In Tweede Kamer verandert povere Top in een toffe boel

Vermoeid deden de 'helden' van de Eurotop gisteren in de Tweede Kamer kond van de povere resultaten. Ze kregen een warm onthaal, registreerde J.M. Bik. Weliswaar had Nederland in Europa weinig voor elkaar gekregen, maar dat had beslist niet aan Nederland gelegen.

De regering regeert, de Kamer controleert - zo luidt een dragende stelling in het Nederlandse dualistische bestel. Maar ja, een beetje op de stoel van de regering zitten, liefst al vooraf, willen Kamerleden ook wel. Opdat de media en de kiezers voldoende kunnen merken dat zij hun woordje behoorlijk meespreken. Een beetje overleg vooraf wil het kabinet vaak ook wel, want zoiets - in het Torentje van de premier of niet - committeert de controleurs alvast een stukje.

In dat opzicht heeft de Tweede Kamer de afgelopen weken de regering in haar tijdelijke hoedanigheid van voorzitter van de Europese ministerraad begeleid op een manier die het gezegde 'blazen maar het meel in de mond houden' in herinnering roept. Na maandenlange talrijke zogenoemde “algemene overleggen” met de vaste Kamercommissie over de voortgang van het werk aan de geplande hervorming van de Europese Unie, hield de Kamer bijvoorbeeld op 21 mei een plenair debat over wat de Top van Amsterdam goed drie weken later zou moeten opleveren. Hoewel de Nederlandse EU-voorzitter daarmee toen natuurlijk niet veel meer kon beginnen, werd er in dat debat nog ruim een dozijn prangende moties ingediend. Dus zei de regering bij monde van minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken): “We zullen zien”, terwijl zij vermoedelijk dacht: “Nu nog? Moties? U kunt het dak op”.

Gisteren was er tussen half twee 's middags en zeven uur alweer zo'n mooi parlementair pseudo-hoogtepunt. Minder dan een half etmaal eerder was de Top van Amsterdam geëindigd. Premier Kok, minister Van Mierlo en staatssecretaris Patijn (Buitenlandse Zaken) waren de Kamer ingewankeld en wreven voortdurend in hun gezichten als chauffeurs die het rijtijdenbesluit overtreden en van hun parlementaire bazen de tachograaf moeten vergeten.

Een tekst van het Verdrag van Amsterdam was uiteraard nog niet beschikbaar. De aan het debat deelnemende fractieleiders moesten zich behelpen, zij wezen daar zelf ook op, met de informatieflarden die in de loop van de ochtend via de media waren komen aanwaaien. Flarden die trouwens in belangrijke mate meer over het spectaculaire demonstratiewezen in de hoofdstad dan over het taaie vergaderwezen van de Top in de Nederlandsche Bank zeiden. Wat dat betreft is ook Europa in de moderne communicatiewereld in meer dan één opzicht allang a skin deep in plaats van de vroegere joy for ever geworden in de 'netto-betaler' die Nederland nu heet.

Materiaal voor, al dan niet voorlopig genoemde, conclusies hadden de fractievoorzitters nochtans genoeg. Dus kreeg de regering gistermiddag nagenoeg Kamerbreed het concilium: dat verdrag is mager, wij hadden méér gewild, u ook, dat weten we, maar u kunt er niets aan doen, want ook de Europese buitenwereld is een boze wereld en u krijgt ons compliment voor uw inspanning. Premier Kok aan de dijk, in de rol van het jongetje Brinkers, als het ware. Met Van Mierlo als iets oudere, en staatssecretaris Patijn als iets jongere comparant. Alledrie hadden zij veel te vertellen over de listen en lagen waarmee zij de afgelopen maanden tussen Helsinki, Londen en Athene te maken hadden gekregen. Dat deden zij soms heel openhartig. Zó openhartig dat lezing van het stenogram ook in andere EU-hoofdsteden de moeite waard zou zijn.

Want de Kamer kreeg van Kok aardig wat te horen over zijn inmiddels enigszins genuanceerde betrekkingen met de premiers Blair en Dehaene. En zij kreeg van Van Mierlo te horen dat kanselier Kohl een deel van zijn bewegingsvrijheid kwijt is wegens de kritische houding van de Duitse deelstaten met hun grote eigen bevoegdheden. Voorts: dat de Europese crisis tot op zekere hoogte ook een optelsom is van nationale crises, nu overheden overal zo veel aan gezag bij hun bevolkingen hebben verloren en dus minder makkelijk dan vroeger hun bemiddelingsfunctie op de politieke markt vervullen. Vrijmoedig en boeiend was dat allemaal, maar soms ook niet zo heel diplomatiek. Blair, Dehaene of Kohl zullen thuis niet zó openlijk en ongedwongen over Nederland of andere EU-partners spreken.

Zo werd dat parlementaire debat, al met al, qua opzet, timing en toonzetting een voorstelling die onbedoeld aspecten van een ander Nederlandse poldermodel te zien gaf. Af en toe werd het zelfs ronduit komisch. Een half etmaal nadat, zei premier Kok, in Amsterdam toch enigszins historische akkoorden waren gesloten, ontstond in de Kamer even een eufore en lacherige stemming. Wat heet “mager resultaat”? Nagenoeg iedereen complimenteerde even nagenoeg iedereen met de betoonde inspanningen. De fractievoorzitter van de PvdA, Wallage, prees Van Mierlo wegens diens “eigen persoonlijke manier” waarmee hij aan het Verdrag van Amsterdam bijgedragen had. Minister Zalm (Financiën) kreeg het predikaat “beminnelijk maar vasthoudend” en de Hagenaar Patijn moest gevoelig zijn voor de typering “stille kracht”.

Van Mierlo zelf zei zó veel bewondering te hebben voor het leidinggevende werk van Kok, en zich zó zeer bewust te zijn van zijn eigen plaats, dat hij zich niet aan een compliment voor de premier te buiten wilde gaan. In plaats daarvan stak hij de loftrompet over zijn ambtenaren, met wie de Kamer ingevolge de ministeriële verantwoordelijkheid en ondanks haar rare applaus in feite niks te maken heeft. Speciaal geëerd werden enkele medewerkers (“kapitein De B. en zijn operationele groep”) die in hun ambtelijke loge even daarna zij aan zij in slaap vielen.

Mooi moment, gek moment. Men stelle zich voor: een halve dag eerder heeft het Nederlandse EU-voorzitterschap, in januari bewust aan het werk gegaan op een laag ambitieniveau, de accordering van een verdragstekst beleefd die nog in belangrijke mate achterbleef bij zijn bescheiden gehouden doelstellingen. Want in het vorige week donderdag gepubliceerde Nederlandse ontwerp-verdrag waren al heel wat gebleken Europese onmogelijkheden, “nederlaagjes” zo men wil, in compromisteksten weggestopt.

Tijdens de Amsterdamse Top zijn daarna, achter de hoge gesloten deuren aan het Frederiksplein, uit die teksten links en rechts vele ponden weggesneden. Door de sprankelende nieuwe Britse held Tony Blair bijvoorbeeld, die deep down net zo insulair is als zijn saaie voorganger John Major. En door Helmut Kohl, die kanselier is in een federaal opgezette staat, en dus in het verkeer met zijn in meerderheid door de SPD gedomineerde Länder een eigen 'cohabitatieprobleem' heeft. Voorts door Jacques Chirac, die zijn gok om een rechtse parlementaire meerderheid te laten bevestigen om de modernisering van Frankrijk te vergemakkelijken zag eindigen in een pijnlijke anticlimax: een nieuwe meerderheid naar ouderwets linkse snit.

De Nederlandse volksvertegenwoordiging zegt vervolgens na zo'n Top: we weten nog niet alles maar eigenlijk toch ook wel genoeg. We waren goed, de regering, de ambtenaren en wijzelf ook.

Nederland is een aardig en wijs klein land, dat de afgelopen jaren nóg iets minder heuvelachtig geworden is. Met een geslaagd en wereldberoemd consensueel poldermodel dat, in termen van copyright, bovenal een CDA-model (Lubbers!) is. We hebben in Europa weinig voor elkaar gekregen, maar regering en Kamer, eensgezind over de grote gevaren die ons buiten de landsgrenzen bedreigen, zijn het erover eens dat we daaraan zelf weinig kunnen doen. Trouwens: vanaf 1 juli is Luxemburg gelukkig als EU-voorzitter aan zet.