Conflict over Nederlandse muziek blijft

DEN HAAG, 19 JUNI. Staatssecretaris Nuis (OCW) mag niet zonder een voorafgaande wettelijke regeling de Nederlandse orkesten dwingen minimaal zeven procent Nederlandse muziek uit te voeren. Het Koninklijk Concertgebouworkest, dat tegen die maatregel een beroepsprocedure was begonnen, heeft van de Commissie voor de bezwaarschriften van OCW gelijk gekregen.

De bepaling is mogelijk in strijd met artikel 7 van de Grondwet over de vrijheid van meningsuiting. De commissie vindt de norm ook zo vaag geformuleerd, dat er geen sanctie aan kan worden gekoppeld.

Staatssecretaris Nuis legt zich echter na overleg met de Landsadvocaat niet neer bij een gedeelte van de beschikking. Nuis vindt dat hij bij subsidieverlening voorwaarden mag stellen om te bereiken dat overheidsdoelstellingen worden nagestreefd. Wel is hij bereid zich neer te leggen bij de uitspraak van de commissie dat orkesten geen boetes in de vorm van kortingen op de subsidies kunnen worden opgelegd. Nuis zegt in zijn reactie op het verwijt dat hij de norm niet helder had geformuleerd, dat hij de orkesten niet in een strak keurslijf wilde dwingen, maar ruimte wilde laten voor overleg.

De zeven procent-norm was vorig jaar opgenomen in de Cultuurnota, die door de Tweede Kamer is goedgekeurd. De orkesten voerden daar principiële bezwaren tegen aan, omdat ze zich beknot voelen in hun artistieke vrijheid. De Commissie voor de bezwaarschriften is niet toegekomen aan behandeling van mogelijke strijdigheid van de zeven procent-maatregel met Europese regels. Volgens Nuis is er binnen het EG-verdrag ruimte voor dit soort beleid.

De orkesten en de staatssecretaris bereikten buiten deze procedure om onlangs overeenstemming over het streven om meer Nederlandse muziek te spelen. De orkesten zullen daarvoor zelf een plan opstellen en dat in oktober aan Nuis en de Raad voor Cultuur voorleggen. De orkesten stellen zich op het standpunt dat bij uitvoeringen de kwaliteit van de muziek voorop staat.