Aziatische lessen voor Afrika

Eind vorige week had in de Thaise hoofdstad Bangkok het tweede Azië-Afrika Forum plaats, een multilaterale overlegstructuur bedoeld om de economische samenwerking tussen de twee werelddelen te bevorderen. Het is de vraag wat beide continenten hier aan hebben. Maar duidelijk was dat de verhouding in ieder geval eenzijdig is, namelijk die van leermeester en leerling.

De man uit Afrika verhief zijn stem. “De Aziaten hebben ons drie dingen geleerd: organisatie, discipline en werken, hard werken.” Moussa B. Nebie uit Burkina Faso richtte zich tegen de Senegalese afgevaardigde die de term 'envelop met inhoud' voorin de mond lag. “Vóórdat we de Aziaten om geld vragen, moeten we ons eerst realiseren hoe zìj aan hun geld zijn gekomen”, aldus de gedecideerde directeur cooperation multilaterale van het Burkinese ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het Azië-Afrika Forum was een eenzijdige les van de een, Azië, aan de ander, Afrika. “Ontwikkeling is niet een kwestie van toeval, het is een keuze”, hield de Thaise premier Chavalit zijn gehoor in Bangkok voor, “vooruitgang is niet iets waarop men kan wachten, we moeten er iets voor doen.” Dat was nieuw voor sommige Afrikaanse landen die de fase van handje-ophouden nog niet zijn ontgroeid.

'Afrika' staat deze week op de agenda van de G-8 in Denver. De Verenigde Staten hebben stappen aangekondigd gericht op “het bevorderen van de groei en de economische mogelijkheden in Afrika”. De VS zullen de handel met en investeringen in Afrikaanse landen stimuleren, zo lieten Amerikaanse regeringsfunctionarissen weten. Het Azië-Afrika Forum heeft de G-8 opgeroepen “belangrijke bijdragen” te leveren aan de ontwikkeling van Afrika.

En de Aziatische landen zelf gaven in Thailand het goede voorbeeld. Tussen de nieuwste generatie wolkenkrabbers van Bangkok, de autosnelwegen en de intense bedrijvigheid van de handel, maakte de Thaise premier trots bekend dat zijn regering het aantal beurzen voor buitenlandse studenten zal verdubbelen naar 280 per jaar. Thailand is van een ontwikkelingsland een (klein) donorland geworden. Singapore bood aan Afrikaanse ambtenaren te zullen opleiden, India traint technici, terwijl China zijn oude projecten uit de maoïstische tijd in Afrika nieuw leven heeft ingeblazen.

Begin jaren zestig stonden grote delen van Azië en Afrika op een vergelijkbaar niveau van (onder-)ontwikkeling. Zuid-Korea en Ghana hadden overeenkomstige lage inkomens per hoofd van de bevolking, nu verdienen de Zuid-Koreanen meer dan twintig keer zoveel als de Ghanezen. De vele miljarden dollars aan Westerse ontwikkelingshulp die de afgelopen decennia in Afrika zijn gestopt hebben niet of nauwelijks gewerkt. Of, zoals de Nigeriaanse professor Adebayo Adedeji tijdens het forum zei: “Hulp heeft in veel gevallen ontwikkeling in de weg gestaan, hulp blokkeerde het eigen initiatief.”

Hoewel goedgevende Westerse donoren het idee van onvoorwaardelijke hulp reeds lang hebben laten varen, is de positie van Afrika de afgelopen jaren relatief nog verslechterd. Het Afrikaanse aandeel in de wereldhandel daalde tussen 1990 en 1995 van een toch al schamele 3,1 procent naar 2,2 procent. En dat terwijl de 730 miljoen Afrikanen 12 procent van de wereldbevolking vertegenwoordigen.

Bovendien wordt het leeuwendeel van de Afrikaanse handel door Zuid-Afrika (ruim 40 miljoen inwoners) voor zijn rekening genomen. Adedeji herinnerde er in Bangkok aan dat in 1968 de Nobelprijswinnaar voor de economie, Gunnar Myrdal, zijn boek Asian Drama publiceerde, waarin hij een analyse gaf van verscheidene landen in Zuid- en Zuidoost-Azië. Thailand, Maleisië, Indonesië, India waren landen die door Myrdal als hopeloos werden beschouwd.

Alle vier behoren nu tot de grootste groeiers ter wereld. “Een niet mis te verstane les die Afrika moet trekken is dat er geen hopeloze gevallen bestaan, hoe somber de vooruitzichten ook mogen zijn. Indonesië, Zuid-Korea, Singapore en Taiwan waren in de jaren vijftig en zestig opgegeven - door oorlog en interne twisten verdeeld - net zoals Afrikaanse landen als Somalië, Soedan, Rwanda en Burundi dat nu zijn”, aldus Adedeji. De Nigeriaan meende dat de situatie van Azië in de jaren zestig vergelijkbaar is met die in Afrika van dit moment en putte daar navenant moed uit.

Adedeji herinnerde er fijntjes aan dat Myrdal - en voor hem de grote Duitse socioloog Max Weber aan het begin van deze eeuw - de oorzaak van het 'Aziatisch drama' zag in de 'Aziatische waarden', ontleend aan confucianisme en boeddhisme. “Uitgerekend deze waarden: gehoorzaamheid aan de autoriteiten, respect voor ouderen, het streven naar consensus, zuinigheid en spaarzaamheid worden nu genoemd als de factoren die hebben gezorgd voor de indrukwekkende sociale en economische successen in Azië”, zo zei Adedeji, die in Nigeria directeur is van het Afrikaanse Centrum voor Ontwikkeling.

Zijn landgenoot John Ohiorhenuan, werkzaam voor de Verenigde Naties en gewoonlijk 'John O' genoemd, legde er de nadruk op Afrika te ont-ideologiseren. “In Afrika is veel onderdrukking, de meeste regeringen zijn ondemocratisch, maar het heeft in het verleden niet geholpen hun dat voortdurend in te peperen”, aldus 'John O' die vanwege zijn kritiek op het militaire regime in Nigeria voorlopig niet terug kan keren naar zijn eigen land. “We moeten pragmatisch zijn, de mensen gaan terug naar hun hoofdsteden met de boodschap van good governance en capacity building. Ik hoop dat hun regeringen die boodschap begrijpen.” Hij noemde enkele Aziatische voorbeelden (Taiwan, Zuid-Korea) om aan te tonen dat politieke onderdrukking economische ontwikkeling niet per se in de weg staat.

De hernieuwde samenkomst van Azië en Afrika - in een grijs, middeleeuws verleden was er een tamelijk uitgebreide handel - die zo dicht bij elkaar op aarde liggen, is nog maar van recente datum. Afgezien van enige ideologisch geïnspireerde hulp van de Volksrepubliek China aan enkele landen in Afrika sinds de jaren zestig was de economische relatie tussen Azië en Afrika lange tijd vrijwel non-existent. De Aziaten lieten het geven van hulp aan Afrika aan Europa en Amerika over en richtten zich met verve op hun eigen ontwikkeling. Afrika was daarvoor niet interessant. In 1993 nam Japan het initiatief om Afrika bij te staan. Uit de eerste conferentie over hulp aan en samenwerking met Afrika kwam het Azië-Afrika Forum voort, dat voor het eerst bijeenkwam in Bandung in 1994.

De opzet van het forum is vergelijkbaar met de APEC, het Asia Pacific Forum, waarin landen aan weerszijden van de Stille Oceaan zijn verenigd. Beide forums zijn trilaterale samenwerkingsorganen: gevestigde industrielanden, nieuwe industrielanden (NIC's) en ontwikkelingslanden werken er in samen.

Westerse diplomaten in Bangkok waren achter de schermen buitengewoon sceptisch over het forum, dat volgens een van hen als “een grote Japan-show” was bedoeld om Afrikaanse stemmen te kopen voor een permanente Japanse zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Japan heeft 100 miljoen dollar gereserveerd voor het bevorderen van de samenwerking tussen de twee continenten. Tokio betaalde alle vliegtickets en accommodatie van de Afrikaanse en de Aziatische afvaardigingen. Japanners waren overal in Bangkok, de 25 leden van de delegatie (verreweg de grootste) hielden het forum nauwgezet in de gaten. Japan had, zo menen de diplomaten, nog een ander oogmerk voor zijn royale bui: het is op zoek naar nieuwe, goedkope productiecentra c.q. afzetgebieden.

Leslie Manley, directeur internationale ontwikkeling van het Zuid-Afrikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken meende dat er niets verdachts zit aan de Japanse motieven. “Japan wil investeren in Afrika, dat is goed voor Afrika en natuurlijk ook voor Japan.” Manley wees erop dat Japan in Azië de grote motor tot ontwikkeling van de hele regio is geweest.

Wat kan de vonk zijn die Afrika doet ontvlammen? Volgens de Indonesische professor Mohammad Sadli zal het niet de Aziatisch-Afrikaanse samenwerking zijn. In zijn mooie ouderwetse Nederlandse taalgebruik sprak de 75-jarige hoogleraar in Bangkok over “gekrabbel aan de oppervlakte”. “Wat heeft Azië, of beter gezegd, hebben de snelgroeiende economieën van Oost-Azië Afrika te bieden waardoor de ontwikkeling daar van de grond komt? Eerlijk gezegd zou ik het niet weten. Zelfs een grote dosis Japanse hulp zal waarschijnlijk niet werken. Hulp heeft in de ontwikkeling van Afrika tot niets geleid. De zeer weinige succesverhalen van Afrikaanse economische ontwikkeling konden niet worden toegeschreven aan grootscheepse internationale hulp”, aldus Sadli.

Maar de Afrikaan Manley toonde zich minder somber. Hij voorziet een driehoeksontwikkeling: Azië investeert in 'sterke' Afrikaanse landen, die op hun beurt de zwakkere broeders van het continent op sleeptouw nemen. Zo investeren Maleisië, Taiwan, Zuid-Korea en Japan momenteel vele miljarden in Afrika, dat wil zeggen: in Zuid-Afrika. Indonesië heeft sinds 1994 zelfs de beschikking over een inmiddels bloeiende Indonesisch-Zuid-Afrikaanse kamer van koophandel. Eddy Haryono, de voorzitter van de kamer, gaf in Bangkok hoog op over de handel met Zuid-Afrika - 'Afrika Selatan'. “Vóór 1994 was de handel tussen onze landen nul; dus de toename is oneindig”, aldus Haryono. “Wist u dat de batiks die president Mandela draagt door ons worden geleverd?”

Vusi Mavimbela, de politieke adviseur van de Zuid-Afrikaanse vice-president Thabo Mbeki, haakte deze week in op de leidende rol die Pretoria kan spelen op het continent. In een belangwekkend artikel in The Sunday Independent schreef Mavimbela: “Zuid-Afrika neemt volgend jaar het voorzitterschap over van de Beweging van Niet-Gebonden Landen. We zullen ons gaan richten op een herstructurering van de economische wereldorde en streven naar een Afrikaanse renaissance.” Volgens Mavimbela moet Afrika “zichzelf opnieuw uitvinden”.

Sinds de afschaffing van de apartheid en de democratische verkiezingen (1993-1994) is Zuid-Afrika niet alleen een morele grootheid geworden, ook de vastgelopen economie kwam weer op gang. Zuid-Afrikaanse bedrijven zijn nu de voortrekkers in menig land in de regio.

En er zijn meer succesverhalen. Oeganda en Ethiopië zijn hun burgeroorlogen en epidemieën ontgroeid en hebben hun economieën weer aan de praat gekregen; ze maken nu beide een voor Afrikaanse begrippen ongekende groei door van rond de 10 procent. De Oegandees Joseph Mushbi sprak in Bangkok verheugd over een 'omgekeerde brain-drain'. “Veel academici hebben Oeganda verlaten in de 'slechte tijd'. Er waren waarschijnlijk meer Oegandese dokters in Manchester dan in Kampala. Maar ze komen terug nu het goed met ons gaat.”

Mooie woorden kwamen er aan het eind van het driedaagse forum uit de mond van een Aziaat. De Thaise onderminister van Buitenlandse Zaken, Pitak Intrawityanunt, zei: “Geen droom is onmogelijk. Azië en Afrika zijn twee continenten, maar ze moeten één regio worden. Aziaten en Afrikanen zijn twee volkeren, die één gemeenschap moeten worden.”