Spinoza als een kunststof hooiberg

Tentoonstelling: De Steen Vliegt, beeldende Verkenningen geïnspireerd door Spinoza. T/m 6 juli. Arti et Amicitiae, Rokin 112, Amsterdam. Boek, tevens catalogus, Prijs ƒ 34,95.

Benedictus (Baruch) de Spinoza (1632-1677) had een spitse neus, lang gerekte wenkbrauwen, een stevige, opvallende haardos en een heldere blik in zijn ogen. De een kent deze naar Amsterdam gevluchte Portugese filosoof van het duizend-guldenbiljet, een ander wellicht van het groen uitgeslagen bronzen standbeeld aan de Paviljoensgracht in Den Haag.

Eigenlijk lijkt de Spinoza zoals we hem kennen van R.D.E. Oxenaar, F. Hexamer - of Mendes da Costa, Hildo Krop en vele anderen - nauwelijks op het meest betrouwbare portret van hem, een kopergravure: maker onbekend naar een niet meer bekend schilderij dat gemaakt is na zijn dood. In de kopergravure is Spinoza's kop ronder en zijn blik vermoeid, zelfs wat bangelijk. Maar, je ziet het ook in historische speelfims, het zijn vooral de kapsels die iets zeggen over de tijd waarin men terugblikt.

De Vereniging Het Spinozahuis, het Amsterdams Fonds voor de Kunsten en Arti et Amicitiae gaven in het kader van een manifestatie over Spinoza studieopdrachten aan zeven beeldend kunstenaars om 'het leveren van een uitkomst van een beeldend onderzoek naar de betekenis van Spinoza's leven en/of gedachtengoed voor het eigen oeuvre.' De resultaten van deze opdracht zijn nu in Arti te zien.

Tom Claassen (1964, Heerlen), een van de exposanten, is de enige die een beeld heeft gemaakt van de denker zelf. Tenminste, er staat een hooibergachtige vorm van zo'n anderhalve meter hoog op de tentoonstelling. 'Claassen', zo is in een prachtig uitgegeven boekwerk, tevens catalogus, te lezen, 'gelooft niet in de romantische idee van de 'goddelijke' inspiratie, de geniale inval waardoor het kunstwerk zich in al zijn facetten openbaart. Hij gaat meer uit van een groeiproces'.

Dat groeiproces laat Claassen letterlijk van toepassing zijn op Spinoza's kapsel. Het is een grappig gezicht, die nagenoeg zwarte kunststof hooiberg. De zo typische, meestal elegant weergegeven coupe is eruit. Op de plek waar je een gezicht kunt verwachten, heeft hij een nis gevormd zodat, aan deze zijde bekeken, de hooiberg iets krijgt van een grote bos schaamhaar.

Van de overige deelnemers, Jan Andriesse, Waldo Bien, Luciano Fabro, Thom Puckey, Ronald van Tienhoven, Lidwien van de Ven en Famke van Wijk is moeilijk te achterhalen wat hun beelden met Spinoza te maken hebben. Van Tienhoven heeft bijvoorbeeld een heuse bijenkolonie onderdak geboden in zijn kunstwerk. Er zit een gat in de muur waar de bijen in en uit kunnen vliegen. Zijn driekleurig metalen wandsculptuur ziet er hermetisch gesloten uit; van de bijen is niets te zien behalve een poederig laagje onbestemd spul op de vloer, waarschijnlijk uitwerpselen.

Niet bekend

Magritte schilderde eens een vogel met een huidje steen (L'idole, 1965); hierin lijkt iets verbeeld in Spinoza's geest. Maar op de tentoonstelling zien we teksten opgerold in flessen, hangend aan een draadje in een molen (Fabro), een beeld van een meisje voor een lens (Puckey) of een filmloop van een huis (Van de Ven); stuk voor stuk intrigerende werken (deels al eerder getoond) maar vrij zinloos om verbanden te zoeken met de vele zaalcitaten van de zeventiende-eeuwse denker. Spinoza: 'De menselijke handelingen niet bespotten, niet betreuren, niet veroordelen, doch begrijpen.'