Afspraken over werk vrijblijvend

Het maken van afspraken over werkgelegenheid was vrijwel het enige dat bij de Eurotop weinig moeite kostte. Een logisch gevolg van de substantie van die afspraken.

AMSTERDAM, 18 JUNI. Dertig minuten, meer hadden de vijftien staats- en regeringsleiders niet nodig om het Nederlandse voorstel over werkgelegenheid en sociaal beleid te behandelen. Helemaal zonder slachtoffers ging het niet, want de ouderen en gehandicapten (voor wie in het Nederlandse voorstel nog de strijd tegen sociale uitsluiting werd gevoerd) bleken uit het uiteindelijke verdrag te zijn verdwenen. Bondskanselier Kohl zou daarop hebben aangedrongen, omdat het noemen van specifieke categorieën mensen tot problemen met de Duitse deelstaten zou leiden. Al met al werd het Nederlandse tekstvoorstel in zijn geheel in het verdrag opgenomen.

Ook het toevoegen van een werkgelegenheidsresolutie aan het stabiliteitspact waarmee de Europese eenheidsmunt wordt geregeld, leverde niet de problemen op die velen hadden verwacht. Geen stabiliteitspact zonder harde afspraken over werkgelegenheid, was de eis van de nieuwe Franse socialistische regering. Het tot op de komma nauwkeurig onderhandelen over het pact, vorig jaar in Dublin, leek ineens zinloos. Als de Fransen hun zin niet zouden krijgen, dan moest het pact maar tot onbepaalde tijd worden uitgesteld.

De Nederlandse minister Zalm (Financiën) stond een paar dagen voor het begin van de Eurotop dan ook bepaald niet te lachen bij de gedachten aan 'Amsterdam'. Een Frans-Duitse top in Poitiers de vrijdag voor de Eurotop maakte de onderlinge verstandhoudingen tussen Bonn en Parijs er niet beter op. Midden in de nacht van donderdag op vrijdag werd de Duitse bondskanselier, Kohl, uit bed gebeld voor het Franse eindvoorstel. Kohl kreeg er meteen een ultimatum bij te horen: vrijdagochtend tien uur wilden de Fransen uitsluitsel. Daarop begon het duwen en trekken dat uiteindelijk tot maandagmiddag heeft geduurd. Toen kwam een opgewekte Zalm de perszaal binnenwandelen.

Hij bleek een Nederlands voorstel te hebben geformuleerd. Een voorstel dat door alle vijftien lidstaten was geaccepteerd en louter winnaars had opgeleverd, vond Zalm, die een resolutie presenteerde die aan het pact was toegevoegd. Een resolutie met slechts voordelen, want er werd geen letter veranderd aan het stabiliteitspact, er werd geen overheidsgeld voor banenplannen beloofd en toch werd een brug geslagen tussen het 'monetaire' en 'sociale' Europa.

Het Nederlandse succes bleek meerdere vaders te hebben, want wat Zalm als zijn boreling presenteerde werd een halve dag later door diens collega Melkert geclaimd. Voor Melkert, die zei even bij de Eurotop langs te zijn gekomen om de sfeer te proeven, had 'Amsterdam' zijn stoutste verwachtingen overtroffen. Niet alleen werd met de toegevoegde resolutie een koppeling gemaakt tussen euro en werk, ook kon een link tussen het stabiliteitspact en het Verdrag van Amsterdam gevierd worden. In dat verdrag worden twee hoofdstukken gewijd aan hetgeen op Melkerts ministerie op de pui staat: Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Het bleek vooral lastig om een formulering voor de werkgelegenheidsresolutie bij het pact te vinden die de 'sociale hoofdstukken' van het Verdrag van Amsterdam niet overbodig zou maken. Een al te zwakke resolutie zou de Fransen ontevreden stemmen, waardoor de EMU in gevaar komt. Zou de balans doorslaan naar het pact, bijvoorbeeld doordat concrete maatregelen compleet met streefcijfers en sancties in de resolutie worden genoemd, dan is het weer zinloos om het nog over werkgelegenheid te hebben in het verdrag.

Wanneer beide stukken naast elkaar worden gelezen, blijkt waarom de Europese staats- en regeringsleiders zo makkelijk hun handtekening onder de tekst hebben gezet. Het evenwicht tussen het sociale deel van het Verdrag van Amsterdam en de resolutie die de Fransen terug in het hok had moeten dwingen zit hem in de vrijblijvendheid van de sociale afspraken. De EU-lidstaten wordt om niet meer dan een intentie gevraagd tot het hebben van een positieve grondhouding. Aandacht geven aan het één, bevorderen van het ander en vergemakkelijken van coördinatie tussen de lidstaten zijn zinsneden die in resolutie en verdrag steeds terugkomen.

Zo moet onderzocht worden hoe belasting- en sociale zekerheidssystemen meer 'werkgelegenheids-vriendelijk' kunnnen worden gemaakt. De Europese Investeringsbank wordt opgeroepen te bekijken of zij werkgelegenheidsprojecten kan steunen en geprobeerd moet worden hoe de arbeidsmarkt gestimuleerd kan worden onder gelijktijdige bescherming van werknemers.

De meest verregaande term is 'richtsnoeren' - het zwakke neefje van 'richtlijnen'. Die kan de Europese Commissie met gekwalificeerde meerderheid de lidstaten opleggen om de situatie op de Europese arbeidsmarkt te verbeteren. Het gaat daarbij om het “bevorderen van scholing en flexibiliteit van werknemers” en het “soepel reageren op economische veranderingen”.