De valse romantiek van een achterbuurt; Jordaan herdenkt kwart eeuw stadsvernieuwing

Vijfentwintig jaar geleden hing het voortbestaan van de Jordaan aan een zijden draadje. De Amsterdamse krottenwijk moest plaats maken voor nieuwbouw, een winkelcentrum en de metro. Maar de Jordaan kwam voor de zoveelste keer in de geschiedenis in opstand en bleef behouden. Komende week herdenkt 's lands meest geromantiseerde buurt dat een kwart eeuw geleden de stadsvernieuwing begon.

In zwermen komen ze 's zomers de buurt binnen: toeristen op gehuurde gele fietsen, hossende jongeren op boten, nieuwsgierige wandelaars, alleen of onder leiding van een gids. Gewapend met kaarten of formulieren met quizvragen. 'Wie de schrijver is van Woutertje Pieterse', willen ze van me weten, want de uitgezette puzzeltocht leidt naar het beeldje van Wouter en Femke uit de roman van Multatuli op de Noordermarkt.

Maar de meest gehoorde vraag, in vele talen gesteld aan de bewoners van de Amsterdamse Prinsengracht tussen Brouwersgracht en Noordermarkt luidt: 'Kunt u mij zeggen waar De Jordaan begint?' Als je dan, in de ochtendzon of avondluwte gezeten op je stoepje, met een weids gebaar 'hier' zegt, zie je de verbazing in de ogen van de vraagstellers. Want op het eerste gezicht is er niet veel bijzonders te zien aan 's lands meest bezongen en meest geromantiseerde buurt.

Bijzonder is anno 1997 voornamelijk dat de Jordaan nog bestaat en niet tegen de vlakte is gegooid, zoals het plan was. In 1968 kwam de gemeente Amsterdam met een rigoureus saneringsvoorstel. Het merendeel van de verkrotte huizen moest worden gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouwblokken, groenstroken, bredere straten, een winkelcentrum en een metrostation. De buurt van het Paling- (1886), Aardappel- (1917) en Jordaanoproer (1933) deed wat van haar verwacht kon worden: ze kwam opnieuw in opstand en de gemeenteraad haalde bakzeil. Op 22 juni 1972 plaatste wethouder van stadsontwikkeling Han Lammers zijn handtekening onder het Bestemmingsplan Jordaan.

Dat plan heeft er inmiddels toe geleid dat de buurt is opgeknapt. In de Westerstraat, in hetzelfde woonblok waar de dichter Lucebert werd geboren, heb ik die zegenrijke, kleinschalige stadsvernieuwing aan den lijve ondervonden. Omdat mijn tweekamerwoning elders in de Jordaan werd gerenoveerd, kreeg ik in de Westerstraat een wisselwoning aangeboden in een negentiende-eeuws hofje: een achterbuurt binnen de achterbuurt. Via een overdekte gang vol vuilnis, rottende troep en ratten kwam je in een verwilderd binnentuintje. Op de trap woonden een analfabeet, een gevaarlijke gekkin, een Jordanese mevrouw en wat studenten. Als ik uit het raam mijn volkomen asociale overburen bezig zag, bekroop me niet zelden het gevoel in een open inrichting te zijn beland. In mijn twee kamers stonden de vloeren bol van het vocht, de keuken heette in het Jordanees 'spoelhok' (niet meer dan een gebarsten gootsteen) en daarachter had een vorige bewoner een douche gebouwd waar de pissenbedden van de Westerstraat en omgeving hun massameetings hielden.

Maar in de zomer was de tuin groen en werd ik 's ochtends gewekt door vogels. Nooit wilde ik meer weg, en bleef zitten, totdat begin jaren tachtig ook het hofje moest worden opgeknapt. De renovatie was geweldig: halve woningen waren tweekamerwoningen geworden, tweekamerwoningen vierkamerwoningen, tuinen waren samengevoegd tot een gemeenschappelijk park en wie wilde, kon terugkomen voor een huur van nog geen ƒ 300. De meeste oorspronkelijke Jordanezen keerden niet terug en dus woonde ik voor het eerst midden in de Jordaan zonder de spreekwoordelijke autochtone buurvrouw die me beloerde en eiste dat ik de trap schoonmaakte.

Omdat ik inmiddels de gelukkige huurder ben van een huis met een eigen voordeur en een eigen trap weet ik niet meer of ze nog bestaan: de tantes Griet, Stien en Sjaan die zich op hoge toon overal mee bemoeiden, die niets moesten hebben van studenten en andere import en met wie je maar beter geen ruzie kon krijgen. Ik denk dat de meeste 'tantes en omes' verdwenen zijn naar Almere, maar misschien zie ik ze zondag terug in de Westerkerk - die officieel niet bij de Jordaan hoort, omdat hij aan de 'verkeerde kant' van de Prinsengracht ligt, maar als markeringspunt altijd het hart van de buurt is geweest.

In de Westerkerk wordt op 22 juni de redding van de buurt gevierd met de opening van de manifestatie '25 jaar stadsvernieuwing Jordaan'. Dan ook zullen de eerste exemplaren van de in vier talen uitgevoerde, schitterende gids Wandelen langs oud en nieuw in de Jordaan worden uitgereikt, al weet men nog niet aan wie. “De één moet in de Noord-Jordaan en de ander in de Zuid-Jordaan goed bekend zijn. Anders krijgen we weer ruzie in de tent”, aldus de organisatie.

De Jordaan is, anders dan velen denken, geen aaneengesloten buurt. De twee kilometer lange strook, van Brouwersgracht tot Leidsegracht en begrensd door Prinsengracht en Lijnbaansgracht, wordt doorsneden door de Rozengracht. Het stuk Brouwersgracht-Rozengracht is de Noord-Jordaan, voorbij de Rozengracht spreekt men van Zuid-Jordaan. Hier bevindt zich, rondom een vrolijk beschilderd transformatorhuisje, het Johnny Jordaanplein, compleet met borstbeeld van de zanger van het Amsterdamse levenslied. Hier probeert buurtcafé Rooie Nelis het Jordaan-gevoel levend te houden en klanten te trekken met loeiharde schlagers over de Oude Wester. Dat Jordaan-gevoel is kitsch, gebaseerd op heimwee naar vooroorlogse tijden toen de Jordaan nog een overbevolkte achterbuurt was, waar iedereen op straat zat omdat de huizen te klein waren en waar het stonk als een oordeel omdat de tonnetjes met poep in de gracht werden leeggekieperd. Ten noorden van de Rozengracht bespeelt alleen café Nol, met zijn roodpluchen inrichting, kroonluchters en oorverdovende Jordaan-muziek, nog deze sentimenten.

Echte Jordanezen vinden dat alleen het noordelijk deel de naam Jordaan verdient. Deze mensen, herkenbaar aan een accent met veel neusklanken en een enigszins zure humor, hebben ongelijk. De Jordaan beslaat het hele gebied dat begin zeventiende eeuw ten westen van de Grachtengordel werd aangelegd voor minder draagkrachtige burgers en toen het 'Nieuwe Werck' heette.

Pas na 1710 raakte het begrip Jordaan in zwang. Sommigen denken dat de naam een verbastering is van jurisdictie, de aanduiding van de strategische strook grond die zich een kleine vierhonderd meter buiten de vestingwal uitstrekte. Anderen menen dat de buurt haar naam ontleent aan een huis op de hoek van de Jordanengang en de Lindengracht. Een gangbare opvatting is ook dat het eerste deel van de Prinsengracht door Franse immigranten is vernoemd naar het riviertje Jordanne. De meest gehoorde verklaring is echter dat Jordaan is afgeleid van het Franse Jardin (tuin), omdat vrijwel alle straten (Goudsbloemstraat, Anjeliersstraat, Bloemgracht) naar bloemen genoemd zijn.

Wie de buurt nu ziet, kan zich niet meer voorstellen dat de Jordaan veertig jaar geleden het armste en minst populaire deel van de stad was. Het gemiddelde inkomen lag er in 1955 op ƒ 2350 per jaar. Voor de rest van Amsterdam was dat ƒ 3200. Uit een onderzoek uit 1961 bleek dat de Jordaan de allerlaatste plek was waar Amsterdammers wilden wonen.

Hoe een toerist de opgeknapte krottenwijk ervaart, kan ik me als jarenlange bewoner niet voorstellen. Vóór de stadsvernieuwing woonde ik in de Zuid-Jordaan, niet ver van de Lauriergracht, waar Multatuli het huis van Droogstoppel, makelaar in Koffie, situeerde. Dit wijkje met zijn lekkende krotten was begin jaren zeventig een paradijs voor studenten en krakers. Nu is de buurt aanzienlijk luxueuzer geworden. De halve woningen waar ik als student met mijn eerste liefde samenwoonde en vrijwel huis aan huis De Waarheid bezorgde, zijn verdwenen. De bouwvallen met hun stinkende portalen zijn vervangen door glimmende nieuwbouw. Maar behalve wat cafe's en eethuizen, antiekmarkt de Looier, vrouwenboekhandel Xantippe en discotheek Mazzo hebben buitenstaanders er waarschijnlijk weinig te zoeken.

Voor de buurtbewoners blijft het goed toeven op hun stoepjes, vooral nu de gids Wandelen langs oud en nieuw in de Jordaan de toeristen definitief tot zwijgen zal brengen. De gids doet namelijk uit de doeken waar de Jordaan begint en ophoudt, wie Multatuli en Theo Thijssen waren, aan welke dwarsstraat of gracht Rembrandt en Breitner woonden, hoe de mooiste hofjes te vinden zijn en waar, aan de overkant van de Prinsengracht, Anne Frank zat ondergedoken.

INFORMATIE

Vanaf 22 juni organiseert de Stichting Stadsvernieuwing Jordaan een maandenlange Jordaan Manifestatie. Het traditionele Jordaanfestival in de nazomer (veel muziek en cabaret) wordt grootser aangepakt dan andere jaren. In september verschijnt het boek 'De Jordaan gaat nooit verloren' met bijdragen van onder anderen Richter Roegholt, Roelie Meijer en Eric Kurpershoek. Van 4 september tot en met 19 oktober is er in de Westerkerk een tentoonstelling over een kwart eeuw stadsvernieuwing Jordaan.

Het rijk geïllustreerde en van kaarten voorziene gidsje 'Wandelen langs oud en nieuw in de Jordaan' beschrijft drie wandelingen van ongeveer twee uur. De tochten gaan langs gevelstenen, hofjes en steegjes die zelfs rasechte Jordanezen nog moeten ontdekken, maar ook langs 'Ons Huis', Rozenstraat 8-10, Nederlands eerste Volkshuis, dat nu gebruikt wordt door de homo-vereniging COC. De wandelgids is verkrijgbaar bij het VVV (tel 020-4200079) en bij de boekwinkel Island International Bookstore, Westerstraat 15.

De Westerkerk, met onder andere het graf van Rembrandt, en Westertoren zijn opengesteld voor bezoekers. De Noorderkerk kan zaterdags van 11-13u worden bezocht. Naast de Westerkerk (en dus eigenlijk niet in de Jordaan) is het Anne Frankmuseum: Prinsengracht 263. Geopend: ma t/m za 09-17u, 1 april t/m 31 aug tot 19u geopend. Wel een echt Jordanees museum is het Nederlands Piano- en Pianola museum: Westerstraat 106/1. Geopend zo 14-17u. Voor andere tijden op afspraak, tel 020-6279624.

Betrekkelijk nieuw is het Theo Thijssenmuseum in het geboortehuis van de schrijver, schoolmeester en socialist: 1e Leliedwarsstraat 16. Do t/m zo 12-17u. Aan het begin van de Lindengracht, bij de Brouwersgracht, is bovendien een bronzen beeld van Theo Thijssen, gemaakt door Hans Bayens.

Veel kleine middenstand is in de loop der jaren uit de Jordaan verdwenen. Er zijn nu voornamelijk nog kledingwinkels en zaakjes waar curiosa worden verkocht. De meeste winkels zijn op de Elandsgracht, de Rozengracht en de Westerstraat, verreweg de leukste vind je in de dwarsstraten tussen Westerstraat en Bloemgracht, achtereenvolgens: 2e Anjeliersdwarsstraat, 2e Tuindwarsstraat, 2e Egelantiersdwarsstraat en 1e Leliedwarsstraat en in de Goudsbloemdwarsstraten tussen Lindengracht en Goudsbloemstraat.

Cafés zijn er te veel om op te noemen. Bijzonder mooi en sfeervol is het oude Jordaan café Papeneiland (Prinsengracht 2), gevestigd in een pand uit 1642, zonder muziek en met het mooiste uitzicht van de stad, vooral 's zomers op het terras. Verder is, in dit genre, café 't Smalle (Egelantiersgracht 12) aan te bevelen. Eten kan, als de zon schijnt, in veel gevallen op de stoep, vooral in de restaurants op de Lindengracht, de Noordermarkt en in de Westerstraat.

De mooiste boeketten van de Jordaan en misschien wel van Amsterdam koopt men bij Pompon, Prinsengracht 8.

De Zuid-Jordaan heeft als trekpleisters Antiekmarkt De Looier (Elandsgracht 109), omgeven door vele cafés en een 'diervriendelijke slager', en verder: Vrouwenboekhandel Xantippe (Prinsengracht 290), de Kinderboekhandel (Rozengracht 34), de English Bookshop (Lauriergracht 71) en, vlakbij Discotheek Mazzo (Rozengracht 114) en de Duitse boekwinkel Die weisse Rose (Rozengracht 166).