Belangrijkste punten van 'Amsterdam'

Besluitvorming: Voorlopig geen verandering. Bij de eerste uitbreiding van de EU naar Midden- en Oost-Europa (rond 2005) leveren grote lidstaten één commissaris in, mits zij worden gecompenseerd met meer stemmen in Raad van ministers.

Werk: Via meerderheidsbesluiten mag de Unie stimulerende maatregelen voor de werkgelegenheid nemen, maar dit mag geen extra geld kosten.

Buitenlands- en veiligheidsbeleid: 'Strategieën' worden unaniem bepaald, maar besluiten over de uitvoering worden met gekwalificeerde meerderheid genomen. Veto echter mogelijk met beroep op 'belangrijk nationaal belang'. Geen integratie van West-Europese Unie in EU, slechts 'nauwere institutionele relaties'.

Flexibiliteit: Groepen lidstaten kunnen op bepaalde gebieden verder integreren, mits Raad van ministers daarmee instemt met gekwalificeerde meerderheid.

Schengen: Verdrag, dat grenscontroles tussen een aantal Europese landen afschaft, wordt protocol bij verdrag. Uitzondering voor Groot-Brittannië en Ierland en Denemarken. Andere EU-lidstaten nemen binnen vijf jaar maatregelen ten aanzien van asiel en immigratie. Beleid rond visa, immigratie en asiel wordt communautair. Rol voor Europese Commissie, Hof van Justitie en Europees parlement.