Uitstel euro zou ramp voor Nederland zijn

Frankrijk en Duitsland hebben hun conflict over de euro bijgelegd. In Nederland gaat het debat over de hardheid van de nieuwe munt door. De VVD die meent dat sjoemelen met de tekorteis tot een boterzachte euro leidt heeft geen bal van economie begrepen, vindt Rick van der Ploeg. Uitstel van de euro zal desastreus zijn.

Het politieke conflict tussen Frankrijk en Duitsland over de noodzaak van een banenprogramma naast de euro is opgelost. De Europese Investeringsbank zal haar reserves inzetten om krediet te verlenen aan veelbelovende, high-tech bedrijven. De bedoeling is de Europese banengroei aan te jagen door het stimuleren van het midden- en kleinbedrijf, want Europa moet méér zijn dan één munt en één markt.

Hoewel het vertrouwen van de financiële markten in de euro weer enigszins hersteld is, zijn er toch nog problemen. Kohl en Jospin houden vast aan tijdige invoering van de euro. Hoewel Kohl hiervoor bereid is extra te bezuinigen, wil Jospin niet verder bezuinigen om aan de criteria van het Verdrag van Maastricht te voldoen. VVD-leider Bolkestein heeft liever uitstel van de euro, omdat hij mordicus tegen een soepele interpretatie van de criteria is. Hij vindt dat alleen landen die hun tekort, zonder trucs, tot minder dan 3,0 procent van het nationale inkomen hebben teruggebracht aan de euro mogen deelnemen. Zelfs een tekort van 3,2 procent is voor hem onaanvaardbaar.

Het is een gotspe dat de VVD andere Europese landen beticht van 'sjoemelen'. Immers: het Verdrag van Maastricht eist dat 'het tekort lager dan drie procent of die grens genaderd moet zijn door aanhoudende dalingen van een aanzienlijke omvang'. Zo staat het in de postbus 51-folder van de overheid. Landen die hun tekort in stappen terugbrengen van bijvoorbeeld 8 naar 6 naar 3,5 procent, voldoen aan de eis. Als de VVD het heeft over 'sjoemelen', dan bedoelt ze dat landen niet voldoen aan de criteria vanBolkestein. So what? De rest van Europa, inclusief Duisenberg en Kok,is slechts geïnteresseerd in het Verdrag van Maastricht.

Het aantal euro's dat in omloop gebracht wordt, bepaalt de hardheid van de nieuwe munt. Daarom moet de Europese Centrale Bank op afstand van de politiek gezet worden en de hardheid van de euro garanderen door niet teveel euro's in omloop te brengen. Het pleidooi van Jospin, De Beus en anderen voor meer politieke invloed op het Europese monetaire beleid moet met kracht bestreden worden.

Diegenen die beweren, de VVD voorop, dat sjoemelen' met de tekorteis tot een boterzachte euro leidt, hebben geen bal van economie begrepen. Hogere tekorten stuwen de rente omhoog. Beleggingen in euro's worden aantrekkelijker. De grotere vraag naar euro's maakt de euro dan sterker, niet zwakker! Alleen als de Europese Centrale Bank de geldpersen laat lopen om 'leuke dingen voor de mensen' te financieren, wordt de euro minder waard. Het Verdrag van Maastricht sluit dit echter uit. Zolang een hoger tekort gefinancierd wordt door extra staatsleningen, is het onzin om te beweren dat een hoger tekort de oorzaak is van een zwakkere munt en hogere inflatie. Het fiscaal conservatisme van de VVD heeft dus niets met de euro te maken. Ik wil óók de gulden zo duur mogelijk verkopen, maar dat vereist geen budgettaire anorexia.

De excessen in de sociale zekerheid en subsidieslurpende staatsbedrijven in landen als Italië maken verdere bezuinigingen mogelijk, maar dat moet ook zonder de euro gebeuren. Toch heeft The Economist gelijk dat het waanzin is nú het tekort in Frankrijk terug te brengen tot onder de drie procent, wanneer de werkloosheid daar 13 procent bedraagt.

De tekorteis heeft vooral politieke betekenis: ergens moet een grens getrokken worden. In Maastricht was de verwachting dat landen als Italië niet bij de kopgroep van de monetaire unie zouden behoren. Spanje, Portugal en misschien zelfs Italië zullen echter reeds in 1997 voldoen aan zowel de tekorteis als de eis dat de overheidsschuld moet dalen in de richting van 60 procent van het nationale inkomen. Deze landen hebben immers spectaculaire dalingen van hun tekort gerealiseerd. Bovendien zijn de inflatie en rente daar gezakt naar het lage niveau van Nederland en Duitsland.

De inflatie in Europa is nu slechts 1,5 procent. Het probleem ligt, tegen alle verwachtingen in, bij Duitsland en Frankrijk. Beide landen hebben de uiterste moeite hun tekort onder 3,0 procent van het nationale inkomen te brengen. Bovendien kampt Duitsland met een stijgende schuldquote. Zolang Duitsland en Frankrijk niet strikt voldoen aan de criteria, kunnen zij dat ook niet eisen van Spanje, Portugal en Italië.

De VVD heeft last van spaghetti-fobie. Om Italië buiten de EMU te houden, eisen zij dat landen hun tekort onder 3,0 procent brengen. Dit dwingt de VVD, als een roepende in de woestijn, te pleiten voor uitstel van de euro. Uitstel is echter een nachtmerrie voor Nederland.

Ten eerste: uitstel betekent waarschijnlijk afstel. Het zal immers verdomd moeilijk zijn alle neuzen weer in dezelfde richting te krijgen. Het proces van Europese integratie loopt een enorme deuk op. Politieke spanningen en besluiteloosheid zullen hoogtij vieren. Zo wordt de uitbreiding van de Europese Unie op de lange baan geschoven met alle gevaren voor de stabiliteit op het Europese continent. Het duurt veel langer voordat Praag, Warschau en Boedapest weer tot Europa behoren. Omdat de vervuiling en criminaliteit de landsgrenzen overschrijden, is een groter en daadkrachtiger Europa van essentieel belang.

Ten tweede: Europa valt ook in economische zin uiteen. In de zuidelijke lidstaten zal de inflatie de kop opsteken en de rente stijgen. Al het vertrouwen dat in de laatste jaren is opgebouwd in de de peso, de escudo en de lire wordt in één klap verspeeld. Die landen zullen te maken krijgen met stijgende tekorten en schieten verder in recessie. Beleggers vluchten in de gulden en de D-mark. Deze munten zullen een stuk duurder worden en onze concurrentiepositie zal verslechteren. Uitstel zal dus tot hogere werkloosheid in Nederland leiden.

Ten derde: de euro kan een zeer belangrijke munt worden. Veel beleggers van buiten Europa zullen overstappen van de dollar op de euro. Dit houdt de rente laag en de euro hard. Uitstel van de euro zadelt Europa dus op met een hogere rente en verdere stagnatie van de economie.

Ten vierde: de vele banken en bedrijven die grof geld hebben geïnvesteerd in nieuwe computerprogramma's voor salarisadministraties, automaten enzovoorts, komen van een koude kermis thuis.

Ten vijfde: het gevaar van een onheilspellende spiraal van devaluaties en protectionistische maatregelen is levensgroot. Júist een handelsnatie bij uitstek als Nederland profiteert van de interne markt. De euro is een sluitstuk van de interne markt. Immers: prijzen en de handel in Europa worden een stuk doorzichtelijker. Bovendien vervallen de kosten van het wisselen en het afdekken van uitvoer- en invoerrisico's op de termijnmarkt.

Nederland moet zich niet in de voet schieten door onze bedrijven de kans te ontnemen de Europese markt te veroveren. Nederlandse bedrijven kunnen het uitbuiten van het opereren op een Europese schaal dan wel op hun buik schrijven. De burgers van Nederland worden de dupe, omdat zij geconfronteerd worden met hogere prijzen en minder werkgelegenheid. Bovendien houdt de burger die door alle lidstaten trekt en 15 keer geld wisselt, zonder iets te kopen, nog steeds slechts de helft van zijn geld over.

Ten slotte: Europa is een huis waarin de interne markt en de eurotwee cruciale bouwstenen zijn. Europa moet er echter niet één zijn vanbankiers, maar van gewone burgers. Door een aantal bouwstenen weg te schoppen, dreigt het hele Europese huis in te storten. Het wordt dan bijkans onmogelijk om draagvlak in Europa te creëren voor een kanteling van de belastingdruk: van arbeid naar kapitaalinkomen en vervuiling. De burgers van Europa hebben recht op meer banen en een schoner milieu en zijn daarom niet gebaat met uitstel van de euro.