Tombon de huisbewaarder

Zoals iedere witman die een voet in Afrika zet, wil de Zweedse ingenieur het leven van de Senegalezen verbeteren. Maar ze moeten er zelf ook iets voor doen. Voor de in het tropische zuiden van Senegal wonende Diola's die hun water met emmertjes uit de put halen, heeft hij een pomp bedacht.

Hij laat de Diola's zien hoe makkelijk het is om zo'n instrument te maken en te installeren. Daarna dienen ze het heft zelf in handen te nemen. Zijn pomp doet het voortreffelijk. Na gebruik werkt hij op eigen kracht nog een tijdje door, de kostbare watervoorraad verspillend aan een klaterend watervalletje waarboven zwermen wespen vliegen.

De Zweedse ingenieur die het grootste deel van het jaar in zijn moederland verblijft, heeft in de Casamance een traditioneel rietgedekt, lemen optrekje voor zichzelf laten bouwen. Het wordt geregeld gebruikt door vrienden die hun vakantie op een avontuurlijke wijze willen doorbrengen. Tombon die als huisbewaarder in het hutje is gaan wonen, zet dan een miniverhuizing op touw. Deze omvat de verplaatsing van het verkrummelde stuk schuimrubber waarop hij slaapt, naar de vloer van een belendende hut. Door de vreemdelingen laat Tombon zich vervolgens als bediende inhuren. Voor het spelen van deze rol, krijgt hij geregeld open doekjes. Tombon wordt bemind en bewonderd om zijn uiterlijke beschaving, zijn haast geruisloze aanwezigheid en zijn melodieuze, zachte stem. Wat er achter zijn hoffelijkheid schuilgaat, is niet te doorgronden maar serviliteit is het zeker niet.

Van zijn komen en gaan is geen hoogte te krijgen. Als hij weer eens spoorloos is, worden zijn taken zonder uitleg door een broer overgenomen. Tombon geeft niets van zichzelf prijs. Zelfs uit zijn gebaren spreekt terughoudendheid. Het is alsof hij de dingen om zich heen liever onberoerd laat. Soms zie je hem bij zonsopgang op het erf bezig. Zijn verschijning tussen de palmen en bloeiende bougainville-struiken heeft het onwerkelijke van een droom. Tombon is volmaakt gebouwd en zijn diepzwarte huid glanst alsof er permanent een geniale belichtingsman bij hem in de buurt staat. Als hij het erf aanveegt, is het alsof hij de bodem streelt. Hij strijkt het uit palmtakken geformeerde handvegertje over de zanderige bodem met de behoedzaamheid van iemand die de haren van zijn geliefde borstelt.

Vervolgens pakt Tombon de fiets van de ingenieur die zijn bezoeken aan Afrika steevast aangrijpt om te vermageren, en sleept hem door het zojuist in het zand aangebrachte reliëf van flinterdunne ribbels. Langs de hoofdweg die via de rijstvelden naar een stadje voert, ligt een uit golfplaat opgetrokken hokje waar stokbrood wordt verkocht. Tombon beheert de huishoudkas en slaat royaal in. Van de markt keert hij terug met reuzenvissen, roomboter, palmolie, honing, suiker en blikken oploskoffie. Zijn uitgaven noteert hij in een schoolschriftje. De kas klopt op de cent maar de voorraden zijn nimmer toereikend.

Tombons familie woont op een steenworp afstand van de Zweedse dependance van het Westerse luilekkerland. Zijn vader is oud en zijn broers werken evenmin. Tombons oudere broer heeft bovendien een flink stel kinderen waarvan er één polio heeft. Het is een meisje met een engelengezichtje dat zich op handen en knieën voortbeweegt. Met haar schuin omhoog stekende dunne onderbenen doet ze denken aan een betoverde spin.

De vreemdelingen hebben al snel genoeg van de middeleeuwse omstandigheden in het dorpje. Als het afscheid nadert, lijkt Tombon uit het lood geslagen. Hij loopt heen en weer over het erf als een opgejaagd dier. Ineens begint hij over zichzelf te praten. Over zijn door geldgebrek mislukte plan om sociale geografie in Dakar te gaan studeren. Over zijn familie die hij moet onderhouden en die hem uitknijpt als een citroen. Over zijn Zweedse vriendin die hem ooit naar Europa zal laten overkomen. Met het vertrek van de vreemdelingen breekt voor Tombon het schaarsteseizoen aan. Als de vreemdelingen hem nu eens geld gaven om een handel in varkens te beginnen. Zelf heeft hij al beslag weten te leggen op een kraamkamer voor de zeug, legt hij uit.

De vreemdelingen zijn niet te beroerd om een paar lapjes bij te dragen aan het privéproject van Tombon. Een dag later zijn ze vertrokken, Tombon achterlatend met een kleine hoeveelheid pecunia en de paar foto's waarop hij de Zweedse blondine die zijn geliefde heet te zijn, eeuwig zal blijven omarmen.