Instemming met plannen kunstonderwijsKamer: bezuiniging geen doel

DEN HAAG, 19 JUNI. De Tweede Kamer stemt in grote lijnen in met het streven van staatssecretaris Nuis (OCW) om het kunstvakonderwijs kwalitatief te verbeteren door een bundeling van opleidingen, zoals conservatoria en beeldende kunstacademies.

In totaal blijven er dan in vier tot zes regio's hoogstens 25 opleidingen over met een minimumomvang van tenminste honderd studenten. Conservatoria krijgen onder voorwaarden een tweede fase-opleiding en muzikaal toptalent kan terecht bij de conservatoria in Amsterdam en Den Haag, waarmee een eind komt aan een discussie van twintig jaar. Ook steunt de Kamer het plan van Nuis om door een scherpere selectie te komen tot een beperking van het aantal studenten om latere werkloosheid te voorkomen. Maar bij tal van concrete plannen en exact geformuleerde normen van Nuis heeft de Tweede Kamer grote bedenkingen, zo bleek gisteren bij een behandeling van het beleidsplan kunstvakonderwijs.

De hele Kamer vond dat de beoogde jaarlijkse bezuiniging van 25 miljoen in de jaren na 2000 niet als financieel doel voorop mag worden gesteld, maar dat die het resultaat zou kunnen zijn van de stroomlijningen. Volgens Nuis zijn die te besparen bedragen ingeboekt in de meerjarenramingen en valt er aan hun status niet te tornen. “Ik blijf optimistisch, maar als we die 25 miljoen niet halen, hebben we een probleem.”

De drie regeringspartijen, het CDA en Groenlinks waren tegen het plan van Nuis om van studenten, die afkomstig zijn uit niet EU-landen, een hogere bijdrage in de onderwijskosten te vragen. Die maatregel zou volgend jaar al 2 miljoen moeten opbrengen en vanaf het jaar 2000 vijf miljoen per jaar. Volgens de Kamer doet dat afbreuk aan de door Nuis zelf geopperde gedachte van Nederland als 'culturele vrijhaven'. Ook zouden daardoor kwalitatief unieke opleidingen met relatief veel buitenlandse studenten, zoals voor barokmusici, in problemen komen.

Nuis zegde op enige punten soepelheid toe. Er kunnen uitzonderingen worden gemaakt, arme studenten kunnen beurzen krijgen, er komen overgangsmaatregelen en de verhoging van collegegelden geldt niet voor de nu aanwezige buitenlandse studenten. In september zal Nuis die voorstellen nog nader concretiseren, maar de staatssecretaris wil niet dat de hele wereld hier komt studeren: “We blijven een vrijhaven, maar niet free for all.”

Tegen de zin van de Kamer hield Nuis ook vast aan de norm van minstens honderd studenten per opleiding. “Wie daaronder komt, moet een goed verhaal hebben, maar bij zeer gespecialiseerde opleidingen, zoals ceramiek of opera, is dat mogelijk.” Vooral de PvdA drong er op aan daarvoor geen regels te stellen, maar dat over te laten aan de eigen verantwoordelijkheid van de autonome onderwijsinstellingen.