Afrikaanse leiders verdienen kans

Het protest van Europa tegen de massaslachtingen in Oost Zaïre klinkt tamelijk hypocriet, meent Jan Pronk. Europa is immers niet in staat geweest een consistent Afrika-beleid te ontwikkelen.

Op 24 mei beschreef Koert Lindijer in een artikel met als sub-kop 'De paniek van de dinosauriërs', hoe de gebeurtenissen in Congo gezien moeten worden als uitvloeisel van eerdere ontwikkelingen in Oeganda, Ethiopië en Eritrea, en hoe die gebeurtenissen op hun beurt weer gevolgen zullen hebben voor andere landen in Afrika. Inderdaad zal de nieuwe situatie die in Congo is ontstaan, zijn weerslag hebben op bestaande conflicten in Oeganda, Rwanda, Burundi en Angola. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat de opstand tegen - wat Lindijer de dinosauriërs noemt - zich via Congo-Brazzaville uitbreidt naar West Afrika, waar leiders als Eyadema, Bongo en Patasse de gebeurtenissen in Congo met argusogen volgen. En in Lindijers eigen Kenia beseft Arap Moi, dat de 'wind of change' ook in zijn land zal opsteken.

Althans, het valt te hopen dat hij dat beseft en zich bereid toont de pluriformiteit van Kenia te erkennen en de rechten te respecteren van degenen die het niet met hem eens zijn. Zo niet, dan zou deze 'wind of change' ook in Kenia wel eens tot een storm kunnen aanwakkeren.

Het is van groot belang, dat de huidige veranderingen grotendeels het gevolg zijn van Afrikaanse inspanningen zelf. Het uiteindelijke einde van het Mobutisme is het resultaat van een Afrikaans proces. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, sprak onlangs van een drietal 'golven' van ontwikkelingen in de recente geschiedenis van Afrika.

De eerste was die van dekolonisatie en de strijd tegen apartheid. De tweede golf werd gekenmerkt door burgeroorlogen, militaire regimes en economische stagnatie. Annan betoogde, dat nu de eerste contouren van een derde golf zichtbaar worden. Een golf waarin vrede centraal staat en die gebaseerd is op democratie, mensenrechten en duurzame ontwikkeling.

De belangrijkste voorwaarde voor het succes van deze derde golf is dat de Afrikaanse volkeren zelf bepalen, wie het volk zal leiden. De tweede voorwaarde is respect voor mensenrechten. De vraag is, of de ontwikkelingen geschetst in Congo-Kinshasa behoren tot de tweede of de derde golf. Gaat het om een nieuwe wisseling van de macht tussen elites, zoals die zich bijvoorbeeld weer lijkt af te spelen in Congo-Brazzaville? Zijn in Congo-Kinshasa Afrikanen en door hen gekozen leiders de drijvende krachten achter de omwenteling, of zijn het weer leiders, die zich zelf als zodanig opwerpen, belust op macht, niet wezenlijk geïnteresseerd in de natie, doch alleen in de staat?

Die vraag is thans nog niet definitief te beantwoorden. De vraag zal bovendien eerst door Afrikanen zelf beantwoord moeten worden, niet door Europeanen of Amerikanen. De door hen te vroeg gegeven en te lang volgehouden antwoorden op vragen omtrent de Afrikaanse identiteit hebben die identiteit fundamenteel geweld aangedaan, bijna door heel het continent heen. Dat was zo in de tijd van de slavenhandel, in het koloniale tijdperk daarna en ook na de dekolonisatie toen Oost en West, verwikkeld in de Koude Oorlog, Afrika zagen als een wingebied voor invloedssferen. Daar heeft Mobutu lang garen bij gesponnen, en zijn volk heeft daar zwaar onder geleden. Geen wonder dat Kabila pogingen vanuit Europa, in de afgelopen maanden verricht, om delen van de oude politieke klasse te doen betrekken bij een in Zaïre te vestigen overgangsbewind wantrouwt.

Europa wordt terecht gewantrouwd. Ook wanneer ditzelfde Europa haar stem verheft tegen massaslachtingen in Oost-Zaïre. Dit protest is terecht, maar hetklinkt tamelijk hypocriet: nog geen half jaar geleden is er gewaarschuwd dat deze massale slachting van mensen zou gaan plaatsvinden. Daarop besliste de Veiligheidsraad, met Europese steun, dat dit voorkomen zou worden door een humanitaire vredesmacht te sturen, doch die beslissing is nooit uitgevoerd.

Onbegrijpelijk, want het waren dezelfde landen die de beslissing namen en die de beslissing dienden uit te voeren. Thans wordt het nieuwe regime in Kinshasa verantwoordelijk gehouden. Die verantwoordelijkheid is er, ook wanneer het AFDL niet zelf heeft gemoord, doch de mogelijkheid daartoe voor anderen, bijvoorbeeld Tutsi-eenheden uit Kivu of Rwanda, heeft geschapen. Maar het is een medeverantwoordelijkheid en ook Europa draagt schuld, schuld vanwege stelselmatige nalatigheid, tenminste vanaf begin 1994.

Het is goed dat Afrikaanse leiders het voortouw nemen en de ontwikkelingen op hun eigen continent bepalen. Dit betekent echter geen vrijbrief voor internationale afzijdigheid. De internationale gemeenschap heeft een rol te spelen en moet na jarenlang onderdeel te zijn geweest van het Afrikaanseprobleem, onderdeel worden van Afrikaanse oplossingen. In het geval van Congo heeft de internationale gemeenschap gefaald. Het bleek voor de Europese Unie niet mogelijk om tot een consistent Europees beleid voor de regio te komen. Uiteenlopende invalshoeken en verschillende belangen speelden een te grote rol. De conclusie van een onderzoek uit 1996 was, dat 'the European Union has failed to project its influence on the world stage'.

Deze conclusie is ook zonder meer op Congo van toepassing. Het ontwikkelen van een Europees buitenlands beleid met name voor gewelddadige conflicten, die zich afspelen binnen staten moet grote prioriteit worden gegeven. Juist de situatie in Congo heeft verstrekkende gevolgen voor de rest van Afrika en vraagt om zo'n gemeenschappelijke opstelling. In Afrika wordt thans de roep gehoord om het vertrek van de Mobutu's. Dat zou het begin kunnen zijn van de derde golf van Kofi Annan. In een aantal landen heeft die zich al voltrokken: in Mali, en in Ethiopië bijvoorbeeld. Wat moet daarbij de Europese opstelling zijn? Met betrekking tot Congo heb ik eerder de woorden 'constructief, kritisch engagement' gebruikt. Engagement, dat is wat anders dan hetzij de manipulatie of de negatie die Afrika van de kant van Europa doorgaans ten deel is gevallen.

Constructief: waar een nieuwe generatie leiders een einde maakt aan een autocratisch en corrupt regime verdient die een kans, of tenminste het voordeel van de twijfel. Kritisch, want er blijven altijd vragen over het democratisch gehalte van het nieuwe regime. Hoe pluralistisch zal een nieuw bewind blijken te zijn? Hoe zal het zich opstellen ten opzichte van de oppositie? Is het bereid de economie ten dienste te stellen van de hele natie in plaats van een klasse of elite? Zal het nieuwe bewind zich werkelijk nationaal opstellen of vervallen in dezelfde fouten van een vorig regime, dat het soms ook goed bedoelde? Dat zijn de vragen die in een constructieve, kritische dialoog gesteld moeten worden aan Meles Zenawi, Museveni, Konare, Kagame en Kabila. Stoelend op vertrouwen, niet op naïviteit.

Ik hecht er aan, dat ook in Congo een democratisch proces op gang komt, al zal dit niet een proces naar westers democratisch model kunnen zijn. Belangrijker dan de vorm van de democratie is het wezen daarvan. De vorm mag verschillen, het wezen mag niet worden aangetast. Het wezen van dedemocratie is de garantie van de mensenrechten. Die garantie moet bepalend zijn voor de relatie met het nieuwe regime. Dat geldt ook voor de positie van de Europese Unie. Mensenrechtenschendingen vormen een aantasting van de waarden, die de lidstaten van de Unie hoog in het vaandel dragen.

Eensgezind optreden van de internationale gemeenschap en met name de Europese Unie, die het constructieve, kritische engagement normeert vanuit de universele waarden van de rechten van de mens in plaats van het eigen politiek of economisch belang vormt de beste methode voor dezelfde internationale gemeenschap om deel te worden van de Afrikaanse oplossingen.

Op de kortst mogelijke termijn zal zo'n Afrikaanse oplossing gevonden moeten worden voor het probleem van de Rwandese vluchtelingen. Het Westen zal eindelijk daar ook deel van moeten uitmaken. Om het Westen daartoe te dwingen is het van belang dat kritische rapporten van internationale organisaties, van NGO's, van de pers ons blijven bereiken, om ons politici op onze mede-verantwoordelijkheden te wijzen.