Oud-staatssecretaris beboet; Evenhuis van oplichting vrijgesproken

GRONINGEN, 18 JUNI. De rechtbank van Groningen heeft oud-staatssecretaris A.J. Evenhuis (VVD) ondanks “sterke vermoedens van betrokkenheid” vrijgesproken van oplichting van de Groningse Kredietbank.

Evenhuis werd wel veroordeeld tot een boete van 7.500 gulden wegens belastingfraude. De rechtbank veroordeelde de zwager van Evenhuis, landbouwer G.J. Meppelink, tot één jaar gevangenisstraf, evenals de oud-directeur van de Groningse Kredietbank (GKB), B. Ketelaar. De rechter achtte bewezen dat de twee de GKB in 1991 voor 6,5 miljoen gulden hebben opgelicht. Daarnaast werd Meppelink nog veroordeeld voor valsheid in geschrifte en Ketelaar voor belastingfraude. Officier van justitie M. Severein had hogere straffen geëist: tegen Evenhuis en Meppelink anderhalf jaar en tegen Ketelaar 2,5 jaar. Hij zei op de zitting dat het drietal in een gezamenlijke opzet van list en bedrog de GKB heeft opgelicht.

De rechter volgde dit betoog niet. Hij stelde in het vonnis wel dat Evenhuis in belangrijke mate betrokken is geweest bij de overname van een landbouwbedrijf in Duitsland door zijn zwager Meppelink. Hij schreef het ondernemingsplan en was mede-aandeelhouder van Vadeck Investments, de besloten vennootschap die twee kredieten van in totaal 6,5 miljoen van de Groningse Kredietbank kreeg.

Maar voor de rechter was het onvoldoende zeker dat Evenhuis, anders dan Meppelink en Ketelaar, “listige kunstgrepen” aanwendde ter verkrijging van de kredieten. Ook is onvoldoende duidelijk of Evenhuis heeft geprobeerd zich persoonlijk te verrijken. “Al zijn bij het gedrag en handelen van de verdachte vraagtekens te plaatsen”, aldus het vonnis. Evenhuis werd veroordeeld voor belastingfraude omdat hij een ontvangen bedrag van 26.250 Duitse marken niet had opgegeven.

De oud-bewindsman zegt opgelucht te zijn over het vonnis, maar teleurgesteld in de manier waarop het openbaar ministerie hem heeft behandeld. “De officier heeft een beeld neergezet dat ik buitengewoon stuitend vond. Oplichting komt niet in mijn woordenboek voor”, aldus Evenhuis voor Radio Drenthe. Hij weigert verder commentaar.

Meppelink en Ketelaar hebben zich volgens de rechter wel duidelijk schuldig gemaakt aan oplichting. Zij hebben door opeenvolgende bedrieglijke handelingen en gecomponeerde juridische constructies bij de GKB een valse voorstelling van zaken gegeven over de kredietwaardigheid van Meppelink en de zekerheden die tegenover de leningen stonden. Zij maakten bij de kredietaanvraag gebruik van een niet bestaande BV. Ketelaar heeft zijn bevoegdheden als directeur van de GKB ernstig veronachtzaamd.

Als verzachtende omstandigheid voor Ketelaar geldt dat de gemeente Groningen tekort is geschoten in het toezicht op de GKB en de directeur de vrije hand werd gelaten. De gemeente Groningen zit met een strop van 58 miljoen gulden als gevolg van verstrekte, dubieuze kredieten onder het bewind van Ketelaar. “Noch de ambtelijke, noch de politieke leiding heeft voldoende toezicht gehouden, dan wel tijdig ingegrepen”, aldus de rechter.

Ketelaar reageert getergd op de uitspraak. Hij zegt nooit de hoop te hebben gehad dat de rechtbank in Groningen hem zou vrijspreken. “Zes jaar lang heeft de gemeente een hetze tegen mij gevoerd. Daarvoor is de rechter in Groningen gevoelig geweest. Ik heb alle hoop dat ik mijn recht vind bij het Gerechtshof in Leeuwarden.”

Ketelaar vindt niet dat er sprake is van klassejustitie nu Evenhuis is vrijgesproken van oplichting. “Ik vind het alleen maar plezierig voor hem. Ik wil hem niet in bescherming nemen, maar Evenhuis is iemand die altijd voor jan en alleman klaarstond. Bovendien kun je van de manier waarop de rechter over hem spreekt, niet echt spreken van vrijspraak. Onvoorstelbaar.” Ketelaar gaat in hoger beroep, evenals Meppelink. Evenhuis en het OM beraden zich nog.