Milieuvriendelijke maatregelen op termijn vastgelegd in Woningwet; Interesse in duurzaam bouwen groeit

AMSTERDAM, 18 JUNI. Staatssecretaris D. Tommel (Volkshuisvesting) liet gisteren tijdens de landelijke manifestatie voor duurzaam bouwen in de Amsterdamse RAI twee gezichten zien. Hij beklemtoonde dat milieuvriendelijk bouwen een zaak is van de markt, waarbij de rijksoverheid zich terughoudend moet opstellen.

Tegelijk waarschuwde hij marktpartijen die het af laten weten dat een groot aantal maatregelen om duurzaam bouwen te bevorderen op termijn in de Woningwet zal worden vastgelegd.

Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu bevordert duurzaam bouwen actief. En niet zonder succes. Twee jaar geleden lieten enkele brancheorganisaties in de bouw het basispakket Duurzaam Bouwen opstellen, een lijst met honderdvijftig wenken voor bouwbedrijven. En vorig jaar werd het Nationaal DuBo Centrum opgericht, dat de ontwikkelingen op het vakgebied coördineert. Dit centrum organiseerde de manifestatie in de RAI om vertegenwoordigers van lokale overheden, bouwwereld en investeerders bijeen te brengen. Het is de bedoeling dat de bijeenkomst jaarlijks plaatsheeft.

De aandacht van departement en betrokken marktpartijen was tot voor kort vooral gericht op nieuwbouw. In het kader van de vierde nota ruimtelijke ordening (VINEX) worden zo'n 65.000 woningen per jaar gebouwd, een volume dat interessant genoeg is om milieuvriendelijke maatregelen voor te ontwikkelen. De lijst die de bouwbedrijven lieten opstellen voorziet dan ook alleen in nieuwbouw. Maar ook onderhoud en renovatie kunnen milieubewust worden uitgevoerd. Gisteren kreeg de staatssecretaris van directeur J. Schuyt van het Nationaal DuBo Centrum een vervolglijst aangeboden met wenken voor beheer en renovatie van bestaande gebouwen.

Over de definitie van een duurzaam gebouw bestaat nog onduidelijkheid. Toepassing van zonnepanelen, zonneboilers, opvang van regenwater voor de spoeling van de toiletten, goede isolatie, grote ramen op het zuiden, het gebruik van natuurverf en het vermijden van milieuonvriendelijke bouwmaterialen als PVC; het zijn allemaal duurzame bouwtechnieken. Maar er zijn geen vaste richtlijnen waaraan een gebouw precies moet voldoen, wil het in aanmerking komen voor het predikaat 'duurzaam'.

Om de bouwwereld toch houvast te bieden kregen zeventien projecten in de woning- en utiliteitsbouw, waarvan dit predikaat niet betwijfeld wordt, gisteren de status van 'voorbeeldproject'. Het totaal ervan komt hiermee op 51. De ministeries van VROM en Economische Zaken verschaffen respectievelijk 12,6 en 6,25 miljoen gulden stimuleringspremies voor deze projecten. Het Nationaal DuBo Centrum organiseert er excursies heen, zodat geïnteresseerden inspiratie kunnen opdoen. Dat is nodig ook, want volgens directeur Schuyt “geldt in de bouwwereld het adagium 'eerst zien, dan geloven' nog sterker dan elders”.

Tommels ministerie stimuleerde milieuvriendelijke woningbouw de afgelopen twee jaar met in totaal ruim 137 miljoen gulden. Ook EZ verschafte ruimschoots subsidies voor energiebesparende maatregelen. Tommel bestrijdt nochtans dat de geldstroom van de rijksoverheid de toegenomen aandacht voor duurzaam bouwen verklaart. “Uiteindelijk gaat het toch maar om een bescheiden bedrag. Het is niet zo dat we de bouwwereld en de lokale overheden proberen te kopen.” Volgens hem hangt het uiteindelijke succes af van het enthousiasme bij de betrokken marktpartijen.

De drukte op de manifestatie, die door ruim achthonderd mensen werd bezocht, ziet Tommel als een doorslaggevend bewijs dat duurzaam bouwen aan de markt kan worden overgelaten. Maar voor de zekerheid waarschuwt hij de marktpartners die nog niet meedoen. “Het standaardpakket komt echt in de wet terecht.”

Daaraan zullen nog wel wat discussies vooraf gaan. Sprekers uit de bouwwereld haastten zich al om aan te tekenen dat niet alle maatregelen wettelijk verplicht moeten worden. “Dan wordt het te duur, en dat is niet goed voor het DuBo-imago.”