Turkije zoekt politieman Venray

ROTTERDAM, 19 JUNI. De Turkse regering heeft een internationaal opsporingsbevel uitgevaardigd tegen een Nederlandse ex-politieman, die in 1995 door het gerechtshof in Den Bosch is vrijgesproken van mishandeling van een Turkse arrestant.

Dat blijkt uit een brief van het ministerie van Buitenlandse Zaken van 22 mei aan de oud-politieman. Hem is geadviseerd voorlopig niet naar het buitenland te gaan, omdat hij het risico loopt te worden gearresteerd en uitgeleverd aan Turkije. Volgens zijn advocaat mr. H. van Dijk hebben “indianenverhalen in de Turkse media over racisme” tot het opsporingsbevel geleid. “God weet wat hem boven het hoofd hangt als hij wordt gearresteerd.”

De politie hield de uit Turkije afkomstige Hüsseyin Köksal aan op 7 januari 1993, omdat hij met zijn auto een paaltje had omgereden. De agenten dachten dat hij dronken was, maar achteraf bleek dat hij was getroffen door een hersenbloeding. Zij schakelden pas tien uur na zijn arrestatie een arts in om de man te laten onderzoeken. Hij overleed de volgende dag in een ziekenhuis in Venray aan de gevolgen van de bloeding.

Zijn dood leidde tot veel onrust in de Turkse gemeenschap. Bij de aanhouding had de nu 62-jarige brigadier “disproportioneel geweld” gebruikt, zo bleek uit een onderzoek van de rijksrecherche. Uit autopsie bleek dat de hersenen van Köksal een afwijking vertoonden en dat de bloeding “geprovoceerd” zou kunnen zijn door de geweldigdadige arrestatie. De burgemeesters van Venray en Venlo legden de brigadier 'voorwaardelijk ontslag' op. Twee andere agenten kregen een schriftelijke berisping. De Turkse regering heeft vorig jaar al aangedrongen op heropening van het onderzoek. Dat verzoek is door Nederland afgewezen, omdat de oud-brigadier al in Nederland is berecht en vrijgesproken. Een vertegenwoordiger van de ambassade in Ankara heeft eind '96 bij het Turkse ministerie van Justitie aangedrongen de vervolging te staken, maar dit heeft “helaas niet tot het gewenste resultaat geleid”, zo staat in de brief van 22 mei. Een andere brief van het Haagse ministerie aan de oud-politieman spreekt van een mogelijke straf van ten minste tien en maximaal dertig jaar.