Tolk bleek na top

AMSTERDAM, 18 JUNI. Zij behoren tot het kleine clubje bevoorrechten dat écht weet wat er in Europa wordt besloten. De tolken. W. Witteveen, hoofd van de Nederlandse tolkenkabine, zag vanochtend nog wat bleekjes na een nacht lang “rondhangen”. Zelf kwam hij alleen in actie tijdens het Benelux-beraad, zondag.

Gisteren trad hij op als coördinator van de groep stand by-tolken, die in het geval er een aparte vergadering van de ministers van Buitenlandse Zaken komt, moet inspringen. Dat bleek gisteren niet nodig, ministers, premiers en staatshoofden zijn het 'en groupe' eens geworden. Witteveen is indirect verantwoordelijk voor de kwaliteit van de Europese verdragen. Want als standpunten niet goed over komen, houdt alles op. Echte misverstanden zijn er nooit, zegt hij. Volgens Witteveen koesteren de Nederlandse bewindslieden in het Europese verkeer steeds meer hun eigen taal. Spraken ze vroeger voor het gemak vaak Engels, tegenwoordig spreken ze standaard Nederlands, ook in voorbereidende besprekingen, en vragen ze om een tolk. “Hoe verder de Europese integratie vordert, hoe meer wij ons bewust worden van het belang van onze eigen taal.” De uitbreiding van de EU naar Oost-Europa, die deze dagen in Amsterdam organisatorisch moest worden voorbereid, is vanuit het perspectief van de tolk een “heel groot probleem”, volgens Witteveen. “In Amsterdam is niets besloten over het aantal talen dat zal worden gesproken. Dus we moeten er van uitgaan dat ieder land na de uitbreiding zijn eigen taal zal spreken.”