Den Haag: 'teleurstellend' verdrag, goede voorzitter

DEN HAAG, 18 JUNI. De grote fracties in de Tweede Kamer zijn teleurgesteld over het vanmorgen vroeg overeengekomen Verdrag van Amsterdam. Zij hebben niettemin lof voor het werk dat de Nederlandse regering als voorzitter van de Europese ministerraad heeft verzet. Fractieleider De Hoop Scheffer van het CDA sprak vanmorgen van “een verdragje”, zijn PvdA-collega Wallage van “een tussenstap” op de weg naar de hervorming en de geplande uitbreiding van de Europese Unie.

Wolffensperger (D66) zei al “buitengewoon blij” te zijn dat het bij alle verschillen van mening tussen de lidstaten nog tot een verdrag is gekomen.

Voor De Hoop Scheffer is het grootste probleem nu dat de verhouding tussen grote en kleine landen in de EU-instituties (Ministerraad, Commissie) niet nader geregeld is. “Straks, bij de EU-uitbreiding, staan we weer voor dezelfde brug”. Kritisch is hij er ook over dat de EU-samenwerking op het terrein van Justitie en Politie “aanzienlijk” minder ver is gegaan dan een grote meerderheid van de Kamer zou hebben gewild. De fractieleider van het CDA wijst voorts op een vergroting van het “democratisch gat” in Europa doordat nationale parlementen controlemogelijkheden verliezen zonder dat dat voldoende wordt gecompenseerd door de vergroting van de bevoegdheden van het Europese Parlement.

Wolffensperger betreurt dat het niet gelukt is om vooruitgang te boeken bij de integratie van de Westeuropese Unie (WEU) in de EU en dat de institutionele hervormingen feitelijk zijn uitgesteld tot de tijd dat de eerste nieuwe leden worden toegelaten. Maar, vindt hij, “Kok, Van Mierlo en Patijn mogen tevreden zijn dat ze het onder deze omstandigheden tot een Verdrag van Amsterdam hebben gebracht.”Wallage meent dat de Top van Amsterdam duidelijk heeft gemaakt hoe “tergend langzaam” het Europese integratieproces verloopt. Toch ziet hij het verdrag als “een stap vooruit” die mede te danken is aan de “stuurmanskunst” van de Nederlandse regering. Belangrijk vindt hij ook dat de Unie in Amsterdam begonnen is “stap voor stap” een Europees sociaal en werkgelegenheidsbeleid op te bouwen.

Fractieleider Bolkestein van de VVD wilde met zijn oordeel wachten tot het debat dat de Kamer vanmiddag en vanavond over het akkoord van de Amsterdamse Top zou voeren. Afgelopen zondag, voor de top begon, zei hij echter al dat in de voorstellen van het Nederlandse voorzitterschap de eigenlijke doelstelling van het verdrag, namelijk de Unie klaarmaken voor de toetreding van nieuwe leden, “een beetje achter de horizon is verdwenen”.

Bolkesteins partijgenoot G. de Vries, eerste man van de VVD in het Europese Parlement, ziet het akkoord van Amsterdam als “voldoende voor een eerste uitbreiding maar onvoldoende om de slagkracht van de Unie op terreinen als Justitie en Politie en buitenlands beleid wezenlijk te versterken”. De Vries waardeert het dat de bevoegdheden van het Europarlement zijn verruimd, doordat het bij wetgeving meer recht op medebeslissing (codecisie) krijgt. Dat de controlemogelijkheden van de nationale parlementen verminderen, “kon men weten”, zegt hij. Nederland heeft deze keer “tactvoller en succesvoller” geopereerd dan in de aanloop naar het Verdrag van Maastricht. Daarmee is “het debacle van 1991 gecompenseerd en de smet op zijn blazoen weggeworpen”, vindt De Vries. Hij waarschuwt dat de EU-onderhandelingen met kandidaat-leden niet moeten worden vertraagd. Uiterlijk in 2002 moeten die onderhandelingen zijn afgerond met Tsjechië, Hongarije en Polen en wat De Vries betreft ook met Slovenië en Estland. “De Amerikanen zullen van de EU dezelfde inspanning verlangen die zijzelf met de NAVO-uitbreiding leveren.

Voor de Tweede-Kamerfractie van GroenLinks is het resultaat van de EU-Top nauwelijks de naam verdrag waard. Volgens fractievoorzitter Rosenmöller blijkt er na de forse investering in de Intergouvernementele Conferentie (IGC) nauwelijks sprake van enige meerwaarde voor de Unie-hervorming. Daarentegen is de “eenzijdige prioriteit” voor de Muntunie (de euro) bevestigd en zijn er op sociaal gebied “geen tastbare resultaten” bereikt, “wat wrang is voor de 18 miljoen werklozen en de 50 miljoen armen in de Unie”, vindt hij.