Expositie over 400 jaar prostitutie; Met dank aan kerk en Calvijn

'In het leven. Vier eeuwen prostitutie in Nederland.' Historisch Museum Apeldoorn, Raadhuisplein 8. Di t/m za 10-17u, zo 13-17u. Entree: ƒ 2,50 + ƒ 2,50 expositie-toeslag. In 1998 is de expositie te zien in het Haagse Volksbuurtmuseum.

Margriet Soerstat heeft het geweten. Beschimpt door een glurende goegemeente zat ze een jaar lang te kijk in het Spinhuis. Ze was in 1695 als hoer opgepakt in een Amsterdams speelhuis - die internationaal bekend stonden door de aanwezigheid van lichte meisjes - en werd naar het vrouwentuchthuis gebracht, “omme met haer aanhebbende kleeding te pronck te sitten”. En om te spinnen, natuurlijk, want door verplicht lang en hard te werken, kon hoeren en ander onzedelijk vrouwvolk de discipline bijgebracht worden die hen voortaan op het rechte pad zou houden, zo was de gedachte.

Aan het einde van de zeventiende eeuw is prostitutie al lang verboden in Holland. Met dank aan de kerk en het calvinisme zijn de hoeren in de ban gedaan. Bordeelhouders en koppelaars worden stelselmatig bedreigd met schavot, geseling of verbanning. Daarnaast “sullen oock mede alle Hoeren en hoereije gebruyckende gestraft worden tot discretie van den Gerechte”. Niet dat het werkt overigens, want ondergronds blijft de prostitutie gewoon voortbestaan. Margriet Soerstat wint het op punten van Calvijn.

Het oudste beroep ter wereld heeft ook in Nederland een lange traditie. Het Historisch Museum Apeldoorn wijdt tot en met 31 augustus een expositie gewijd aan vier eeuwen prostitutie in Nederland. Prenten, foto's, attributen en boeken laten zien welke plaats de prostitutie in de Nederlandse samenleving innam. De expositie kwam tot stand in samenwerking met de Mr. A. de Graaf Stichting, instituut voor prostitutievraagstukken.

De houding van de samenleving ten opzichte van de hoer verschilt van eeuw tot eeuw, van samenleving tot samenleving. Tot de veertiende eeuw proberen de Nederlandse steden en dorpen de hoeren buiten de poort te houden. Vrouwen van lichte zeden wordt in verschillende steden 's avonds en 's nachts de toegang tot de stad ontzegd. In een gemeente als Tiel mag iedere man die in de avonduren een vrouw in een vest aantreft haar van de stadsmuren duwen zonder een overtreding te begaan.

Prostitutie is evenwel niet verboden - het wordt beschouwd als een onmisbaar verschijnsel. In de zestiende eeuw besluiten verschillende steden de seks-industrie avant la lettre te reguleren. De schout krijgt als enige toestemming een bordeel te exploiteren en spaart op deze manier zijn eigen salaris bij de gemeente uit. Hoeren die elders in de stad worden aangetroffen, worden “met een troep gemeene vrouwen afgehaald om openlijk en onder tromgeroffel en fluiten naar de stegen te worden gebracht” waar 'het leven' zich afspeelt.

Een cruciale datum in de geschiedenis van de prostitutie in Nederland is het jaar 1578, als Amsterdam zich van het katholicisme bekeert tot het calvinisme. In de loop der jaren laat het stadsbestuur de teugels, die in het begin zeer strak waren aangehaald, evenwel meer en meer vieren en aan het einde van de zeventiende eeuw is er sprake van een zeker gedoogbeleid. En zo is het - met periodes van strenger beleid - tot op heden gebleven. Nog altijd geldt in Nederland het bordeelverbod van 1991. Het ministerie van Justitie werkt weliswaar aan een wijziging van het betreffende wetsartikel, nog altijd zijn bordelen en is prostitutie officieel niet toegestaan.