De andere zijde van de varkenspest

De een zijn dood is de ander zijn brood. De varkenshouders in het noorden van het land profiteren van de varkenspest in het zuiden. Door de daling van het aanbod van varkensvlees kan nauwelijks aan de vraag worden voldaan. 'Het was een heel leuk voorjaar.'

DEN HAAG/'T ZANDT, 19 JUNI. Varkenshouder M. Schoenmakers uit het Groningse 't Zandt tuurt naar zijn computerscherm. Hij is net ingelogd op de termijnmarkt voor biggen en varkensvlees, die een indicatie geeft van hoe de prijzen zich in de komende tijd zullen ontwikkelen. “Hmmm, het wordt wel een leuk jaar”, zegt Schoenmakers minzaam.

De varkenspest die op 4 februari in het Brabantse Venhorst uitbrak heeft inmiddels honderden bedrijven in Zuid-Nederland lamgelegd. De stallen staan leeg en tientallen boeren dreigen failliet te gaan. De varkenshouders in Noord-Nederland maken daarentegen goede tijden door. “Het zijn de zegeningen van de vrije markt”, zegt de 31-jarige Schoenmakers met een glimlach. Hij wil er niet van horen dat de boeren uit het noorden profiteren van de varkenspest, dat klinkt zo vervelend. Bovendien zijn er ook voor hem en zijn collega's problemen. Zo begint het biggenoverschot ook in veel stallen in Noord-Nederland problemen op te leveren. Maar dat het goed gaat, kan Schoenmakers niet ontkennen.

Doordat het aanbod van varkensvlees is gedaald, kan nog amper aan de vraag worden voldaan. Elke vrijdag komen varkenshandelaren bijeen in het Vleutense café-restaurant De Tol. Een commissie van handelaren stelt daar de 'verwachtingsprijs' vast. Twee maanden geleden werden er records gebroken in Vleuten. Met een krijtje werd de prijs per kilo op een bordje geschreven: vijf gulden. De hoogste prijs in meer dan zes jaar. Varkensboeren in het noorden van het land die tegen die tijd hun mestvarkens op de markt brachten, hebben volgens P. Thijsse, voorzitter van het bedrijfschap voor de handel in vee, profijt gehad van de hoge prijzen. “Op een gegeven moment zijn de prijzen door een tekort aan vlees omhooggeschoten. Als er ergens een gat ontstaat wordt dat echter weer opgevuld na verloop van tijd. Zo zijn er varkens uit andere delen van Europa geïmporteerd. Nu schommelen de prijzen weer rond de vier gulden per kilo”, zegt Thijsse.

“Ik heb toen goed verdiend”, zegt varkensboer Schoenmakers over die uiterst winstgevende periode. Een gemiddelde varkenshouder, die in die weken zestig varkens per week bij de slacht afleverde, verdiende zo zesduizend gulden meer dan anders, zegt hij. Volgens varkenshouder A. Geijsel uit het Friese Een-West was die periode kort maar krachtig. “We hebben een heel leuk voorjaar achter de rug.”

Maar ook de huidige prijs is voor de boeren in het noorden aantrekkelijk genoeg om zoveel mogelijk varkens te houden. Bedrijfsadviseur H. van Dijk van de accountantsgroep GIBO, gespecialiseerd in de landbouw, schat de extra inkomsten voor de noordelijke vleesvarkensbedrijven, die biggen van vermeerderingsbedrijven aankopen en vervolgens vetmesten, dit jaar op zeker dertigduizend gulden. “Dat is toch een half inkomen voor een gemiddelde varkensboer”, aldus van Dijk.

Het Tweede-Kamerlid Stellingwerf (RPF) vindt dat er een heffing moet worden ingesteld op de hoge prijzen die noordelijke boeren krijgen voor hun varkens. “Het zou moreel gezien juist zijn als een deel van het geld in een fonds wordt gestort, dat beschikbaar komt voor boeren in het zuiden die aan de grond zitten. Het is niet juist om in deze situatie een houding te hebben van 'de één zijn dood is de ander zijn brood',” aldus Stellingwerf. De productschappen voor Vee, Vlees en Eieren zien echter weinig in een dergelijk plan. “De prijsstijgingen waren incidenteel en lang niet alle boeren hebben daarvan geprofiteerd”, aldus een woordvoerder.

De incidentele recordverhoging was weliswaar van korte duur, maar nog steeds ligt de prijs nu dertien cent hoger dan in 1996, dat al een goed jaar was voor de varkenssector. Een varkenshouder met duizend plaatsen en de gebruikelijke bezetting van negentig procent zet per jaar 2.700 varkens af. De varkens gaan naar de slacht als ze zo'n 115 kilo wegen. Geslacht leveren ze dan negentig kilo vlees op. De extra verdiensten bij een meerprijs van dertien cent ligt voor die varkenshouder op ruim dertigduizend gulden in een jaar. Het is een voorzichtige schatting. Bedrijfsadviseur Van Dijk acht het niet ondenkbaar dat dit jaar de gemiddelde prijs voor de vleesvarkens wel dertig cent hoger komt te liggen, waardoor het voordeel per jaar op zeventigduizend gulden zou komen.

De varkenshouders in Noord-Nederland zijn niet happig om over hun hogere inkomen te praten. “Je moet je niet blind staren op die hoge vleesprijzen. De fokzeughouders hebben door de varkenpest grote problemen”, zegt Geijsel. Fokzeughouderijen, ook wel vermeerderingsbedrijven genoemd, fokken biggen en verkopen deze aan vleesvarkenshouders als de dieren ongeveer 25 kilo wegen. De bedrijven zitten nu door het exportverbod van levende varkens en de beperkte vraag in het binnenland met een overschot.

Varkensboer Schoenmakers uit 't Zandt heeft zelf nog geen problemen, omdat hij een gesloten bedrijf heeft. “Er gaan hier alleen maar varkens uit.” Hij fokt zowel biggen als vleesvarkens. Schoenmakers, zoon van een Brabantse boer, kocht de boerderij bijna zes jaar geleden op. “In het noorden is nog ruimte. De milieu-eisen knellen niet zo, er is genoeg land om je mest kwijt te raken en er zijn mogelijkheden voor uitbreiding”, zegt hij in de kamer waar hij zijn administratie voert. Hoewel de varkenspest ver weg is, en de risico's bij een gesloten bedrijf gering zijn, mag niemand die er niets te zoeken heeft in zijn stallen komen. “Ik neem geen enkel risico.”

Fokzeughouders hebben wat prijzen betreft nog geen voordeel gehad. De gemiddelde prijs ligt dit jaar op 114 gulden per big, net zoveel als in dezelfde periode van vorig jaar. “Maar zij hebben nog iets in het verschiet”, zegt bedrijfsadviseur Van Dijk. “Als de varkenspest voorbij is, komt er in één keer een enorme vraag naar biggen. De prijs zal dan behoorlijk stijgen.”

Ondanks deze verwachting pleiten noordelijke varkensboeren voor een 'status aparte', omdat ze hun biggen graag snel willen exporteren. Varkensboer Geijsel: “Noord-Nederland is risicovrij. Je zou de schade voor de varkenssector beperken als je het exportverbod voor deze regio zou opheffen. Dat mag dan best onder strenge voorwaarden.” Van het opheffen van een exportverbod zal voorlopig echter geen sprake zijn, nu zich nog bijna dagelijks nieuwe gevallen van varkenspest voordoen. Maar op de binnenlandse markt valt voor de noordelijke boeren voorlopig voldoende af te zetten. Zeker nu de import van varkens uit Oost-Europa aan banden dreigt te worden gelegd. Varkenshouder Schoenmakers: “Ik wens het zuiden onze problemen toe.”