Nederlandse ondernemingen in Zuidoost-Azië: ABN Amro; Minder Nederlands graag

De Oost-Aziatische markt geldt als een van de snelst groeiende. Maken Nederlandse ondernemingen daar gebruik van? ABN Amro zit al sinds de vorige eeuw in Azië, heeft zijn hoofdkantoor in Singapore, en maakt zich op voor een grote sprong voorwaarts in de regio. Deel een van een serie.

Eigenlijk hoeft Ton de Boer zich helemaal geen zorgen te maken over zijn werk. Vanachter zijn bureau heeft de directeur Asia-Pacific van ABN Amro uitzicht op de buik van de 'Singapore River' en rondom de glimmende, vijftien verdiepingen hoge kantoortoren aan Chulia Street raast een drukke verkeersstroom. Die twee stromen, van water en verkeer rond ABN Amro's nieuwe regionale hoofdkantoor in het hart van Singapore's zakencentrum, brengen louter geluk binnen bij de bank. Althans, dat is de vaste overtuiging van Chong Swan Lek, een door de bank ingehuurde 'Feng Shui Master' die het nieuwe kantoor keurde volgens de normen van een eeuwenoude confucianistische leer die draait om de harmonie tussen hemel, mens en aarde.

Maar Ton de Boer lijkt te nuchter om op die Aziatische visies te varen. Bovendien spendeert de 58-jarige Nederlander het gros van zijn tijd juist buiten de glimmende muren van ABN Amro's nieuwe kantoor. Zo is hij net terug van een driedaagse reis naar Australië en vertrekt hij over een paar dagen alweer naar een van de andere landen in het omvangrijke gebied dat onder zijn leiding valt.

De Boer staat sinds oktober vorig jaar aan het roer van ABN Amro Asia Pacific. In 'zijn' regio, een gebied van India tot Nieuw Zeeland, is de bank in zestien landen vertegenwoordigd. Samen met zijn managementteam, en in nauw contact met de raad van bestuur in Amsterdam, mag De Boer invulling geven aan het plan 'Azië 2000', een strategie om ABN Amro beter te laten profiteren van 's werelds snelst groeiende economieën en de hogere marges die de bank in dit gebied kan binnenhalen. “Binnen de bank hebben we jarenlang tegen elkaar gezegd: wat hebben we toch een prachtig netwerk in Azië, maar wat is het jammer dat we er zo weinig mee doen. We zijn hier nu druk bezig om dat te veranderen. ABN Amro moet zo snel mogelijk een bank zijn voor heel Azië. We willen ons hier straks kunnen presenteren als een pan-Aziatische bank”, vertelt De Boer.

Verwezenlijking van die ambitie is een lastige klus, vooral omdat ABN Amro in Azië tot voor kort een weinig coherent netwerk van kantoren kende. “In feite bestond de bank hier uit zestien verschillende soorten banken. Allemaal kleine koninkrijkjes, waardoor er weinig structuur zat in ons relatiebeheer en de markt heel versnipperd werd benaderd”, zegt De Boer. Om die reden kon een cliënt van de bank in Maleisië, die een financiering wilde regelen voor een project in Australië, nauwelijks gebruik maken van het feit dat ABN Amro in beide landen een kantoor heeft staan. “De koninkrijkjes zijn inmiddels verdwenen. Daardoor kunnen we onze klanten via een breed netwerk nu onze producten en adviezen in de hele regio aanbieden. In veel opzichten zijn we in Azië nu al één bank. Maar het moet nog beter”, legt De Boer uit.

De bank besloot in 1995 de organisatiestructuur van de activiteiten in de regio Azië-Pacific om te gooien. Naast de tijd die werd opgeslokt door de fusie tussen AMRO en de in het buitenland traditioneel sterk vertegenwoordigde ABN begin jaren negentig, had de bank haar aandacht te lang gericht op de Europese en Noord-Amerikaanse bankmarkt. In Azië was de bank (ABN) wel aanwezig - in landen als Indonesië (sinds 1826), Japan (1856), Singapore (1858) en Maleisië (1888) zelfs al sinds de vorige eeuw. Maar ABN Amro, gemeten naar 'total assets' (bezittingen) nummer veertien op de wereldranglijst, miste de afgelopen twee decennia de aansluiting in Aziatische groeisectoren als scheepvaart en industrie.

“Het draaide hier lange tijd voor ons voornamelijk om handelsfinanciering, een traditionele, uiterst degelijke tak van de bank”, vertelt De Boer. Uit oogpunt van winst en rendement was er weinig te klagen over de Aziatische activiteiten, maar voor de internationale ambities van de bank was een winstbijdrage uit Azië van nog geen zes procent veel te mager.

De doelen werden daarom bijgesteld. Tot het eind van deze eeuw pompt de bank een miljard dollar extra aan investeringen in de regio. In 2000 moet het aantal medewerkers verdubbeld zijn van de huidige 3400 tot circa 6000. En straks moet minstens vijftien procent van de totale winst uit Azië komen. “We zijn op de goede weg. Ik verwacht binnen twee jaar een verdubbeling van de winst uit onze activiteiten in deze regio”, aldus De Boer.

Singapore is gekozen als uitvalsbasis en locatie van het regionale hoofdkantoor, dat tot voor kort voor een deel ook in Hongkong stond. En sinds kort zijn de koninkrijkjes vervangen door zogeheten 'business-lines' voor de verschillende producten die de bank aanbiedt: van 'investment-banking' (effecten- en vermogensbeheer) en 'corporate finance' (bankieren voor grote ondernemingen) tot het meer op de particulier toegesneden 'consumer-banking' en 'private banking'.

Parel in de kroon van 'business-units' - en marketing-subject voor promotie in Aziatische dag- en weekbladen - is de afdeling 'structured finance'. Een team van bijna honderd man coördineert en organiseert vanaf de twaalfde verdieping van het Singaporese kantoor uiterst complexe financieringen van projecten in Aziatische groeisectoren als telecommunicatie en infrastructuur. De Boer noemt het een voorbeeld van het 'nieuwe bankieren', waarin de bank een innovatief en creatief financieel adviseur en begeleider is.

Vanuit Singapore, waar het nieuwe kantoor nu 700 personeelsleden van ABN Amro herbergt, moet De Boer zorgen voor wat hij zelf 'aansturing van de business-lines' noemt. “Ik coördineer vanuit hier en duik af en toe zo'n business-line in om te kijken hoe het gaat”, verklaart hij zijn volle reisagenda.

Meer dan ooit heeft het bij ABN Amro nu prioriteit dat ook in Azië de internationale ambities van de bank om een mondiaal opererende 'universal bank' te zijn, zichtbaar worden. De bankiers realiseren zich tegelijkertijd wel dat er meer moet gebeuren dan alleen aanpassing van de organisatiestructuur en een verbreding van het productenpakket. Als ABN Amro daadwerkelijk wil meespelen in de Aziatische bankwereld kan de bank niet langer alleen uitgaan van autonome groei. “We werken op dit moment hard aan een acquisitiestrategie”, vertelt De Boer. “Maar Azië is een lastige markt voor de bankwereld. Je kunt hier veel minder makkelijk dan in Amerika of Europa een bank overnemen.”

De huidige directeur Asia-Pacific woonde en werkte zelf twintig jaar lang voor ABN Amro in de VS. Daar groeide de bank in die tijd uit tot de grootste buitenlandse bank via overnames van een aantal banken in het midden-westen van het land, het gebied waarop ABN Amro zich concentreerde. “In Azië is veel minder uniformiteit dan in de Verenigde Staten, waar je dezelfde muntsoort en één belastingstelsel hebt. Daarom is het hier veel lastiger je te concentreren op één deel van de markt, omdat die markt heel divers is”, weet De Boer inmiddels. De bank deelt Azië grofweg in, in drie verschillende markten. Daarvan is de Chinese markt het grootst, omdat deze naast China bestaat uit de miljoenen overzeese Chinezen die in landen als Singapore en Hongkong en ook in grote delen van Indonesië en Maleisië en in mindere mate in de overige Zuidoost-Aziatische landen grote delen van de handel in handen hebben. Een tweede deel van de Aziatische bankmarkt ligt in India, Pakistan en Sri Lanka. En tot slot zijn er de moeilijk toegankelijke bankmarkten in Japan - waar ABN Amro overigens wel de grootste buitenlandse bank is - en Australië, waar de bank momenteel het grootste deel van de winst in Asia-Pacific boekt.

Om een serieuze speler in deze drie markten te worden, zo weten de Nederlandse bankiers inmiddels, is het naast de speurtocht naar een overnamekandidaat ook essentieel te investeren in Aziatisch personeel. Daartoe is in het kantoor in Singapore plaats vrijgemaakt voor de 'ABN Amro Academy', een eigen opleidingsinstituut dat eerder in Amsterdam en Chicago werd opgezet. De Academy is gehuisvest op de vijftiende etage en biedt bezoekers een weidse blik over Singapore's kroegenkade langs Boat Quay, de plek waar de notoire beurshandelaar Nick Leeson zijn hectische werkdagen placht weg te spoelen met een borrel. De verdieping telt drie kleine collegezalen en een oefenruimte voor valutahandelaren en onderscheidt zich van de overige verdiepingen in het gebouw door een zekere informaliteit: hier heerst niet de macht en kracht van de krijtstreep, maar wandelen de studerende bankiers - een mix van Aziaten en Europeanen - in hemdsmouwen en poloshirts.

Wie de Academy bezoekt, beseft dat bankieren dezer dagen ook iets van profvoetbal heeft: om de grootste talenten in huis te kunnen halen, moet er een goed scoutingsysteem bestaan. Met name in Azië is dat nu van groot belang voor de bank. Daarom probeert ABN Amro talentvolle Aziaten in een vroegtijdig stadium te contracteren. Vanuit Singapore reizen 'bank-scouts' van de afdeling 'human resources Asia Pacific' langs de grote Amerikaanse en Europese universiteiten, op zoek naar Aziatisch talent.

Eenmaal gecontracteerd komen deze bankgenieën-in-de-dop terecht op de Academy, waar ze een speciale bankopleiding krijgen. Daar lopen de nieuwelingen de kans hun collega's van de bank in de regio alvast te ontmoeten. Want veel ABN Amro-medewerkers in Azië komen hier jaarlijks een paar dagen bijleren. Op die manier hoopt de bank haar mensen ook op lange termijn aan zich te binden, en speelt daarmee in op het gevaar van 'jobhopping', dat in Azië sterker leeft dan in het Westen. Verder wil de bank via het instituut Aziaten concrete kansen op een carrière binnen de bank bieden. “We moeten meer Aziatisch management krijgen. De kern van ons personeelsbeleid hier is dat er in elk land een lokale baas komt. Nu hebben we dat alleen in Pakistan, India en Sri Lanka en zit er een Brit als baas in Australië”, aldus De Boer.

Ook in het negenkoppige managementteam Asia Pacific van de bank zijn de Aziaten nog ondervertegenwoordigd. Het team telt er op dit moment slechts twee. Eén van hen is Peter Chow, hoofd van de nieuwe 'business-line transactional banking'. Chow is een Hongkong-Chinees die 27 jaar werkervaring in Azië opdeed bij de Amerikaanse concurrent Citybank en daardoor als geen ander de markten kent waarin ABN Amro wil opereren.

Volgens Chow, een dynamische vijftiger, is het voor ABN Amro essentieel dat er binnen de bank een betere balans komt tussen de twee culturen, de Nederlandse of Westerse cultuur, en die van de Aziaten. “Als we succes willen hebben in Azië, moeten we ons hier niet presenteren als een Nederlandse of een Europese bank, maar als een internationale bank met een wereldwijd netwerk van kantoren en Aziatische mensen, kennis en contacten”, meent Chow.

De Chinese bankier verbaasde zich bij zijn entree binnen de bank over de centrale organisatie vanuit het Amsterdamse hoofdkantoor voor de Aziatische activiteiten. “Er was teveel bemoeienis vanuit Amsterdam. Daar zaten goede intenties achter, maar het verlamde de organisatie hier. Ik zie dat nu gelukkig voorzichtig veranderen. We zijn aan het leren. ABN Amro is bezig met een transformatie in Azië. We weten dat we kansen hebben op succes in dit gebied, want we hebben het kapitaal en het netwerk. Maar nu moeten we focussen op een paar belangrijke zaken”, aldus de Chinees. Het belangrijkste, vindt hij, is dat de bank nieuwe mensen in dienst neemt. “We hebben frisse gezichten nodig in Azië, specialisten die ons meerwaarde geven. We bieden hier nieuwe producten aan: we zijn in 'consumer banking' gestapt. Dat is iets totaal nieuws voor ons in Azië, dat moeten we niet onderschatten. Daar zijn we nog niet goed in en daar hebben we absoluut nog een specialist voor nodig”, verzekert Chow.

Een groot deel van die benodigde specialisten zal volgens hem uit Azië moeten komen. “Bankieren in Azië draagt risico's met zich mee. Je ziet op dit moment dat banken in landen als Zuid-Korea, Thailand, Maleisië het moeilijk hebben omdat de economische groei wat terugloopt. Je moet de markten hier op je duimpje kennen, en daar moeten we nu lokale expertise voor binnenhalen, anders mislukken onze ambities hier”, zegt Chow. “Maar als we het goed doen, worden we ook beloond, want de marges liggen hoog”, voegt hij er vol vertrouwen aan toe.

ABN Amro krijgt volgens Peter Chow binnenkort de kans om te testen of het klaar is als grote speler mee te doen in de Aziatische bankwereld. Als de handel in de euro een deel van de handel in dollars vervangt, kan de bank voor eens en altijd haar naam vestigen in Azië, denkt Chow. “Dat wordt de grote test voor ons. De handel in de gulden verdwijnt en daarmee moeten wij definitief afscheid nemen van het imago van 'Nederlandse bank'. Vanaf dat moment kunnen we ons presenteren als een wereldbank. Maar dan moeten we niet te defensief denken en handelen in dit opzicht. We moeten durven!”, vindt Chow.

Ton de Boer vindt eveneens dat er een goede mix moet zijn tussen Westerlingen en Aziaten binnen de bank. “Ik wil hier meer Peter Chows, zeg ik wel eens. Het aantal Aziaten in managementposities bij de bank moet groeien. Aziaten in de top van je organisatie geven je bovendien meer geloofwaardigheid in dit deel van de wereld”, aldus de Boer, die ontwikkeling van het lokale personeel als zijn grootste taak beschouwt. Nederlandse 'expatriates' vormen nu nog de hoofdmoot van het ABN Amro-management in Azië. Maar De Boer wil in Singapore naar Amerikaans voorbeeld de organisatie veranderen. “Vroeger hadden we op de tien kantoren van onze bank in Amerika alleen maar Nederlandse managers zitten. Nu zitten daar allemaal Amerikanen, en dat blijft ook zo. De Amerikanen hebben de kennis en de contacten. Dat werkt het best. Zo moet het hier ook gaan”, meent De Boer.

Is het derhalve al reëel te veronderstellen dat er over tien jaar een Aziaat in de raad van bestuur van de bank zit? De Boer: “Er zit genoeg internationale ervaring in de huidige raad van bestuur. Maar het zou gezien onze ambities denk ik goed zijn als er op termijn niet alleen maar Nederlanders op die stoelen zitten. Dat zou passen bij de ambities van de bank.”