Spoedig uitsluitsel over filmfinanciering

ROTTERDAM, 18 JUNI. De bewindslieden Wijers (Economische Zaken), Vermeend (Financiën) en Nuis (Cultuur), zullen maandag, in het kader van de door de gezamenlijke filmorganisaties belegde Dag voor de Nederlandse Film, bekendmaken welke aanvullende stimuleringsmaatregelen zij overwegen voor de financiering van Nederlandse films. In de Haagse bioscoop Tuschinski zijn die dag twintig succesvolle Nederlandse speelfilms voor het publiek gratis te bekijken.

Op grond van een door adviesbureau KPMG vorig jaar opgesteld rapport vraagt de filmwereld om drie soorten aanvullende ondersteuning. De recentelijk tegenvallende bezoekcijfers en het marktaandeel van meer dan tachtig procent van de Amerikaanse film zouden nopen tot een grotere inspanning van de overheid. Volgens de filmorganisaties vormt de financiering het grootste struikelblok bij de huidige productie.

Aan staatssecretaris Vermeend is gevraagd te kijken naar fiscale maatregelen die het voor particuliere investeerders aantrekkelijker maken geld in filmproducties te steken. Verwacht wordt dat bestaande fiscale prikkels, zoals de zogenaamde 'tante Agaath'-regeling voor kleine investeerders, op de filmbedrijvigheid van toepassing verklaard zullen worden.

Minister Wijers beziet de mogelijkheid van de instelling van een filmparticipatiemaatschappij, waarop de fiscale maatregelen een gunstige uitwerking kunnen hebben. Het oorspronkelijk voorgestelde 'matching fund', waarbij elke privéfinanciering aangevuld wordt door een even hoge bijdrage van de overheid, wordt algemeen niet meer als een reële optie gezien. En staatssecretaris Nuis ten slotte buigt zich over een plan om de publieke omroepen met vaste regelmaat lowbudget speelfilms te laten maken.

De huidige overheidsbijdrage aan de filmfinanciering bestaat uit door het Nederlands Fonds voor de Film verleende subsidiëring van maximaal een miljoen gulden per project. In totaal is langs die weg ongeveer tien miljoen per jaar voor lange speelfilms beschikbaar. Volgens de belangenorganisaties is dat, op Griekenland na, het laagste bedrag van alle lidstaten van de Europese Unie.