Handboek voor opvang na rampen en calamiteiten

UTRECHT, 18 JUNI. In rampenplannen is vaak te weinig aandacht voor de geestelijke opvang van betrokkenen, zoals slachtoffers, nabestaanden maar ook reddingswerkers. In veel gevallen is de hulpverlening van verschillende instanties niet goed op elkaar afgestemd, waardoor onnodig veel tijd verloren gaat. Het Instituut voor Psychotrauma in Utrecht heeft daarom een handboek voor opvang na rampen en calamiteiten geschreven, dat vanmiddag is gepresenteerd.

De samenstellers van het boek, twee psychologen en een orthopedagoog, bestudeerden de psycho-sociale hulpverlening van meer dan dertig rampen en calamiteiten. Volgens psycholoog P. van der Velden, die in 1994 de slachtoffers van de scheepsramp met de Achille Lauro begeleidde, moeten hulpverleners en ondersteunende organisaties zich veel adequater op de opvang en nazorg voorbereiden. Van der Velden: “De eerste uren na een ramp zijn de meest kostbare uren. Dan komt er zo gigantisch veel op de getroffenen af, dat zij de controle over zichzelf verliezen. Het is onze taak om die controle terug te geven. Dat kan maanden duren, maar ook jaren.”

Het handboek is bestemd voor hulpinstanties, bedrijven en organisaties die een verhoogde kans hebben met een ramp te maken te krijgen. Er staat in hoe een draaiboek te maken en hoe opvanggesprekken te voeren. Het beschrijft hoe psychische schade beperkt kan blijven bij ingrijpende en schokkende gebeurtenissen. Het boek gaat niet over rampenbestrijding, maar over de opvang van slachtoffers en crisismanagement.

Van der Velden vindt dat met name de voorbereidingsfase verbeterd kan worden. Hulpverleners worden nu vaak pas nadat een ramp zich heeft voltrokken, opgeleid om bepaalde slachtoffers te begeleiden. Van der Velden: “Dat zou moeten veranderen, want die opleiding neemt op dat moment te veel tijd. De bestrijding van een ramp is meestal in één dag gebeurd waarna gerichte psycho-sociale hulp al lang ter plekke moet zijn.” Als voorbeeld noemt hij de Bijlmerramp in 1992. Deze vliegtuigramp, waarbij een vrachttoestel van El-Al delen van twee flatgebouwen doorboorde en in vlam zette, voltrok zich binnen enkele minuten. Bij deze ramp, die aan 43 mensen het leven kostte, kon binnen tweeëneenhalf uur het sein 'brand meester' worden gegeven. Van der Velden: “De rampbestrijding was dus binnen enkele uren onder controle, maar de organisatie van de begeleiding en opvang heeft weken en weken geduurd.”

Het boek is in eerste instantie bedoeld voor RIAGGs een andere GGZ-instellingen, maar het kan ook van belang zijn voor andere instellingen. Zo is ook een hoofdstuk gewijd aan de opvang op scholen van kinderen die getroffen worden door een rampzalige gebeurtenis of bevriend zijn met een kind dat iets ergs heeft meegemaakt.