Vergelijking Wilhelmina en Deense koning gaat mank

In het debat over de vlucht van koningin Wilhelmina is een nieuw tegenvoorbeeld belicht. Was zij maar thuisgebleven zoals de Deense koning Christiaan X, zo beweert Anton van Hooff (NRC Handelsblad, 3 juni. Had zij zich maar op de fiets in Den Haag vertoond zoals Christiaan te paard door Kopenhagen reed, dan was de verzetsgeest sterker aangewakkerd met als gevolg minder uit Nederland gedeporteerde joden. De 'mythe-Wilhelmina' wil Van Hooff zo doorbreken met wat een nieuwe mythe lijkt te worden, de 'mythe-Christiaan'.

Waarom heeft de Deense regering zich op 9 april 1940 om half zeven 's ochtends overgegeven aan de Duitsers, twee uur na het eerste Duitse schot? De snelle capitulatie is niet alleen te verstaan als de erkenning van een evidente overmacht, maar deze heeft een voorgeschiedenis. Want Denemarken had na de Eerste Wereldoorlog door een volksstemming het noorden van Sleeswijk van Duitsland teruggewonnen. Deense aanspraken werden in het Verdrag van Versailles verwezenlijkt.

Toen Hitler na 1933 dit verdrag opzegde, werd dus ook de Duitse erkenning van Zuid-Jutland een bron van twijfel. Denemarken werd een buurstaat zoals Polen of Tsjechoslowakije, en kon een Duitse herovering vrezen. Na de Duitse annexatie van het Sudetenland (Tsjechoslowakije) koos het voor een politiek van toenadering. Het sloot een niet-aanvalsverdrag met Duitsland en mobiliseerde zijn leger niet tijdens de Duitse inval in Polen in september 1939.

De Duitse aanval op de landen in Noordwest-Europa (Noorwegen, Denemarken, Nederland) in april en mei 1940 vertoonde hetzelfde patroon: een snelle verovering van het regeringscentrum, zodat de verdediging werd verlamd. In Oslo en Den Haag mislukte dat plan; in Kopenhagen niet. De Denen werden voor hun snelle overgave beloond met het behoud van hun regering en van Zuid-Jutland. Denemarken werd een satellietstaat van Duitsland, het werkterrein van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. De Duitse gezant in Kopenhagen werd opgewaardeerd, met hem hadden ook de Wehrmacht en de politie rekening te houden.

In 1940 had Duitsland behoefte aan een voorbeeld van vreedzame onderhorigheid. In 1943 keerde het tij, omdat door de Russische veldtocht de diplomatieke speelruimte werd verkleind. De Wehrmacht, maar ook de nationaal-socialistische partijfunctionarissen lieten zich in Denemarken méér gelden. Vanaf dat jaar begint ook de Deense verzetsbeweging te groeien.

In deze verscherping van de repressie viel het besluit om de Deense joden te deporteren. Dat is ook uit te leggen als een overwinning van de partij op de diplomatie. Het gevolg van deze rivaliteit was wel dat een medewerker van het Duitse gezantschap de Deense autoriteiten heeft kunnen informeren over de datum van de razzia. De ontsnapping van bijna 7000 gezochten over de Sont naar het neutrale Zweden is zo niet alleen als een bewijs van Deense hulpvaardigheid te zien maar ook van rivaliteit in de Duitse bureaucratie. De uit Noorwegen overgebrachte Duitse politietroepen konden in Denemakrken slechts 200 joodse burgers arresteren. Zij werden in meerderheid naar het concentratiekamp in Theresienstadt gebracht, waar ze met enige 'voorkeur' werden behandeld.

Voor wie het echt wil weten biedt de jodenvervolging in Denemarken een veelzijdig antwoord op de vraag welk verband er bestaat tussen bezetting en het aantal gedeporteerden. Eén antwoord is hulpvaardigheid van de bevolking, maar die is na de oorlog tot mythische proporties opgeblazen; dat koning Christiaan in 1943 demonstratief een synagoge bezocht en een gele ster droeg, blijken verzinsels. Een andere factor is de aard van het Duitse bezettingsregime, waarin aanvankelijk de diplomatie het voor het zeggen had in plaats van de partij-ideologie. Een derde factor is het feit, dat de in Kopenhagen verzamelde joden zich bevonden in een stad aan de periferie van het land. Hun aantal was te overzien. En de ontsnappingsroute was geen 'Engeland-vaart' over zee maar een oversteek over de Sont naar het neutrale Zweden.

Houdt men zich in Nederland de spiegel van Denemarken voor, dan is in de eerste plaats het verdedigingsconcept verschillend. Nederland had na de Luxemburgse kwestie van 1867 geen territoriaal geschil met Duitsland meer. Maar het kende wel een traditie van gewapende neutraliteit en heeft vanaf 1870 steeds snel zijn strijdkrachten gemobiliseerd. Het feit, dat er in mei 1940 uit politieke overtuiging werd teruggeschoten, is van belang in het antwoord op de vraag of koningin Wilhelmina er wijs aan heeft gedaan te vluchten. Haar keuze was die tussen krijgsgevangenschap of volgens een beproefde dynastieke traditie een vlucht naar Engeland, sinds 10 mei een feitelijke bondgenoot.

Een positie als die van de Deense koning was voor Wilhelmina niet weggelegd vanwege het verdedigingsconcept in Nederland. Voor haar persoonlijk was gevangenschap ook strijdig met haar martiale temperament. De minister-president die een compromis met Hitler nastreefde, De Geer, werd door haar ontslagen.

De Deense koning bleef staatshoofd in een constitutionele monarchie met naast hem een regering, die verantwoordelijk was voor de samenwerking met Duitsland. Hij was door zijn ritten te paard door Kopenhagen een zichtbaar nationaal symbool. Hitler bezorgde Nederland na de vlucht van Wilhelmina een burgerlijk bezettingsregime, dat overigens niet als 'burgerlijk' moet worden geïnterpreteerd maar als 'partijdig'. Een partijfunctionaris als Seyss-Inquart kreeg het voor het zeggen.

Iets dergelijks gebeurde in Noorwegen waar koning Haakon VII, een broer van Christiaan, Wilhelmina's voorbeeld volgde en na weken van strijd de wijk nam naar Engeland. Beide vorsten moesten zich via de Engelse radio bij hun onderdanen kenbaar maken. Ze wakkerden de verzetsgeest aan door te spreken. Christiaan en ook de krijgsgevangen Belgische koning Leopold III moesten dat stilzwijgend doen.

De partijregimes in Noorwegen en Nederland hebben de racistische ideologie toegepast in een meedogenloze jodenvervolging. Maar het is absurd om het succes daarvan in een oorzakelijk verband te brengen met de vlucht van beide staatshoofden. De joden waren overal in de Duitse invloedsfeer een prooi. De factoren die het succes van deze vervolging bepaalden, moeten in de politieke geografie worden gezocht of in de cultuur en neutraliteit van een overheidsapparaat of in de vraag in hoeverre de schaal van een vooroorlogs antisemitisme de mate van joodse waakzaamheid had bepaald.

De koninklijke vlucht was in mei 1940 een stap in het ongewisse. In de publieke opinie van Noorwegen en Nederland, waar men in een Duitse onoverwinnelijkheid begon te geloven, bestond daarover een evident verschil van mening. Maar naarmate de geallieerde overwinningskansen stegen, verkregen beide vorsten in ballingschap door hun onverzettelijkheid een hogere symboolwaarde. Zo zindelijk als het is om de rol van Wilhelmina en Haakon niet buiten proporties te stellen, zo nuttig is het om de Deense koning niet op te blazen.