Hard beleid in nota milieu en economie schaars

In de nota Milieu en Economie schetst het kabinet perspectieven voor duurzame economische groei. Het is vooral een boek met ideeën, niet met plannen.

DEN HAAG, 18 JUNI. Lang leek de samenhang tussen de groei van de economie de aantasting van het milieu onafwendbaar. Als mensen meer geld hebben gaan ze meer kopen, meer eten, meer weggooien, meer autorijden, meer vliegen, meer lawaai maken en meer vervuilen. Vanouds bestond er dan ook een tegenstelling tussen enerzijds de milieubeweging die de vervuiling wilde terugdringen en daarvoor desnoods de economische groei wilde opofferen, en anderzijds de aanhangers van het ongebreideld kapitalisme die groei voor alles noodzakelijk achtten en daar desnoods het milieu aan wilden opofferen.

Het paarse kabinet heeft al bij zijn aantreden geprobeerd deze tegenstelling te doorbreken. Het wilde the best of both worlds, economische groei én een schoner milieu. Het centrale mechanisme om deze dubbeldoelstelling te bereiken heette 'ontkoppeling': ervoor zorgen dat groei van productie niet automatisch gepaard gaat met groei van uitstoot van allerlei ongewenste gassen, groei van de automobiliteit en groei van de afvalberg.

Hoe die ontkoppeling moest worden bewerkstelligd was minder eenvoudig aan te geven. Dat zou in een latere nota worden uitgewerkt. Die nota, Milieu en Economie, werd vanmorgen gepresenteerd. De handtekeningen van vijf bewindslieden eronder - naast De Boer (VROM) ook Jorritsma (Verkeer en Waterstaat), Van Aartsen (Landbouw, Natuurbeheer en Visserij), Wijers (Economische Zaken) en Vermeend (Belastingen) - geven al aan dat het om complexe materie gaat, die met veel beleidsterreinen samenhang vertoont.

De nota bevat geen grand design, geen blauwdruk van een rijkere én schonere toekomst. Wel bevat die tientallen ideeën, plannetjes en voorbeelden. Hard nieuw beleid is schaars, extra geld eveneens. Voor een periode van vijf jaar is in totaal 250 miljoen gulden extra uitgetrokken voor de vier spending departments (VROM, Verkeer en Waterstaat, LNV en EZ) samen.

Het type grootscheepse verandering dat het kabinet beoogt is natuurlijk ook niet met één pennenstreek te bewerkstelligen, zelfs niet als er wel een enorme zak geld beschikbaar was. Het kabinet wil bijvoorbeeld dat consumenten meer waarde hechten aan duurzamer geproduceerde, milieuvriendelijker producten, en dat bedrijven milieu zien als een aspect van hun strategische keuzen en niet alleen als kostenpost. Die zaken laten zich niet bij wet regelen. Het kabinet moet het hebben van overtuigingskracht, ondersteund door duw- en trekwerk - een stimuleringspremie hier, een gunstige fiscale regeling daar - en niet te vergeten: zelf het goede voorbeeld geven.

Die laatste factor moet niet worden onderschat. Consumenten laten producten die het milieu minder belasten vaak links liggen, aldus de nota, omdat ze duurder zijn of omdat ze ze gewoon niet kennen. En omdat consumenten die producten mijden, staan producenten niet te trappelen ze op de markt te brengen. Een klassieke kip-of-ei kwestie waarvan er zoveel zijn op milieugebied. Deze is oplosbaar. Immers, de overheid doet zelf voor zo'n vijftig miljard gulden per jaar aan inkopen. Als zó'n koper milieuvriendelijke producten wil, dan worden ze wel gemaakt. Wel is de vraag of de tien miljoen gulden die de nota hiervoor extra uittrekt - twee miljoen per jaar dus, 0,004 procent van het budget - echt zoden aan de dijk zet. Als het probleem bij de consument ook in die orde van grootte ligt, zouden de milieuvriendelijke producten de deur uit vliegen. Bij dezelfde verhoudingen gaat het voor iemand met een modaal inkomen om een gulden per jaar voor milieuvriendelijker inkoop.

De andere eigen activiteiten van de overheid zitten vooral in allerlei stimuleringsprogramma's, zoals voor duurzame technologische ontwikkeling, innovatie in de bouw, het delen van auto's, schonere en stillere luchtvaart. Andere ingrepen van de overheid worden wel genoemd als mogelijkheid, maar nu nog niet ter hand genomen. Voorbeeld is het zwaarder laten meetellen van de milieucomponent in het belastingstelsel, door het gebruik van grondstoffen zwaarder te belasten en dat van arbeid minder zwaar.

Juist omdat de overheid het niet allemaal zelf kan doen en ze een mentaliteitsverandering bij consumenten en bedrijfsleven teweeg wil brengen, bevat de nota veel voorbeelden van projecten waarbij het is gelukt substantieel te besparen op energie, grondstoffen, autokilometers of emissie van ongewenste gassen. Deze 'boegbeelden' moeten dienen ter inspiratie; er kunnen geen rechten aan worden ontleend.