MODE

Het enkel- of dubbelspel dames van ruim een eeuw geleden kan geen enerverend schouwspel zijn geweest. De Victoriaanse mores schreven enkellange rokken voor met daaronder lagen petticoats, en grote hoeden vol overbodige versiersels die de blanke teint moesten beschermen. Funester voor een boeiende speltechniek waren de verplichte corsetten - voor dames van stand, want in die tijd speelden alleen dames van stand tennis.

De modegeschiedenis kent griezelverhalen van vrouwen die door een verschietende corset-balein werden doorspiest en zo een gruwelijke dood stierven. Voor zover bekend is dat nooit tijdens het tennisspel gebeurd. Vermoedelijk heeft het grote witte schort, ter bescherming van de dure zijden jurken tegen vlekken, levens gered. De zakken boden ruimte aan een voorraad ballen, zodat bukken en rapen tot een minimum beperkt bleef. Aanvankelijk verschenen de dames op de lawn in allerlei kleuren, maar de preutsheid dezer dagen zorgde voor de invoering van witte tenniskleding: zweetplekken tonen minder op witte stof en een dame moest er onder alle omstandigheden aantrekkelijk en decoratief uitzien. Het mag een wonder heten dat zich ondanks deze handicaps een generatie niet onverdienstelijke tennissters ontwikkelde, die een belangrijke rol hebben gespeeld in de vrouwenemancipatie. Vermoedelijk was een ware sportvrouw als Lottie Dod, die het enkelspel dames op Wimbledon voor het eerst won in 1887, voor de Engelse vrouwen de sportieve variant op onze Aletta Jacobs. Hoewel de roep om comfort rond de eeuwwisseling leidde tot 'schandelijk' korte rokken die de zwartgekouste enkels bloot lieten, duurde het nog tot de Eerste Wereldoorlog voordat de tennissters werden bevrijd van het corset. De heren hadden het gemakkelijker in hun lange broek en overhemd, al moet gezegd dat de gemiddelde tennisser er in die dagen een stuk gesoigneerder uitzag dan de Agassi's en Kuertens van vandaag. Het enige dramatische moment in de ontwikkeling van de herentenniskleding is de verschijning van de korte broek tot op de knie in 1933, die vanaf '39 massaal door de tennissers werd gedragen. Het is in die dagen al weer twintig jaar geleden dat Suzanne Lenglen met haar beroemde wijdvallende jurk met geplooide rok (tot op de knieën) de weg bereidde voor kleding die echte sportieve prestaties mogelijk maakte. Niet zonder de elegantie uit het oog te verliezen; ze laat Parijse couturiers zijden tenniskleding ontwerpen, en de Lenglen-bandeau - bedoeld om het gebobte haar uit de ogen te houden - wordt een rage in de dagelijkse mode. Verder is het een kwestie van steeds bloter. Eerst maken de lange kousen plaats voor enkelsokjes, de rokken gaan omhoog, de kleding wordt strakker, de armen gaan bloot, de decolletés worden dieper. De dames kunnen nu sneller en agressiever spelen, zodat wat dat betreft het heren- en damesspel steeds dichter bij elkaar komen. Er is dus veel veranderd voor de vrouwen. En toch: de fatsoensnormen mogen dan aanzienlijk zijn verruimd, de huidige etiquette heeft zo zijn eigen dwingende regels: slanke, bruine en blote benen bijvoorbeeld, en nauwsluitende jurkjes. Zie de kokette rok met kant van Chris Evert in de jaren zeventig, of denk aan de overgooiertjes van Mary Pierce. Goed tennissen staat voorop, maar een aantrekkelijk uiterlijk in een decoratief pakje verhoogt nog steeds het kijkgenot.