Gubbels houdt van zwarte humor; De worsteling met het leven

Morgenavond begint in de Nes-theaters in Amsterdam het achtste Internationaal Theaterschool Festival, dat een week lang afstudeervoorstellingen van jonge theatermakers presenteert. Twee van hen zijn Marije Gubbels van de Amsterdamse Theaterschool en Jurrian van Dongen van de Academie voor Kleinkunst.

Roof is te zien in De Brakke Grond in Amsterdam op 20 en 21/6. Inl. (020) 626 68 66

AMSTERDAM, 19 JUNI. “Van Joe Ortons stukken wordt wel gezegd dat ze heel moeilijk speelbaar zijn. Dat vind ik een uitdaging en daarom wil ik het juist proberen. Ik houd ontzettend van z'n humor en z'n zwarte kijk op de wereld. De mensen in zijn stukken deugen niet, ze maken elkaar het leven zuur, maar dat doen ze op zo'n aanstekelijke manier dat je er om moet lachen. Toch neem ik alles in Roof zo serieus mogelijk; als je alleen op de grap gaat spelen haal je de angel uit het stuk.”

Toen Marije Gubbels (27) dit jaar als vierdejaars studente regie aan de Theaterschool in Amsterdam de opdracht kreeg een eindexamenproductie te maken, wist ze onmiddellijk dat het Roof (Loot) van de in 1967 overleden Engelse toneelschrijver Joe Orton moest worden, een zwarte klucht over het gezeul met het lijk van een niet erg betreurde echtgenote en moeder.

“Dit stuk”, aldus Marije Gubbels, “laat op een schitterende manier de overlevingsdrang van mensen zien en de rücksichtslosheid waarmee ze zich staande proberen te houden. In de op Ortons leven geïnspireerde film Prick up your ears van Stephen Frears zegt Orton dat Roof gaat over onschuldigen die gepakt worden, maar ik denk dat het gecompliceerder ligt. De zoon, Herman, heeft nooit van zijn moeder gehouden en haar man wil weliswaar een rosarium te harer nagedachtenis oprichten, maar ook bij zijn verdriet kun je vraagtekens zetten. Hij wil de buitenwereld doen geloven dat hij deugt, maar in feite is hij netzomin onschuldig als de anderen in het stuk.

“Ik wil voorkomen dat de figuren door alle absurde verwikkelingen in karikaturen veranderen. Het moeten mensen van vlees en bloed blijven, hoe extreem de gebeurtenissen soms ook zijn. Ik houd van een speelstijl die aan de ene kant de situatie uitvergroot en tegelijkertijd refereert aan de dagelijkse werkelijkheid.”

Marije Gubbels die aanvankelijk in Maastricht de opleiding tot regiedocent volgde maar naderhand besloot dat ze liever wilde regisseren omdat ze zichzelf “niet dramales in Schin op Geul zag geven”, heeft naar haar zeggen een voorkeur voor “theater dat op humoristische wijze de worsteling van de kleine mens met het leven toont.” Zoals Grillroom van Arnon Grunberg, een stuk dat zij vorig jaar op school ensceneerde waarna het twee weken als lunchvoorstelling in Theater Bellevue in Amsterdam was te zien.

Volgend seizoen waagt ze zich op een voor haar geheel nieuw terrein als ze in België een zelf gemaakte productie voor kleuters en een jongerenvoorstelling gaat regisseren. Daarnaast zal ze bij theatergroep Art & Pro als regieassistente werken met Frans Strijards.

Gubbels: “Het engste van afstuderen is: hoe ga je constructief een toekomst opbouwen. Ik heb een plan ingediend bij de Toneelschuur in Haarlem en ik zou het heerlijk vinden als ik zelf eens per jaar kan spelen in een Wim T. Schippers-achtig stuk waarin je de heks in jezelf naar boven mag halen. Regisseren brengt veel stress met zich mee omdat jij uiteindelijk voor alles verantwoordelijk bent. Soms denk ik dat ik wel een heel eenzaam beroep heb gekozen; aan de andere kant is het een enorme kick als het goed gaat en je mensen een leuke avond kunt bezorgen.”