De kleine lettertjes van het stabiliteitspact

Door de recente machtswisseling in Frankrijk is er weinig oog voor de continuïteit van het Franse beleid.

AMSTERDAM, 18 JUNI. Premier Kok mag zijn Franse ambtsgenoot Jospin wel dankbaar zijn. Franse terughoudendheid over het 'stabiliteitspact' dreigde vorige week de plannen voor de Economische en Monetaire Unie (EMU) te laten ontsporen. Het akkoord dat afgelopen maandag tijdens de Europese Top alsnog werd bereikt, mag nu worden bijgeschreven op het lijstje van 'successen' van Amsterdam.

Het stabiliteitspact dat maandag toch werd ondertekend is een Duits idee. Het moet voorkomen dat Europese lidstaten die vanaf 1999 deelnemen aan de muntunie hun begrotingstekorten niet uit de hand laten lopen. De tekorten mogen niet hoger zijn dan 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Als dat wel gebeurt, en er wordt niets aan gedaan, dan kan uiteindelijk aan de overtredende lidstaat een boete worden opgelegd van maximaal 0,5 procent van het bbp. Het oorspronkelijke plan is eind vorig jaar in Dublin al behoorlijk uitgekleed, nadat de Franse regering weigerde akkoord te gaan. Er is een ontsnappingsclausule ingebouwd die er op neerkomt dat bij een economische recessie dispensatie wordt verleend. Bovendien moeten de verzamelde ministers van Financiën bij gekwalificeerde meerderheid besluiten om een overtredende lidstaat daadwerkelijk een boete op te leggen. Deze afzwakking heeft geleid tot de constatering dat het van boetes misschien wel nooit zal komen.

Daarmee was het 'pact' al vóór Amsterdam verworden tot een symbool. Maar ook symbolen spelen een rol in het internationale en Europese verkeer. Het schenden van een afspraak verzwakt hoe dan ook de positie van een lidstaat. Het valt te verwachten dat de muntunie-leden er alles aan zullen doen om daaraan te ontkomen. Het voeren van een begroting die ruwweg in evenwicht is, verschaft ze de ruimte om in tijden van economische tegenspoed hun tekort tot drie procent van het bbp op te mogen laten lopen tot de drempel van het pact.

Het conflict dat maandag in Amsterdam werd bijgelegd ging over de Franse wens om de muntunie niet alleen te omkleden met financieel-economische eisen, maar ook ruimte maken voor de sociale kant van de muntunie. Daaraan is tegemoet gekomen met een serie van afspraken over het terugdringen van de werkloosheid in Europa, die op een record staat van 18 miljoen mensen. De afspraken zijn op het eerste gezicht vaag: een belofte om het sociaal-economische beleid meer te coördineren - die moet uitmonden in een 'werkgelegenheidstop' in oktober te Luxemburg, en onder meer het aanwenden van middelen door de Europese Investeringsbank. De Franse premier Jospin, die het stabiliteitspact had gelaakt tijdens zijn verkiezingscampagne, kan nu thuiskomen met de boodschap werkgelegenheid bovenaan de Europese agenda te hebben gezet. Zijn gezicht is gered, en commentaren repten al snel van een 'vijgeblad' voor Frankrijk.

Is dat werkelijk zo? De kleine lettertjes van het nieuwe contract doen anders vermoeden. Werkgelegenheid en sociaal beleid zijn nu direct verbonden met het toekomstige 'management' van de muntunie. Dat kan van pas komen bij de al dan niet strikte beoordeling van de Maastricht-criteria volgend jaar. Een andere interessante passage is die waarin de Raad van Ministers van de EU expliciet wordt opgeroepen om “effectieve manieren te bestuderen waarop in het bijzonder artikel 109 lid 2 van het Verdrag kan worden geïmplementeerd.” Dat artikel gaat over het wisselkoersbeleid van de muntunie ten opzichte van munten daarbuiten, lees de Amerikaanse dollar. Het is over het gehele Franse politieke spectrum altijd de wens geweest om de franc, en straks de euro, vooral 'concurrerend' te houden ten opzichte van het buitenland. In dezelfde zin in de passage wordt ook verwezen naar de artikelen 103, 105 en 109b lid 1 waarin grotere economische coördinatie wordt voorzien in Europa en de positie van de Raad tegenover de Europese Centrale Bank wordt bepaald. Ook dat moet nu verder worden 'bestudeerd'.

Zo bezien is, onder de vlag van het Europese werkloosheidsvraagstuk, verder gemetseld aan het fundament van een toekomstige Europese economische regering, parallel aan de ECB. Niemand kan daar bezwaren tegen hebben: er zal genoeg economische coördinatie nodig zijn. De muntunie fixeert straks het monetaire beleid op Europees niveau. Om het project dan niet te laten scheuren is bijvoorbeeld meer arbeidsmobiliteit en loonflexibiliteit binnen de afzonderlijke lidstaten van levensbelang. Groot-Brittannië, dat van het arbeidsmarktbeleid een zwaartepunt wil maken tijdens zijn voorzitterschap in de eerste helft van volgend jaar, Nederland en ook Duitsland doelen er op die grotere flexibiliteit van de arbeidsmarkt gezamenlijk in Europa te bewerkstelligen.

Of Frankrijk met economische coördinatie hetzelfde bedoelt is de vraag. Terwijl Europa nog bijkomt van de schok van de recente machtswisseling in Frankrijk, is er weinig oog voor de continuïteit van het Franse beleid. Het stabiliteitspact was in Dublin onder het vorige kabinet al teruggebracht tot een vrijblijvende afspraak. Er zijn nu in Amsterdam weer een paar kleine stapjes gezet in de richting van meer politieke invloed op het management van de muntunie. Tegenstanders daarvan kunnen er beter niet op rekenen dat dit proces nu ten einde is.