Rechtenstudie, inclusief het kofschip

De moderne student heeft behoefte aan begeleiding. Door de universiteit en door de ouders. De universiteit wordt steeds meer een verlengstuk van de middelbare school en thuis is het zo gezellig.

UTRECHT, 17 JUNI. Onlangs belde een vader een docent op: “Mijn zoon heeft een 5,4 gehaald, kunt u daar geen 5,5 van maken?” De zoon zit niet op de middelbare school. Hij is rechtenstudent aan de Universiteit Utrecht.

Ouders bemoeien zich steeds vaker met de studie en de studieresultaten van hun kinderen, stelt de Utrechtse studentenmentor en docent I. van den Berg vast. Maar ook faculteiten, van economie tot psychologie en van Leiden tot Groningen, houden sinds vorig jaar de studievoortgang van iedere eerstejaarsstudent nauwlettend in de gaten. Studenten hebben behoefte aan persoonlijke begeleiding, weet de studentenvakbond LSVb. Sterker, zeggen docenten: de huidige generatie schoolverlaters kan niet zonder sturing van docenten èn die van ouders. De groep die in het ouderlijk huis blijft wonen (nu zo'n twintig procent) groeit.

Aanleiding voor de professionele begeleiding op faculteiten was de grote studie-uitval: ruim veertig procent. Volgens J. Prins, die binnenkort op dit onderwerp aan de Katholieke Universiteit Nijmegen promoveert, neemt die uitval niet af, ondanks die begeleiding. Een kwart van de studenten valt af tijdens het eerste jaar, zo'n twintig procent haakt af tijdens de doctoraalfase. Bij rechten in Utrecht en aan de UvA moet eenderde van de eerstejaars studenten zijn 'tempobeurs' terugbetalen, omdat ze niet aan de verplichte 50 procent van het aantal studiepunten komen. In Groningen bleek een paar jaar geleden dat nog geen tien procent van de economiestudenten binnen een jaar de propedeuse haalde. Universiteiten krijgen van het ministerie een premie per student die binnen vier jaar afstudeert. Wie te lang over zijn studie doet of afhaakt, kost geld.

Op de rechtenfaculteit in Utrecht geven 28 docenten sinds dit jaar als mentor intensieve begeleiding aan de 700 eerstejaars rechtenstudenten. Ze loodsen studenten door hun studie, behandelen hen als scholier. De twee persoonlijke 'studievoortgangsgesprekken', drie plenaire bijeenkomsten, de etentjes en het wekelijks spreekuur zijn geen van alle verplicht. Ze zijn bedoeld om schoolverlaters vertrouwd te maken met de tentamenroosters, de inrichting van het gebouw en om hen wegwijs te maken in hun studieboeken. Daarnaast zien docenten toe op huiswerk en aanwezigheid. Nu de financiering van universiteiten èn studenten wordt gekoppeld aan de studieprestaties, is het behalen van studiepunten van levensbelang.

In een klein lokaal van de Universiteit Utrecht houdt een studie-adviseur haar betoog voor 21 eerstejaars rechtenstudenten. Wie niet binnen vijf jaar zijn studie afrondt, moet zijn beurs terugbetalen. “Zijn er nog vragen?” Stilte. Ze geeft een toelichting op keuzevakken, arbeidskansen, en vooral op studiepunten. Eén meisje vraagt hoeveel keuzevakken ze moet volgen, een jongen kijkt op zijn horloge. De spreekster heeft nog niet bedankt voor de aandacht, of iedereen staat zijn tas al in te pakken. Buiten schijnt de zon. Dit zijn de meest gemotiveerde studenten, zegt studentenmentor I. van den Berg later die middag. Ze komen altijd opdagen, ook bij colleges, en ze halen aan het eind van dit studiejaar waarschijnlijk wel hun propedeuse.

Ouders worden op kosten gejaagd door de krimpende studiebeurzen, die in augustus vorig jaar uitmondden in de 'prestatiebeurs'. Laatst zei een vader tegen een mentor op de Utrechtse rechtenfaculteit: “Als mijn zoon zakt, kost me dat zesduizend gulden”, zegt Van den Berg. Volgens haar komen dergelijke geluiden door de prestatiebeurs vaker voor. De aanwezigheidsnorm, die studiepunten oplevert, leidt tot schoolse taferelen. Een meisje, aldus Van den Berg, dat door afwezigheid bonuspunten dreigde mis te lopen, riep onlangs verontwaardigd: “Ik was ècht ziek. Zal ik mijn moeder vragen u een briefje te schrijven?”

Tijdens voorlichtingsavonden in Utrecht stellen de ouders de vragen en zwijgen aspirantstudenten. Veel voorlichtingsavonden tellen zelfs meer ouders dan studenten. Met ingang van dit studiejaar organiseert de Universiteit Utrecht een aparte voorlichtingsavond voor ouders. Ook in Nijmegen en Leiden zijn tegenwoordig ouderdagen - “ouderavonden klinkt zo schools”, vindt de Nijmeegse propedeuse-coördinator Ad van Hout. Hij onderschrijft de verklaring van Andries Bierling, voormalig studieadviseur in Groningen, voor de toenemende ouderlijke bemoeienis: “De meesten hebben zelf gestudeerd. Ze weten precies waar hun kind aan begint. Vroegere generaties wisten dat niet.”

Het gebrek aan zelfstandigheid van de studenten zou niet zo erg zijn, vinden mentoren in Utrecht, als ze maar belangstelling toonden voor hun studie. Maar eerstejaars rechtenstudenten weten weinig - de meesten denken, voordat ze beginnen, dat Nederland een jury-rechtspraak heeft - en kranten lezen ze ook niet. Op de lezingen van de studievereniging voor rechtenstudenten in Utrecht (JSVU) zijn van de vijfduizend leden hooguit zestig studenten aanwezig, zegt Thomas, eerstejaars rechten.

Mentor Van den Berg: “We krijgen vaak de reactie: 'Oh nee, moeten we dat óók nog lezen?' Dat vind ik treurig.” Docenten hebben het ezelsbruggetje het kofschip opgenomen in het lesprogramma, wegens het zwakke spellen van de studenten. Voordat men toekomt aan de juridische stof worden ook de opbouw van brieven en de argumentatie voor een betoog behandeld.

P. Hilkhuysen, directeur onderwijs van de faculteit Economie aan de UvA, vindt dat docenten de studenten niet te veel moeten betuttelen. “Anders verschuif je het probleem naar de doctoraalfase. Als studenten na de propedeuse opeens aan hun lot worden overgelaten en die zelfstandigheid niet blijken aan te kunnen, is het te laat. Dan kunnen ze niet meer van studierichting veranderen. De propedeuse verliest zo zijn selectiefunctie.” Op zijn faculteit begeleiden docenten studenten wel, maar bouwen ze dat ook “zo snel mogelijk” af. “Tijdens het eerste trimester begeleiden we intensief bij praktische zaken. In het tweede trimester helpen we alleen nog met leerstijlen - op de middelbare school moeten leerlingen vooral reproduceren, op de universiteit moeten ze produceren. In het derde trimester moeten ze op eigen benen kunnen staan.”

Waar komt dat gebrek aan zelfstandigheid van de moderne student vandaan? In een Utrechts café tegenover de faculteit doen eerstejaars rechtenstudenten Rhodé van Leeuwen (19) en Karen Verheij (19) - beiden thuiswonend - een poging tot verklaring. Moderne ouders zijn verdraagzamer en kinderen zijn makkelijker dan vroeger, zeggen ze, waardoor er thuis minder spanningen zijn. “Ik vind die bemoeienis met mijn studie niet erg”, zegt Karen stellig. Zij zegt daardoor juist consciëntieus te studeren. Heel even licht een vonkje opstandigheid op: “Ik vind het wel irritant als ik de hele week heb gestudeerd, een paar keer uitga, en dan van mijn moeder te horen krijg: 'verwaarloos je je studie niet?' Dan denk ik: dat regel ik zelf heus wel, hoor.”

Rhodé's moeder, Lisette van Leeuwen, lerares, ziet liever niet dat haar dochter op kamers gaat wonen. Ze vindt het normaal dat ze controleert of Rhodé wel voldoende studeert. “Ik wil gewoon dat ze het goed doet. Jongeren accepteren dat nu. Ze willen het huis niet meer uit, zoals vroeger. Thuis is het gezellig.”