Fokker

Wim Wennekes stelt in zijn bespreking (10 juni), dat mijn Fokker-biografie Dwarswind, niet het jongensboek is geworden wat het had kunnen zijn. In plaats van te schetsen hoe het luchtvaart-enthousiasme van de jaren tien, dat door heel Europa ettelijke honderdduizenden mensen in zijn greep hield, ook zijn uitwerking op Fokker niet miste, zo lees ik in Wennekes' stuk, had ik er beter aan gedaan de lezer in detail uit te leggen hoe de vijftienjarige Anthony op zijn zolderkamer in Haarlem vliegtuigjes zat te knippen van celluloid.

Zo had ik er, als ik Wennekes goed begrijp, ook beter aan gedaan bij mijn beschrijving van Fokkers vliegdemonstratie rond de Haarlemse St. Bavo in 1911, uit te wijden over het inscriptie op het horloge dat zijn vader hem cadeau deed, dan aan te tekenen dat het publieke succes van de vlucht de deur open zette naar een volgende vaderlijke kapitaalsinjectie ten behoeve van Anthony's kwakkelende nering als luchtvaartpionier. Ik had me, aldus Wennekes, bovendien beter moeten houden aan de tekst van Fokkers zelfverheerlijkende autobiografie De Vliegende Hollander uit 1931.

Wennekes wijst op een door mij 'vergeten' citaat van Fokker, waarin deze opgeeft over zijn nooit verflauwende ijver “de Duitsers het beste gevechtsvliegtuig te geven dat mijn brein maar kon uitdenken”. Wennekes leest blijkbaar onzorgvuldig, want het lijkt hem goeddeels te zijn ontgaan dat ik beschrijf op welke 'creatieve' manier Fokker aan sommige van die briljante ideeën kwam. Dat de constructieve principes van het vliegtuig waarmee hij in 1914 doorbrak letterlijk uit Frankrijk waren geïmporteerd, het basisprincipe van de machinegeweer-synchronisatie 'geleend' werd van de Zwitser Schneider, en zijn fameuze vrijdragende vleugel bij Junkers werd gepikt - Wennekes wenst het liever niet te weten. Zo wil hij er ook niet aan dat zijn mythische held wellicht een team ontwerpers en constructeurs achter zich had staan, in samenwerking waarmee hij zijn ideeën vormgaf.

Wennekes leest bovendien weinig zorgvuldig. Zo meent hij ten onrechte te hebben gelezen dat Fokker in 1925 'zijn' Amerikaanse bedrijf Atlantic simpelweg van een andere naam voorzag. Ondanks Wennekes' liefde voor detail moet het hem zijn ontgaan dat hier sprake was van de oprichting van eennieuwe, aandelen uitgevende holding-maatschappij, Fokker Aircraft Corporation, waarin Anthony Fokker slechts één van de belanghebbenden was.