Italië als locomotief voor autoindustrie

De nieuwe auto's zijn in Italië voor de klanten niet aan te slepen. Vooral Fiat profiteert van de stimuleringsmaatregelen van de Italiaanse overheid. Nergens in Europa stijgen de autoverkopen zo snel.

OSTIA, 18 JUNI. Angelo Pelleriti wrijft tevreden in zijn handen als hij weer een auto heeft verkocht. Het is net elf uur en dit is al de tweede klant die een verkoopcontract heeft getekend. Het gaat zo goed dat hij de auto's niet aangesleept kan krijgen.Zoals Pelleriti, eigenaar van een showroom in de kustplaats Ostia met nog twee filialen elders, zijn er tienduizenden autohandelaren in Italië, van alle merken. Pelleriti vertelt dat hij 33 procent meer auto's heeft verkocht dan vorig jaar. Anderen noemen vergelijkbare cijfers. Op de aandeelhoudersvergadering van autofabrikant Fiat afgelopen maandag waren alleen maar blijde gezichten. En de Unrae, de unie waarin de importeurs van buitenlandse merken samenwerken, constateert dat Italië de locomotief van de Europese auto-industrie is geworden.

De reden van deze explosie is een kabinetsbesluit om de eigenaars van auto's die meer dan tien jaar oud zijn, aan te moedigen hun wagen naar de sloop te brengen en een nieuwe te kopen. Negen maanden lang betaalt de staat daaraan mee: maximaal 1800 gulden voor auto's met een cilinderinhoud onder de 1300 cc, maximaal 2500 gulden voor wagens met een zwaardere motor.

Officieel betaalt de staat alleen als de dealer dezelfde korting geeft. “Voor ons maakt dat geen verschil,” vertelt Pelleriti. “Uitgangspunt is de officiële prijs. Daar gaven we toch al korting op, voor ongeveer dat bedrag en soms nog wat meer.”

In Frankrijk gold vorig jaar een dergelijke maatregel, net als in Denemarken, en in Spanje loopt een vergelijkbaar stimuleringsplan. Nu stijgt nergens in Europa de verkoop van nieuwe auto's zo snel als in Italië. Het land heeft Frankrijk en Groot-Brittannië ingehaald. Alleen in Duitsland worden meer nieuwe auto's verkocht.

Door deze steunmaatregelen is 1997 na vier magere jaren weer een gouden jaar aan het worden voor de autoverkopers in Italië. Volgens het ministerie van transport zijn er in de eerste vijf maanden van dit jaar 1.089.600 nieuwe auto's geregistreerd. Dat is een stijging van 28 procent vergeleken met vorig jaar. Verwacht wordt dat dit jaar de grens van twee miljoen auto's wordt overschreden.

“Er rijden in Italië meer dan drie miljoen auto's rond die ouder zijn dan tien jaar,” vertelt Pelleriti. “Nu wordt dat wagenpark in versneld tempo vernieuwd. Iedere maand worden er 75.000 auto's naar de sloop gebracht.” De autofabrikanten zijn zeer tevreden over dit steunbeleid, maar Pelleriti zegt dat de directe winst voor de autodealer wel meevalt. Hij verkoopt Opels. “De meeste mensen die hun oude auto wegbrengen en nieuw kopen, kiezen voor een Corsa, het goedkoopste model, drie deuren, zonder accessoires. Daar zit voor ons nauwelijks een marge op. Voor ons wordt het pas echt interessant als al die mensen die een nieuwe auto hebben gekocht, straks komen voor hun onderhoudsbeurt.”

Bovendien is de tweedehandsmarkt ingestort. “Al die mensen die hun oude auto inwisselden voor een tweedehands, kopen nu een goedkoop nieuw model,” zegt Pelleriti. “In de tweedehandsmarkt zit geen enkele beweging. Het kabinet zou daar ook iets aan moeten doen. Het is nu bijvoorbeeld absurd door om een auto over te kopen. Alles bij elkaar kost de overdracht 800.000 lire (bijna duizend gulden). Dat is grotendeels belasting.”

Het is de enige keerzijde van een maatregel die vrijwel algemene instemming heeft gekregen. De minister van arbeid is blij, omdat Fiat weer mensen aanneemt. De minister van milieu mompelt dat het niet uit de hand mag lopen, maar constateert dat veel vervuilende, onveilige en olielekkende auto's naar de sloop gaan.

Ook de minister van schatkist kan tevreden zijn, volgens de Italiaanse Associatie van Automakers. Die heeft gisteren voorgerekend dat de staat geld overhoudt aan deze steunmaatregelen. In de eerste vijf maanden van het jaar hebben de staatsbijdragen voor nieuwe auto's de schatkist 574 miljard lire gekost, maar aan btw en andere belastingen is er bijna het dubbele, ongeveer 1,1 biljoen lire, terug de schatkist in gevloeid.

Deze vorm van steun “is optimale resultaten aan het geven”, zei Cesare Romiti, de president van Fiat, eerder deze maand. Fiat heeft ongeveer 45 procent van de Italiaanse markt in handen. Door de combinatie van steunmaatregelen op de thuismarkt en het succes van nieuwe modellen als de Punto verwacht Fiat-auto dit jaar een omzetstijging van vijftien procent. Het bedrijf heeft zijn positie in Europa versterkt en staat op een stevige tweede plaats, achter Volkswagen, met een marktaandeel dat dit jaar is gestegen van 11,2 naar 12,7 procent.

Romiti heeft gezegd dat het kabinet iets moet verzinnen om te voorkomen dat na september de autoverkopen ineens inzakken, zoals vorig jaar in Frankrijk is gebeurd. Het bedrijf is al aan het dreigen. Als de steunmaatregelen niet worden verlengd, moeten we volgend jaar veel mensen op straat zetten, zei Paolo Cantarella, de president van Fiat-auto, maandag.

Het centrum-linkse kabinet wijst verlenging niet bij voorbaat af. “We moeten er nog eens over nadenken,” antwoordde minister van arbeid Tiziano Treu. Hij wil ook luisteren naar kritiek van ondernemers die klagen dat de steunmaatregelen het normale uitgavenpatroon hebben verstoord op een toch al moeilijk moment en alleen maar ten goede komen aan Fiat.

“Dat is overdreven,” zegt Pelleriti in zijn showroom. “Er is een heleboel afgeleide werkgelegenheid rondom de produktie en verkoop van auto's. Er zijn veel positieve effecten. Zolang er geen sprake is van een hoogconjunctuur, en daar zijn we nog ver van af, kan het plotseling stoppen van de steun een enorme klap voor de Italiaanse economie betekenen.”