Jaarlijks twee à vijf patiënten; Psychiaters helpen zelden bij zelfmoord

ROTTERDAM, 19 JUNI. De meeste Nederlandse psychiaters staan in principe niet afwijzend tegenover hulp bij zelfmoord van patiënten met uitzichtloos geestelijk lijden. In de praktijk zijn de psychiaters echter zeer terughoudend. Zij assisteren jaarlijks twee tot vijf patiënten bij hun zelfmoord, maar krijgen 320 expliciete en aanhoudende verzoeken om hulp.

Dit blijkt uit een grote enquête onder Nederlandse psychiaters. Het onderzoek werd in opdracht van de ministeries van Volksgezondheid en Justitie onder leiding van de hoogleraren P. van der Maas en G. van der Wal uitgevoerd op het Instituut Maatschappelijke Gezondheidszorg van de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. De resultaten zijn vandaag gepubliceerd in The New England Journal of Medicine.

De onderzoekers stuurden vragenlijsten naar de helft van de in Nederland geregistreerde psychiaters. Van de 667 aangeschreven psychiaters vulde 83 procent de vragenlijst in. Ruim een derde van de ondervraagden had ooit een patiënt gehad die duidelijk en herhaald om hulp bij zelfmoord verzocht. Twaalf psychiaters hadden uiteindelijk toegestemd en de gevraagde hulp geboden.

In verreweg de meeste gevallen betrof het patiënten die naast een psychische aandoening ook een lichamelijke ziekte hadden waar ze binnen afzienbare tijd aan zouden sterven. Er waren twee aids-patiënten bij, twee kankerpatiënten, drie mensen met dodelijke long- of nierziekten en drie patiënten met neurologische ziekten. Slechts een van de elf patiënten over wie enige gegevens bekend waren, leed uitsluitend aan een psychische ziekte. De psychiaters gaven aan dat de lichamelijke ziekte bijna steeds een belangrijke rol speelde bij de beslissing om bij de zelfdoding te assisteren.

Het aantal psychiatrische patiënten dat hulp van een psychiater bij hun zelfmoord krijgt is laag vergeleken bij de patiënten die ongeassisteerd door een arts zelfmoord plegen. Jaarlijks plegen ongeveer 250 in psychiatrische ziekenhuizen of inrichtingen opgenomen patiënten zelfmoord. Een naar schatting even groot aantal pleegt zelfmoord kort na ontslag uit een inrichting of tijdens ambulante behandeling.

Een psychiater in Nederland kan zonder strafvervolging euthanasie of hulp bij zelfmoord geven aan patiënten met een ernstig psychisch lijden, mits aan de zorgvuldigheidsregels is voldaan. Deze duidelijkheid is geschapen door de Hoge Raad die in 1995 de psychiater Chabot schuldig verklaarde wegens hulp bij zelfmoord, maar hem ontsloeg van strafvervolging. Het hoogste rechtscollege oordeelde dat Chabot zijn patiënte nog door een collega had moeten laten onderzoeken. De Hoge Raad sprak toen echter uit, principieel geen verschil te maken tussen ernstig psychisch en lichamelijk lijden.