Beelden van gevangen verlangens

Kogelvrij, Ned.1, 21.59-22.49u.

Vliegers proberen los te raken van de grond. Opgelaten door een groepje jongens in een hoog omheinde tuin slaan ze telkens weer tegen de grond. Eentje met een Turkse vlag blijft hangen aan het prikkeldraad van het hek. Een andere botst tegen het bord naast de basket van een sportveld. Met die beelden begint de documentaire Kogelvrij van Hanno Ambaum over een groep criminele jongens tussen de 12 en 18 jaar die in de rijksinrichting Den Heijacker in Breda wachten op hun veroordeling of plaatsing elders.

Na de nogal symbolische openingsbeelden met de vliegers gaat de camera naar binnen en eindigt in close-up voor een kijkgat in een deur. Aan de andere kant stuitert iemand beeldvullend een sinaasappel tegen het raampje. Dan gaat de camera de cel in en eindigt het klassiek gefilmde deel van deze documentaire. Vanaf dat moment is het een montage van door de jongens zelf met een videocamera gefilmde scènes.

Voor het scenario van Kogelvrij kreeg Ambaum in december 1995 de realiseringsprijs van het documentaire filmfestival IDFA. Een half jaar later gaat hij naar Den Heijacker in Breda. Ambaum leert de jongens omgaan met een videocamera en geeft ze dramalessen. Met praten en voetballen wint hij het vertrouwen. Om de beurt krijgen ze de camera mee en het zijn hun eigen beelden die de documentaire aangrijpend maken.

Het blijken allemaal jongens die je op straat dagelijks tegenkomt. Maar je weet dat ze iets op hun geweten hebben. Met de camera op statief of uit de losse hand verhalen ze over hun leven in de inrichting en de wereld daarbuiten.

Ze hebben heimwee naar de vrijheid en klagen over de ontrouw van een vriendinnetje. Berouw is schaars. Moharem, een jonge zigeuner, is woedend op ene Jimmy die hem verraden heeft. “Ik pak 'm nog wel als ik weer vrij ben.” Iemand schopt in beeld tegen een raam om te laten zien dat het niet kapot kan. Een andere jongen filmt de zon die in de kamer schijnt en ziet daar enkel pesterij in.

De beelden zijn pakkend, omdat er geen enkele objectiviteit meer is. Je moet naar de jongens luisteren zonder dat iemand hun verhaal relativeert. En je weet niet of wat ze zeggen waar is.

In het begin is het moeilijk om de draad van de documentaire vast te houden. De beelden van de zeven jonge delinquenten lopen ruw in elkaar over - de gekozen vorm laat een verhaal vertellen maar beperkt toe. Het lijkt een natuurfilm met wilde dieren opgesloten in een dierentuin.

Maar na enige tijd leer je ze kennen. Je krijgt medelijden met de jongen die langzaam wegzakt op zijn bed in een hoek van de kamer en verlangend vertelt over hoe schitterend zijn door drugs beïnvloede avonturen met meisjes waren. Zonder was hij verlegen, maar met een pilletje kreeg hij een echte 'lulkick' en praatte iedereen de oren van het hoofd. Het is schrijnend om een gevangene te zien verlangen naar een vervormde werkelijkheid.

In de weken dat de camera over de afdeling van Den Heijacker circuleerde schoten de jongens bij elkaar meer dan 30 uur film. Ambaum gebruikt dat ruwe materiaal om de mensen te laten zien zoals zij zichzelf presenteren. Hij vindt dat je in een normale documentaire met interviews al snel de antwoorden krijgt die je graag wilt hebben. En clichébeelden wilde hij vermijden. “Het zijn gewoon geen zielige jongens. Geen slachtoffers van omstandigheden. Maar slechts een enkeling is zich ervan bewust dat hij iets onherroepelijks heeft gedaan.”

Door ze een camera te geven hoopt Ambaum aan dat bewustzijn bijgedragen te hebben. Want hij wilde meer dan alleen maar een documentaire maken. “We moeten wat met die jongens doen, anders wordt het echt linke soep. Over de kansen dat het lukt, zou je somber kunnen zijn.”