Werk-werk-record

In het verkiezingsjaar 1998 gaat het 'kabinet-werk-werk-werk' een poging ondernemen om het record van de werkgelegenheidsgroei, dat stamt uit 1990, te verbeteren. In dat jaar kwamen er 119.000 arbeidsjaren bij. Het Centraal Planbureau voorspelt voorlopig voor volgend jaar 116.000 arbeidsjaren (ofwel 129.000 banen van meer dan twaalf uur per week).

In het regeerakkoord spraken PvdA, VVD en D66 in 1994 af dat er in deze kabinetsperiode 275.000 nieuwe banen van ten minste twaalf uur per week zouden moeten worden gecreëerd. Het worden er volgens het CPB 478.000.

Terwijl tijdens de Euro-top in Amsterdam intensief werd gesleuteld aan een tekst over Europese banen produceerde het CPB nieuwe prognoses over de Nederlandse werkgelegenheid. Het aantal banen en de economie groeien veel sneller dan enkele maanden geleden nog werd berekend. De groei komt dit jaar bijvoorbeeld uit op 3,25 procent; 0,25 procentpunt meer dan in het Centraal Economisch Plan werd gepubliceerd. De groei voor volgend jaar is met 0,5 procentpunt bijgesteld tot 3,75 procent.

De berekeningen zijn enthousiast ontvangen op de ministeries. Het kabinet gebruikt deze voorlopige ramingen voor het opstellen van de begroting 1998 die over drie maanden wordt gepubliceerd. En in het verkiezingsjaar is meer geld te verdelen. Maar niet alleen op de departementen leiden de nieuwe CPB-cijfers tot een lichte vorm van euforie. Ook de opstellers van de verkiezingsprogramma's van de verschillende politieke partijen berekeningen zijn enthousiast. Het betekent dat er voor een volgende kabinetsperiode meer geld is uit te delen.

Het kabinet-Kok heeft in de periode 1994-1998 de lasten kunnen verlichten voor een bedrag van elf miljard gulden. Volgens eerste berekeningen van het planbureau is die ruimte in de volgende kabinetsperiode (1998-2002) gehalveerd tot 5,5 miljard gulden. Het CPB ging echter uit van een beduidend lagere groei en hield nog geen rekening met het gevoerde beleid. De verwachting is dat dit bedrag nu naar boven kan worden wordt bijgesteld, wat het opstellen van een verkiezingsprogramma een stuk gemakkelijker maakt. De hogere economische groei heeft tot gevolg dat de belastinginkomsten voor de overheid hoger uitvallen. Er wordt bijvoorbeeld meer winst gemaakt, waardoor de schatkist meer vennootschapsbelasting int. De snelle banengroei leidt tot meevallers in de sociale zekerheid. Er zijn immers minder mensen op een sociale uitkering aangewezen. Dat wordt geïllustreerd door de verhouding niet-actieven versus actieven. In 1994 bedroeg dit percentage 82,8 en in de loop van de jaren is deze verhouding verbetert tot 75,3 volgend jaar.

Volgens de nieuwe CPB-berekeningen heeft het kabinet volgend jaar ongeveer vier miljard gulden meer te besteden dan in het voorjaar was . In april is bij de eerste ronde van het opstellen van de begroting voor volgend jaar al rekening gehouden met deze 'goudgerande' meevaller. De helft gaat naar de reductie van het financieringstekort, de andere helft naar lastenverlichting. Om de komende maanden, wanneer de verkiezingsprogramma's worden geschreven, de verkiezingsstrijd niet in de Trêveszaal te voeren, is een afspraak gemaakt over de vorm van de lastenverlichting. De ene helft gaat naar verlaging van de lastendruk op arbeid (PvdA). De andere helft gaat naar een belastingverlaging voor de middeninkomens en verlaging van de lokale lasten (VVD). Met een verdere lastenverlichting dreigt het kabinet bij te dragen aan de oververhitting van de economie, zo waarschuwde het Internationaal Monetair Fonds in het voorjaar. Immers, de bestedingen gaan verder omhoog. Maar dat is het type waarschuwing waar politici in de aanloop tot een verkiezingsstrijd geen boodschap aan hebben.

Intussen gaat de periode van hoogconjunctuur, waar Nederland op afstevent, nog niet gepaard met een oplopende inflatie; een indicatie van een 'oververhitte economie'. De stijging van de consumptieprijzen blijft dit jaar beperkt tot 2,25 procent en neemt volgend jaar zelfs af naar 2 procent. De koopkracht van mensen met een modaal inkomen (ongeveer 55.000 gulden) stijgt tot 0,75 procent. In het voorjaar verwachtte het planbureau nog dat mensen met een sociale uitkering gelijk zouden blijven in koopkracht, nu voorspelt het CPB een kleine stijging. Gunstige cijfers voor een kabinet dat zich opmaakt voor een twee marathon.