BALLEN

Er zijn drie types tennisballen: compressieballen, compressieloze ballen en - sinds kort - een kruising van de eerste twee. Ballen mogen pas tennisballen heten, als ze aan diverse criteria voldoen. Zo mogen ze een bepaalde diameter niet overschrijden, de kleur kan niet oneindig worden gevarieerd, de buitenkant mag niet te langharig zijn, als er naden op zitten, moeten die stikselloos zijn - en zo meer. Volgens de Tennisbond was er vroeger wel sprake van inferieure kwaliteit, maar zijn heden ten dage nauwelijks minderwaardige tennisballen in de handel.

Dit maakt dat uitsluitend psychologische factoren en koopkracht een rol spelen bij de aanschaf.

Compressieballen staan, het woord zegt het al, onder druk. De veerkracht en de hardheid worden bepaald door de overdruk in het inwendige. Als ze eenmaal uit de metalen koker zijn gehaald waarin ze doorgaans worden verkocht, is de houdbaarheid van deze ballen beperkt tot circa drie maanden. Dit komt doordat de rubberen of kunststoffen wand poreus is. In de bewaarkokers blijven de ballen daarentegen goed, doordat daarin juist een overdruk bestaat ten opzichte van de ballen. De compressieloze ballen kennen dit nadeel niet. Hun veerkracht ontlenen ze aan de materiaaleigenschappen van de wand. Dit heeft als voordeel dat ze langer meegaan, maar een nadeel is dat het materiaal veel stugger moet zijn om de elasticiteit van de compressieballen te evenaren. De kruising van de eerste twee types tennisballen combineert de goede eigenschappen. Zo is er een beetje overdruk, maar die neemt, wanneer de ballen uit de koker zijn gehaald, slechts heel langzaam af. En het toegepaste materiaal is minder stug. Tennisbonden krijgen van fabrikanten geld om het predikaat 'officiële bondsbal' aan hun ballen te geven. Deze mededeling is geen kwaliteitskeurmerk, maar een truc van de fabrikant tegen goedkope parallelimport. Ballen met dit stempel zijn zeker niet slechter dan de goedkope producten in discountwinkels.