'Record-Van Gogh' geveild

ROTTERDAM, 19 JUNI. Volgende week komt bij Sotheby's in Londen een schildering onder de hamer die naar verwachting van het veilinghuis alle Europese records van de afgelopen jaren zal breken. Het gaat om een aquarel van Vincent van Gogh (1853-1890), getiteld Oogst in de Provence, een blad van 48 bij 60 centimeter uit juni 1888, dat op 24 juni a.s. ruim 20 miljoen gulden moet opbrengen.

Van Gogh, die ook met inkt in deze waterverf werkte, schilderde een panoramisch landschap onder een blauwe hemel die door een opdoemend wolkenpak verdreven wordt. Op de voorgrond plaatste hij een houten omheining met daarachter een blauwe kar. Verspreid door de akkers liggen kleine boerderijen in de vertrouwde kleuren wit en rood. De bewoners die de oogst binnenhalen laten zich nauwelijks herkennen.

Van Gogh nam het landschap waar even buiten Arles, waar hij in februari 1888 vanuit Parijs was komen wonen. Hij vond de vlakte net zo oneindig als de zee, schreef hij, mooier zelfs dan de zee, en hij kon er niet vaak genoeg naartoe trekken. Het deed hem ook denken aan de landschappen van Ruysdael, zo blijkt uit brieven 496, 509 en 498 in Van Goghs 'Verzamelde brieven.'

Het Van Gogh Museum in Amsterdam bezit een sterk gelijkende olieverf-versie, getiteld De Blauwe Kar of De Oogst, die algemeen wordt beschouwd als het beste werk dat Van Gogh in zijn Arles-periode maakte. “De getekende variant is een imposant blad”, zegt conservator Sjraar van Heugten van het Van Gogh Museum in Amsterdam, “en het zou een verrijking zijn van onze collectie. Maar gezien de prijs, die vele malen ons jaarbudget te boven gaat, is er geen sprake van dat wij op de aquarel zullen bieden.”

De eerste schets van hetzelfde panorama maakt deel uit van de collectie van het Fogg Art Museum van de Harvard University in Cambridge, Amerika. De nu te veilen aquarel kwam in 1899 in bezit van de Duitse connoisseur en liefhebber van Van Goghs werk, Julius Meier-Grafe. Daarna zwierf het blad van galerie naar galerie totdat in 1930 de Londense verzamelaarster J.B.A. Kessler het aankocht. Vanaf 1948 werd het niet meer tentoongesteld. Het zijn Kesslers erfgenamen die de Oogst in de Provence nu afstoten.