Theaterschool en Jurrian van Dongen van de Academie voor Kleinkunst.

Sunday in the park with Sondheim, 20 en 21/6 in theater de Engelenbak, Amsterdam. Inl. (020) 527 76 10.

AMSTERDAM, 19 juni. “Nu het met de Joop van den Ende-musicals zo goed gaat, wil ik laten zien dat er ook nog een tegenkant is. Ik wil niet hetzelfde publiek aanboren, maar juist het toneelpubliek dat behept is met een vooroordeel tegen musicals, en ook de acteurs die nu nog zeggen dat ze van hun leven nooit in een musical zouden willen staan. De mooiste reactie die ik zou kunnen krijgen, is: ik hou eigenlijk niet van musicals, maar dit vond ik een verrassing.”

Jurrian van Dongen (23) heeft zijn afstudeervoorstelling gebaseerd op de musical Sunday in the park with George van Stephen Sondheim, een relaas over het in de negentiende eeuw onbegrepen kunstenaarschap van de pointillist George Seurat en diens nu wereldberoemde schilderij Dimanche d'été à la Grande Jatte. De geestig geformuleerde stellingen die Sondheim daarin betrekt over individualistische kunst versus kunst die door de knieën gaat voor de algemene publiekssmaak, gelden echter óók voor zijn eigen werk: zelden schrijft hij kassuccessen, telkens kiest hij voor vormen en onderwerpen die zijn musicals onvoorspelbaar en intrigerend maken. Die overeenkomst bracht Van Dongen op het idee de voorstelling Sunday in the park with Sondheim te noemen en er Stephen Sondheim zelf een hoofdrol in te geven. Alles wat Seurat in de oorspronkelijke versie zegt en zingt, wordt daardoor ook rechtstreeks betrokken op het schrijven van gedurfde musicals. Dat blijkt vooral uit de vertalingen die hij maakte van de sleutelnummers Art isn't easy (“Kunst is niet simpel”) en Finishing the hat, waarin Seurat beschrijft hoe hij op een leeg doek iets creëert dat eerder niet bestond. “Want de hoed moet af”, zingt Van Dongen in de rol van de schilder, en tenslotte: “Kijk, er is een hoed / was er net nog niet.” Waarop de Sondheim-figuur, gespeeld door Albert Klein Kranenburg, concludeert: “Mooie woorden voor een lied.”

“Wat mij erin aanspreekt”, zegt Jurrian van Dongen, “is natuurlijk de herkenbaarheid. Het klinkt misschien wat arrogant om jezelf tot de kunstenaars te rekenen, maar ik denk dat iedereen in dit vak te maken heeft of krijgt met de vraag in hoeverre je concessies moet doen aan wat jou oorspronkelijk voor ogen stond. Dingen als hoe moeilijk het is iets op te starten, het gedoe er omheen, de ellebogen, de vraag of je je iets moet aantrekken van wat publiek en pers vinden - het hoort er allemaal bij.”

“En wat Sondheim voor mij zo bijzonder maakt, is zijn intelligentie en zijn relativeringsvermogen. Als je in een musical van Andrew Lloyd Webber staat, of in iets als Les Misérables, kun je nooit een knipoog geven. Je staat alleen maar een romantisch melodrama in te vullen. Sondheim schrijft ook nooit cliché-songs waarbij het publiek lekker achterover kan hangen omdat je weet wat er komt.”

Zelf werkt Jurrian van Dongen nu, deels nog binnen de poorten van de Academie voor Kleinkunst waar hij afstudeerde, aan een muziektheatervoorstelling over de modekoning Calvin Klein. “We mogen repeteren bij Orkater”, zegt hij, “en er is een kansje dat zij de voorstelling onder hun hoede gaan nemen. Als dat zou lukken, is al een heel groot deel van mijn droom in vervulling gegaan.”