'Menselijke muren' door Jeruzalem

De Palestijns-Israelische vrouwengroep Women's Link wil met de manifestatie 'Gedeeld Jeruzalem' de aandacht vestigen op de extreem gepolariseerde leefgemeenschap daar.

JERUZALEM, 19 JUNI. Eerst zou Bob Dylan komen. Die kreeg hartklachten. Toen ging het gerucht dat Sting zou optreden. Daar hoorde niemand meer iets van. Vervolgens werd de Ierse popster Sinead O'Connor gecontracteerd. De foto's van de eens kale, nu kortharige O'Connor verschenen dit weekend op posters in de stad. Vorige week werd zij met de dood bedreigd. Twee dagen geleden zegde zij af. Is het vijfdaagse, politiek-culturele evenement 'Gedeeld Jeruzalem: Twee Hoofdsteden voor Twee Staten' dat dinsdag van start ging, onder een verkeerd gesternte geboren?

Het antwoord is 'ja'. Maar daarom werd het ook georganiseerd. 'Gedeeld Jeruzalem' is een initiatief van de Palestijns-Israelische vrouwengroep Women's Link. Met symposia, exposities, stadswandelingen, protestoptochten en jazz-sessies in Jeruzalem wil de groep de aandacht vestigen op de extreem gepolariseerde leefgemeenschap hier. Bijna 200.000 Palestijnen wonen in Oost-Jeruzalem. Zo'n 400.000 joden leven in het westelijke stadsdeel. Er is geen muur - geen fysieke dan, want Israel beschouwt, sinds het in 1967 ook Oost-Jeruzalem veroverde, de hele stad als zijn 'Herenigde, Eeuwige Hoofdstad'. Maar, zei de linkse Israelische politica Naomi Chazan gisteren op de opening van de manifestatie: “Er zijn menselijke muren, psychologische muren, ongelijkheid”. Beide bevolkingsgroepen baseren hun identiteit op het verschil met de ander. Onderling contact is beperkt tot een aantal Palestijnen die voor Israeliërs werken, autodieven, wat zakenlui. Palestijnen betalen evenveel belasting als Israeliërs. Maar vergeleken met West-Jeruzalem is Oost slonzig en vervallen. Volgens een voormalige loco-burgemeester gaf de stad in 1992 per joodse inwoner 900 dollar uit en per Palestijn 150.

Het is tekenend dat de Israeliërs en Palestijnen van Women's Link in 1989 in Brussel door buitenlanders met elkaar in contact zijn gebracht. Zij spreken Engels met elkaar. Ze maakten de laatste weken ruzie over alles. Moest het slotconcert op 21 juni in West of Oost plaatshebben? En aan welke kant van de onzichtbare Groene lijn moesten de brochures gedrukt worden? Soms vonden zij pas na bemiddeling van diplomaten (de Europese Unie is hoofdsponsor van het evenement, dat zo'n 700.000 dollar kost), een compromis. Er zijn twee organisatiecomités: een Palestijns, een Israelisch. Toen de Israeliërs een persbericht maakten van O'Connors afzegging, konden zij het urenlang niet versturen: de Palestijnen aan de andere kant van de stad moesten de tekst nog goedkeuren. Ook voor de leden van Women's Link is Jeruzalem dertig jaar na de hereniging totaal verpolitiekt. Zeker de Palestijnen zijn wantrouwig: linkse Israeliërs doen vaak aardig tegen hen wegens hun schuldgevoel over de bezetting, meer dan uit politieke overtuiging. “Maar we gaan door”, zegt Gali Gold in haar kantoor in West. “Niet samenwerken is de weg naar de hel.”Omdat Women's Link de Palestijnse aanspraak op Oost-Jeruzalem als hoofdstad steunt, stuitte de organisatie op tegenwerking van het Israelische stadsbestuur. Posters met Sinead O'Connor mochten alleen worden opgehangen als de slogan 'Twee Hoofdsteden voor Twee Staten' eraf werd geknipt. Palestijnse posterplakkers weren gearresteerd. Toen burgemeester Olmert door kreeg dat het niet zomaar een popconcert was, besloot hij het niet te verbieden. Zijn woordvoerder: “Hij weet dat er dan de volgende dag in Central Park (New York) een manifestatie wordt georganiseerd waarop 100.000 mensen zeggen dat Jeruzalem een concert verbiedt.' Olmert zegt nu dat O'Connor niet door joodse extremisten is bedreigd, zoals zij zegt, maar heeft afgezegd omdat er niet genoeg kaarten zijn verkocht. Israeliërs, grijnsde hij, zijn verstandig: “Ze kopen die kaarten gewoon niet.”

Deze controverse, die breed in de lokale pers is uitgesponnen, was ontegenzeglijk het vrolijkste gespreksonderwerp dinsdag op de openingsreceptie in de tuin van het Ambassador-hotel in Oost. De Palestijnse producent Jack vertelde waarom Israelische galeriehouders geen kunst voor 'Gedeeld Jeruzalem' wilden tentoonstellen: “Die paar die niet tegen het thema 'Weg met de Bezetting' waren, waren bang dat ze de gemeentesubsidie zouden verliezen.” Nu hangt het werk, tegen betaling, in twee cafés in West-Jeruzalem. In Oost was er geen probleem.

Gisteren trok het eerste ploegje erop uit om, in de bus, de Israelische annexatiepolitiek in Oost-Jeruzalem te verkennen. “Misschien dromen wij”, zei een man in een blauw 'Vrede'-T-shirt. Hij wees op joodse wijk die op geconfisqueerd Palestijns land is gebouwd. “Maar als de kolonisten mogen dromen, waarom wij niet?” Maar hij mompelde er achteraan: “Jammer dat zij met meer zijn.”