EIB kan voor banen zorgen; De Korte enthousiast

De Europese Investeringsbank kreeg maandag van de Euro-top de opdracht om voor meer banen te zorgen. Daarvoor bestaan volop mogelijkheden.

ROTTERDAM, 18 JUNI. “Wij zullen ons beste beentje voorzetten om nog meer projecten die werk opleveren in de Europese Unie van de grond te krijgen, zonder een cent subsidie, maar wel met de garantie van de lidstaten die wij kunnen bieden.”

Dat zegt vice-president dr. Rudolf de Korte van de Europese Investeringsbank (EIB) in Luxemburg.

De Korte voelt zich vereerd met de aanvullende opdracht die de Euro-top maandag in Amsterdam aan zijn bank verleende, vooral op aandrang van de nieuwe Franse regering van premier Lionel Jospin. Voor de doelstelling banengroei, die de regeringsleiders in hun resolutie over groei en werkgelegenheid neerlegden “zie ik zeker mogelijkheden”, zegt hij. De scepsis en het cynisme die maandagavond in veel commentaren op de resolutie doorklonk, deelt de EIB-topman niet.

“Met ons bestuur, de gouverneurs van de EIB uit alle lidstaten, en samen met het Europees Investerings Fonds, zullen we snel een plan uitwerken voor de topconferentie over werkgelegenheid die in Luxemburg wordt gehouden”, aldus De Korte.

Als “grootste multilaterale uitlener van geld ter wereld” (50 miljard gulden per jaar) is de EIB in samenwerking met het Europese investeringsfonds en banken in staat om meer kapitaal voor particuliere investeringen vrij te maken, meent hij. “Ik ben het van harte eens met minister Zalm van Financiën, dat deze bank geen geld over de balk mag gooien. We werken volledig volgens bankersprincipes: het moet gaan om technisch en financieel gezonde projecten. Wel hanteren wij heel scherpe tarieven voor lange termijnfinancieringen, onder garantie van de lidstaten. Daar zijn we vooral voor opgericht, en dat stelt je in staat om samen met commerciële banken veel tot stand te brengen.”

Tegenover de 50 miljard die de EIB gemiddeld jaarlijks uitleent, staat een “inleen” van 40 miljard, via de uitgifte van obligaties. De Korte: “Dat is onze belangrijkste inkomstenbron. De rest van de middelen komt uit ons eigen vermogen, dat in feite eigendom is van de lidstaten en dat we steeds moeten uitbreiden, anders kunnen we niet financieren. We hebben een zeer behoorlijk kapitaal.”

Nu mag de EIB nog maximaal 50 procent van goedgekeurde projecten financieren, maar dat aandeel kan volgens de vice-voorzitter worden vergroot tot bijvoorbeeld 75 procent. “Zo'n faciliteit creëerde de Euro-top ook in 1992. Daaruit hebben we bijvoorbeeld op de Maasvlakte voor 350 miljoen gulden deelgenomen in de financiering van een nieuwe containerhaven, het Delta 2000-project.”

De eerste opdracht in de resolutie van afgelopen maandag is voor de EIB nieuw: zorg voor meer risicokapitaal ten behoeve van 'hoge technologie-projecten' in het midden- en kleinbedrijf. “Als daarvoor fondsen worden gecreëerd, garanderen we die voor private financiers. Ondernemingen kunnen dan in aanmerking voor achtergestelde leningen”, aldus De Korte.

De tweede sector waarvoor de EIB te hulp is geroepen, betreft een stimulans voor (technisch) onderwijs, projecten op het gebied van de volksgezondheid, stedelijke vernieuwing en milieu-investeringen. “Ook daar kunnen we met deze opdracht veel meer doen”, aldus De Korte. “Over het algemeen moeten wij terughoudend optreden als het gaat om typische overheidsterreinen als volksgezondheid en onderwijs. Dit kan reden zijn voor een verruiming van de statuten.”

De Korte: “Bij stedelijke vernieuwing praat je over zeer arbeidsintensieve activiteiten, de vraag is in feite oneindig.”

Het derde middel in de resolutie van maandag is verdere uitbreiding van grote infrastructurele werken. “We zijn al zeer actief in hoge snelheidstreinen, tolwegen, telecom, energie. En in de milieusector: waterzuivering en vuilverbranding. Uitbreiding kan ook voor Nederland interessant zijn. Er zijn projecten genoeg.”