Verkracht in de oorlog

Verkrachting: een oorlogsmisdaad, Ned.1, 22.39-22.34u.

“Slapen kan ik nog steeds niet. Steeds weer zie ik Serviërs die binnenkomen, een naam noemen en een vrouw meenemen.” Nezreta is een Bosnische moslim. Ze is ook rechter. En ze is verkracht, in de oorlog, vele keren, door de Servische bewakers van het gevangenkamp Omarska.

Nezreta komt in de documentaire Verkrachting: een oorlogsmisdaad aan het woord, met twee lotgenoten die het kamp overleefden, Biba, een moslim, en de Bosnisch-Kroatische Jedrenka. Zij woonden aan het begin van de oorlog in Prijedor in het noorden van Bosnië. Toen de oorlog uitbrak, stuurde Nezreta haar man weg, want de Serviërs zouden moslim-vrouwen wel met rust laten. Daarin vergiste ze zich: ze werd in Omarska opgesloten, waar duizenden moslim-mannen uit Prijedor en omstreken gevangen zaten. Omarska was de hel op aarde: maandenlang werd er gefolterd en gemoord.

In het kamp zaten 36 vrouwen, onder wie Biba, Jedrenka en Nezreta. Overdag werden ze gedwongen toe te kijken hoe de mannen werden gefolterd en moesten ze het bloed opruimen. 's Nachts werden ze opgehaald en verkracht - vrijwel elke nacht. Veel van die 36 vrouwen werden vermoord. Troost of hoop was er niet: “De enige troost is dat we elkaars handen konden vasthouden”, zegt Jedrenka. Zij overleefden - maar het trauma is diep: “Zelfs als je je eens goed voelt komt al gauw de gedachte: je mag je niet vermaken”, zegt Biba.

De documentaire van Shelley Saywell geeft aan de hand van de verhalen van de drie een beeld van verkrachting als oorlogsmisdaad. Die verhalen worden afgewisseld met de commentaren van juristen en onderzoekers die zich voor het Haagse VN-tribunaal voor de berechting van oorlogsmisdadigers in ex-Joegoslavië met verkrachting als oorlogsmisdaad bezighouden. Verkrachting is als wapen en instrument in oorlogen al zo oud als de oorlog zelf, maar de rechtspraak heeft dat nooit als zodanig erkend en verkrachtingen zijn nooit als oorlogsmisdaden berecht.

Het tribunaal brengt daar verandering in: Dušan Tadic werd aanvankelijk beschuldigd zich in Omarska behalve aan moord en foltering ook aan verkrachting schuldig te hebben gemaakt. De aanklacht moest worden geschrapt toen de belangrijkste getuige à charge zich uit angst terugtrok.

Onderzoekers hebben in Bosnië inmiddels 20.000 gevallen van verkrachting en massa-verkrachting gedocumenteerd. Die documentatie geeft het beeld te zien van verkrachting als een moedwillig en systematisch beleid van de Serviërs: met de moorden, de martelingen en de verdrijving van mensen, moest het leiden tot het uiteindelijke doel: de volledige etnische zuivering. Er zijn in Bosnië dorpen waar elke vrouw is verkracht, tot de grootmoeders toe. In de documentaire vertelt een Bosnische Kroatische, Ankica, hoe ze als gevolg van de verkrachtingen een dochter kreeg. Ze voedt en knuffelt het kind, maar haar moeder vertelt het nooit alleen te laten uit angst dat Ankica het doodt. Uiteindelijk accepteert Ankica het kind: “Mijn kind zal geen slachtoffer van de oorlog worden.”

De documentaire bevat ook beelden en verklaringen van Servische gevangenen die zeggen op bevel van hun superieuren mensen te hebben vermoord en vrouwen te hebben verkracht en beelden van het proces, in 1993, tegen de Serviër Herak. Hij vertelt hoe in een als bordeel functionerend hotel, Kon Tiki bij Sarajevo, gevangen moslim-vrouwen ter beschikking van de Servische soldaten werden gehouden alvorens te worden vermoord. Herak zelf verkrachtte en vermoordde in Kon Tiki tien vrouwen. Op de vraag op hij daartoe opdracht had gekregen antwoordt hij bevestigend: zijn meerdere had het bevel gegeven. Maar, aldus Herak, afkomstig was de opdracht van Radovan Karadzic.