Jong talent; Ouders willen vaak veel te snel

Jong tennistalent staat onder grote druk. De Nederlandse bondstraining biedt bescherming.

IN EEN COMPLEX ergens in Nederland gonst het van de geluiden. Gepuf wordt afgewisseld met een hol geplop, zo nu en dan abrupt doorbroken door een barse stem. De man die de opdrachten geeft, geniet duidelijk aanzien binnen het aanwezige gezelschap. De in witte uniformen gehulde groep volgt minutieus zijn aanwijzingen op. In de kleine ruimtes verderop liggen schooltassen ruw in een hoek gesmeten en aan de kapstokken hangen spijkerbroeken en kleurige jassen. Zo komen ze eenpaar maal per week bijeen, de talentvolle tennistieners van Nederland. En niemand die het weten mag, want dat is de policy.

Wie op zoek gaat naar de Jeugdselectie van de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennisbond (KNLTB) belandt al snel ongewild in een spannend spionageboek. Een verzoek tot een gesprek met een jeugdig tennistalent wordt “in beraad genomen”. Meteen zal dan ook “in overweging worden genomen” of een training kan worden bijgewoond. Waar die training plaatsheeft? “De locatie is een deel van een groter geheel en daarover kunnen wij dan ook geen mededelingen doen.”

De bond wil zijn topjeugd beschermen tegen de media, al te gretige ouders en de verleiding van het grote geld. Internationaal sloeg drie jaar geleden de schrik toe toen het Amerikaanse tennissterretje Jennifer Capriati (17), op haar dertiende prof geworden en nooit een school van binnen gezien, werd gearresteerd voor drugsbezit. Na een ontwenningskuur verklaarde ze de druk van ouders en coaches niet te hebben aangekund.

De WTA (World Tennis Association) schroefde in 1994 de leeftijdsgrens voor meisjes in het profcircuit op van zestien naar achttien jaar. Vijftienjarigen mogen al wel een beperkt aantal proftennistoernooien spelen. Een talentje als de Zwitserse Martina Hingis (16) kreeg een overgangsregeling.

De KNLTB kent sinds 1985 het systeem van de bondstraining. DTL's, Districts Tennisleraren, scouten tennistalentjes rondom acht jaar voor de voorspeeldagen die in alle districten plaatshebben. Wie goed presteert, mag zich vervolgens bondskind noemen en stroomt door naar het Geselecteerd Jeugdtennis, waar nu zo'n 1.500 jongeren tot 16 jaar trainen. Volhouders gaan dan naar de afdeling Toptennis, waar ze worden voorbereid op een opleiding in Jong Oranje. Daar spelen ze nog drie jaar onder de vleugels van de KNLTB.

Stanley Franker, voormalig bondscoach en directeur Sportief bij de KNLTB, vindt het belangrijk dat de topjeugd niet onder te veel druk van buitenaf komt te staan. “Het plezier in de tennis moet voorop blijven staan. Aan interviews en spotlights is de jeugd nog niet toe. Al die aandacht zou een belasting worden en leidt bovendien af van waar het om gaat, gemotiveerd met de sport bezig zijn.”

Voorkomt in ons land de leerplicht een al te streng trainingsregime (Wimbledon-kampioen Richard Krajicek combineerde een dagelijkse training van vier uur met de lagere school), in landen met een flexibeler onderwijssysteem voelen vaders en moeders zich soms geroepen hun zoon of dochter van school te houden en permanent op de tennisbaan te zetten. Capriati's vader liet haar al sit ups doen voordat ze haar eerste stapjes deed. Toen ze vier was, liet hij haar rally's spelen van minimaal honderd slagen.

De vaders van Capriati en Krajicek zwichtten voor het beeld van roem en rijkdom dat sponsors hun voorhielden. Krajicek brak zelfs met zijn vader omdat die 'alleen op het geld uit is geweest'.

Het Amerikaanse bedrijf IMG (International Management Group) sponsort veel jonge beloftes en biedt hun contracten van twee- tot vijfhonderdduizend dollar. In ruil ontvangt de sponsor tien procent van het prijzengeld en twintig procent van andere inkomsten van tennissen. Capriati's vermogen, of liever dat van haar vader, was enorm. Forbes magazine schatte haar inkomen op 4,5 miljoen dollar per jaar en de hoogte van haar bankrekening op ten minste twintig miljoen. Daarmee was ze nog voor haar vijftiende een van de rijkste sportvrouwen ter wereld.

De Nederlandse KNLTB begeleidt de spelers in Jong Oranje bij het afsluiten van contracten. Samen met de ouders worden de kleine lettertjes gecontroleerd. “Soms manen we de ouders tot geduld. Ze moeten voorzichtig zijn, maar willen vaak te veel te snel. Het tenniscircuit loopt niet weg, een toptalent komt er wel, ook op wat latere leeftijd”, zegt Franker. De bond organiseert jaarlijks een symposium voor ouders van jonge toptalenten waarop die stelling nogmaals wordt verwoord. “Maar eigenlijk is het niet genoeg”, meent hij. “Er zijn plannen de ouders nog beter te doordringen van de kwetsbaarheid van de spelers door middel van een boekje met richtlijnen voor de omgang met een talentvol kind.” De vingers uit de snoeppot, gezond eten en zich niet bemoeien met de training zoals de tennisleraar die geeft, somt Franker op.

Want naast hoop op roem en rijkdom laten ouders zich nog door een ander motief leiden wanneer ze aandringen op een strikter trainingsregime. Tennis is bij uitstek een sport die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Kwamen ma en pa misschien niet verder dan een jeugdkampioenschapje, zoon- of dochterlief moet het beter doen. Zo verklaarde Petr Krajicek zijn zoon altijd als een project te hebben gezien. “Wat ik niet had gekregen, moest Richard krijgen”, zei hij in een vraaggesprek. “Kameraadjes die maar wat met hem zaten te lummelen, stuurde ik weg, en ik bevestigde een dikke grendel voor de buis, omdat hij altijd voor de televisie zat.”

In zijn boek De tennisleraar, van hobby tot beroep verwoordt tennistrainer Louis Firet het probleem van de ouders aldus: “En dan Denise en haar moeder. Je zou wel gedrukte stroken op ze willen plakken, net als op kisten met breekbare goederen: Voorzichtig behandelen. Want o wee als je kwade vrienden met Denise en haar moeder wordt. Op alle feestjes, bridge-avonden en toernooien zal moeder wel eens even vertellen hoe je Denise (en ze is al zo gevoelig) hebt afgesnauwd.” En: “Ook al heeft Denise het buskruit niet uitgevonden en wordt ze in de verste verte geen jeugdkampioen van Nederland, moeder en de hele familie zijn hier wel van overtuigd.”

Of de beschermende houding van de KNLTB betere tennissers oplevert, of een natuurlijke selectie van de mentaal sterkste tennissers juist in de weg staat, zal moeten blijken. Nederlands eerste en tot op heden enige Wimbledonwinnaar, Krajicek, trainde onder leiding van zijn als 'gewetenloos' bekend staande vader. Hij koos al vroeg voor het grote geld en heeft de media nooit gevreesd.

Intussen broedt de KNLTB zijn gouden eieren in alle stilte verder uit. Ergens in een sportcomplex in Nederland, waar een trainer van de bond hamert op backhands en services, want anders val je buiten de boot. In de kleedkamer liggen schoolboeken onaangeroerd, hangen Oililly-jassen aan de kapstok en piepen in de zaal rubberen zolen op de vloer. De tennistieners nemen boekjes mee voor hun ouders, waarin staat dat snoep slecht en een regelmatig maal goed is en ze weten dat elke vraag van een vreemde argwanend opgenomen moet worden, het kan immers weleens een aasgier zijn. En ja, ze passen op voor camera's en staan niet onder druk, en het plezier staat voorop. Want het is en blijft een spelletje.