Val Rode Khmer leidt tot toename instabiliteit

Het eind van de Rode Khmer is in zicht: renegaten van de Rode Khmer, die in de jaren zeventig in Cambodja een steentijdcommunisme vestigden, jagen op Pol Pot, hun leider. Maar de ondergang van de Rode Khmer kan de instabiliteit in Cambodja nog aanwakkeren.

ROTTERDAM, 17 JUNI. Al eerder werd - al te voorbarig - zijn overlijden (aan malaria) wereldkundig gemaakt, en nu lijken opnieuw de dagen van Broeder 'nummer een' te zijn geteld. Pol Pot, de voormalige dictator van Cambodja die verantwoordelijk wordt geacht voor de dood van miljoenen landgenoten, is op de vlucht. Steeds meer medestrijders van de Rode Khmer laten hem in de steek en volgens de Cambodjaanse premier Norodom Ranariddh zal het niet lang meer duur of Pol Pot zal gevangen genomen worden of gedood door zijn achtervolgers. “Dit is het einde van de Rode Khmer”, aldus de premier.

In gewone omstandigheden en in een normaal land zou zo'n voorspelling ongetwijfeld tot vreugdeuitbarstingen hebben geleid. Arrestatie van Pol Pot en zijn trawanten biedt Cambodja immers de kans om definitief af te rekenen met de gitzwarte periode van Democratisch Kampuchea, toen op 17 april 1975 met de inname van de hoofdstad Phom Pehn door de Rode Khmer de tijdrekening opnieuw begon in het 'Jaar Nul', de bevolking van de steden massaal het platteland op werd gejaagd en de gruwelijkheden van de 'killing fields' een aanvang namen.

Eén tot twee miljoen mensen, mogelijk nog meer, kwamen tussen 1975 en de Vietnamese inval in Cambodja, eind 1987, om het leven. Door hongersnood, ziekten en ontberingen onderweg en door systematische genocide.

Maar Cambodja is nog steeds geen 'normaal' land, ondanks de grootschalige vredesoperatie die de Verenigde Naties vanaf 1991 ondernamen en ondanks het succes van de daarop volgende verkiezingen die in mei 1993 werden gehouden onder VN-auspiciën.

Die verkiezingen brachten een coalitieregering op de been, geleid door twee 'co-premiers': 'eerste' premier Norodom Ranariddh, zoon van koning Norodom Sihanouk en leider van de royalistische FUNCINPEC (Het nationale front voor een onafhankelijk, neutraal, vreedzaam en een samenwerkend Cambodja) en 'tweede' premier Hun Sen van de vroegere communistische Volkspartij (CPP) en al premier van het door Vietnam gesteunde regime in Phnom Pehn in de jaren tachtig. Later dit jaar en volgend jaar zijn er opnieuw lokale en algemene verkiezingen in Cambodja. In de aanloop daar naar toe is de onderlinge rivaliteit tussen beide premiers de afgelopen maanden steeds openlijker geworden.

Beide kampen zijn openlijk bezig zich te bewapenen. Waarnemers vrezen dat niet veel meer nodig is om Cambodja opnieuw te laten afglijden in een spiraal van bruut geweld. Eind maart werden al 19 aanhangers van oppositieleider Sam Rainsy gedood bij een granaataanval op een bijeenkomst buiten het parlement in Phnom Penh. Volgens Rainsy zat premier Hun Sen achter die aanslag.

De vlucht van Pol Pot vanuit zijn schuilplaats in de jungle in de buurt van Anlon Veng, tegen de grens met Thailand aan, duidt er op dat de nog overgebleven strijders van de Rode Khmer onderling verdeeld zijn geraakt en inderdaad waarschijnlijk aan het eind van hun guerrilla-bestaan zijn gekomen.

Maar anders dan premier Ranardiddh suggereert, betekent het einde van de Rode Khmer niet automatisch een versterking van de 'democratische' orde in Pnhom Penh. Paradoxaal genoeg draagt de teloorgang van de Rode Khmer juist bij aan de toenemende onrust en instabiliteit in Cambodja.

Sinds enige tijd is een ontwikkeling gaande waarbij vooraanstaande leiders en regionale commandanten van de Rode Khmer zich 'overgeven', en daarmee salonfähig worden in Phnom Penh. Met name premier Ranariddh spant zich in om 'overgelopen' leden van de Rode Khmer zijn kamp binnen te lokken om sterker te staan tegenover de CPP van Hun Sen.

Op die manier wordt de Rode Khmer een soort vijfde colonne, die de 'gevestigde' partijen voor hun karretje proberen te spannen middels het aanbieden van geld, wapens en protectie. Officieel wordt gesproken over het houden van vredesbesprekingen. Maar met een op fatsoenlijke wijze afstand nemen van het verleden heeft dat niet veel te maken.

De 'uittocht' van de Rode Khmer werd vorig jaar augustus zichtbaar met het spectaculaire overlopen van Ieng Sary, een zwager van Pol Pot en minister van Buitenlandse Zaken tijdens het regime van Democratisch Kampuchea. Sary speelde een vooraanstaande rol in het terreurbewind, hij noemde het dodelijke communistische beleid van Pol Pot ooit “puur als kristal”, maar hoefde na zijn overlopen geen rekenschap af te leggen. Hem werd amnestie verleend zodat hij en de hem getrouwe milities gewoon mee kunnen doen aan de komende verkiezingen. In 1993, in de aanloop naar de VN-verkiezingen, weigerde de Rode Khmer nog in te gaan op het aanbod tot nationale verzoening en mee te doen aan de verkiezingen.

De gebeurtenissen van de afgelopen week in de buurt van Anlong Veng duidt op een verdere, waarschijnlijk definitieve versplintering van de Rode Khmer.

Vorige maand werd al melding gemaakt van felle gevechten, waarbij de Rode Khmer op grote schaal drinkwater zou vergiftigen om de opmars van regeringstroepen te bemoeilijken. Ook zouden huurlingen van elders worden ingezet en zouden strijders van de Rode Khmer worden afgezonderd van hun familie om te voorkomen dat ze deserteren.

Geheel in stijl met zijn leiderschap nam Pol Pot vorige week op gruwelijk afscheid van zijn metgezel van het eerste uur, minister van Defensie Son Sen.

Son Sen - hoofd van de beruchte gevangenis van Tuol Sleng - alsmede zijn vrouw en hun negen kinderen, werden geëxecuteerd; hun hoofden werden verbrijzeld door er met een vrachtauto overheen te rijden, omdat ze verraad zouden hebben gepleegd. Dat verraad was dat ze in het geheim zouden hebben onderhandeld met tweede premier Hun Sen over het opgeven van hun guerrilla-bestaan en aansluiting bij het kamp van Hun Sen.

Dat het overlopen van steeds meer milities van de Rode Khmer in het kader van 'vredesonderhandelingen' in werkelijkheid niet leidt tot echte vrede en verzoening, blijkt uit de uiteenlopende reacties van de beide premiers.

Terwijl Ranariddh het positieve aspect onderstreept van het verdwijnen van de Rode Khmer, blijft Hun Sen er op hameren dat er niet onderhandeld kan worden met rebellen die de zich buiten de wet hebben geplaatst en dat de leiders van de Rode Khmer alsnog gestraft moeten worden voor hun wandaden.

Die naar buiten toe harde houding van Hun Sen is overigens alleszins begrijpelijk. Hun Sen was vroeger lid van de Rode Khmer en vluchtte in 1977 naar Vietnam. Door Pol Pot en de andere militanten van de Rode Khmer - die de Vietnamezen haten - wordt hij gezien als een vazal van Hanoi.

Vorige maand nog liet de radiozender van de Rode Khmer weten dat het 'hooggerechtshof van het Cambodjaanse Volk' tot de conclusie is gekomen dat Hun Sen “een oorlogsmisdadiger” is die heeft deelgenomen aan de Vietnamese “genocide-oorlog”. Ook wordt hij verantwoordelijk gesteld voor het recente bloedbad voor het parlement. Op grond daarvan heeft het 'hooggerechtshof' Hun Sen ter dood veroordeeld, aldus de radio-zender, die waarschijnlijk nu ook op de vlucht is.