Ulysses lezen op de Bloemgracht

Gisteren werd voor het eerst in Amsterdam 'Bloomsday' gevierd, de dag waarop James Joyce's roman 'Ulysses' zich afspeelt. Vijfenzeventig mensen lazen een gedeelte voor, in het Nederlands, Engels of Chinees.

'By bronze, by gold, in oceangreen of shadow. Bloom. Old Bloom.' Een spervuur van woorden, de eerste pagina's van het elfde hoofdstuk van James Joyce's Ulysses, wordt door Patrick Healy vanaf de kansel de Amsterdamse Singelkerk ingespuwd. De voordracht, op contrabas begeleid door DAO, lijkt wel die van een Beat Poet uit de jaren vijftig. Bijna drie kwartier leest Healy voor, bijna zonder adem- of drinkpauze, en hij verstaat de kunst sneller voor te lezen dan je ogen de woorden op papier kunnen volgen.

Het is vier uur 's middags, net als in Ulysses: Bloomsday is halverwege. Bloomsday is de dag waarop het boek van James Joyce zich afspeelt: 16 juni 1904. Joyce koos misschien voor deze dag omdat hij toen voor het eerst seks had met zijn toekomstige vrouw Nora Barnacle. Vier maanden later vertrokken ze voorgoed uit Ierland.

Bloomsday is vernoemd naar de hoofdpersoon Leopold Bloom, een joodse advertentieverkoper die een lange zwerftocht door Dublin maakt. Op het eind ontmoet hij Stephen Dedalus, het alter ego van Joyce, en de twee zien in elkaar heel even de vader en de zoon die ze allebei missen.

Sinds de jaren zestig wordt Bloomsday gevierd in steden als Dublin, New York en Zürich. Nu het 75 jaar geleden is dat het boek voor het eerst werd gepubliceerd, was er een goede aanleiding voor de eerste Amsterdamse Bloomsday. De Ier Patrick Healy, voor een jaar in Amsterdam op uitnodiging van het Fonds voor de Kunst, nam zich voor om de hele Ulysses in een dag voorgelezen te krijgen.

Om half acht begon de Ierse minister van Buitenlandse Zaken Dick Spring met het eerste hoofdstuk, nadat de Singelkerk op bommen gecontroleerd was. Daarna werd er in de kerk en op allerlei andere plekken in de stad, waaronder de Bloemgracht en op de Wallen, simultaan voorgelezen door ongeveer vijfenzeventig lezers in het Engels, Nederlands en zelfs het Chinees. Er was weinig belangstelling voor, de luisteraars bleven beperkt tot een groepje volhouders, maar dat kon de voorlezers en de organisatie niets schelen.

Om kwart over twaalf 's nachts besloot Healy de dag met de beroemde monoloog van Molly Bloom, de overspelige vrouw van Leopold Bloom. Haar lange, halfbewuste stroom van gedachten keert via haar minaars op het eind toch terug naar haar man 'Poldy', met een alles goedmakend 'yes I said yes I will Yes.' De soprano Charlotte Beukem zong ter afsluiting wonderlijk mooi het lied Were e'er you go van Händel. Het was alsof de kerk na de expliciete taal van Molly opnieuw gewijd werd.