Politie (2)

De kwestie rond de Rotterdamse hoofdcommissaris Brinkman, de Rekenkamer die nog steeds geen zicht kan krijgen in organisatie en kosten van de politie en de verklaring (vorig jaar) van de minister van Binnenlandse Zaken dat de wet hem niet toestaat een hoofdcommissaris (in casu die van Haarlem) te ontslaan, duiden erop dat de huidige organisatie van de politie niet deugt.

Als officier van justitie heb ik zestien jaar lang met vele van haar functionarissen samengewerkt en diep respect gekregen voor hun inzet en toewijding. Ik ga er vanuit dat de politieman en -vrouw van deze tijd dezelfde instelling hebben als die van weleer in mijn diensttijd, maar dat voor ontplooiing daarvan te vaak geen of niet voldoende kans geboden wordt. Vooral om dit feit moet de huidige organisatie gewijzigd worden.

Dit alles leidt tot de gedachte aan één politiekorps; onder een centrale leiding verantwoordelijk voor het beheer (sterkte, salariëring, werktijden, uniformering, bewapening, enz.). Van dit korps wordt in elke gemeente een detachement geplaatst en ter beschikking gesteld van het bevoegde gezag ter plaatse: de burgemeester. Hetzelfde geschiedt met betrekking tot de recherche in de arrondissementen: ter beschikking van het bevoegde gezag, de officier van justitie.

Laat de grenzen van de arrondissementen samenvallen met die van een of meer provincies. Dat vergemakkelijkt de altijd nodige contacten tussen de beide delen van het over de politie gestelde gezag. Maak (houd) de gemeenten zo klein mogelijk. Haal de wijkagent weer uit de kast. Met de huidige communicatiemogelijkheden is hij de beste vriend van de burger. Het succes in de bestrijding van de criminaliteit begint vaak laag in de bestuurlijke organisatie van de staat.

De gedachten aan een één en ondeelbare politieorganisatie moeten de centrale overheid bekend zijn. Eind jaren zeventig zijn ze meer dan eens vanuit het openbaar ministerie naar voren gebracht.