Picasso's Guerníca bedreigd door politieke touwtrekkerij

MADRID, 17 JUNI. Een van Spanjes belangrijkste kunstschatten, de Guerníca van Pablo Picasso, dreigt door politieke touwtrekkerij onherstelbare schade op te lopen. De Baskisch-nationalistische partij PNV, die de regio Baskenland bestuurt, eist dat het doek in oktober in Bilbao wordt tentoongesteld.

Experts van het Madrileense museum voor moderne kunsten Reina Sofía, waar de Guerníca hangt, hebben gewaarschuwd dat het doek bij verplaatsing onherroepelijk zwaar beschadigd zal worden.

De PNV wil het schilderij in oktober lenen voor de nieuwe dependance van het Newyorkse Guggenheim-museum die in Bilbao wordt geopend. Partijleider Xabier Arzalluz, die faam geniet vanwege zijn demagogische aanvallen op alles wat in zijn ogen anti-Baskisch is, meent dat het doek van Picasso onmisbaar is bij een dergelijke gebeurtenis.

De Guerníca geldt als het bekendste kunstwerk van Picasso, waarin deze de gruwelen van het bombardement door de Duitse luchtmacht van het gelijknamige Baskische stadje verbeeldde. In zijn wilsbeschikking bepaalde Picasso dat het doek pas zou terugkeren naar Spanje bij het herstel van de democratie. Na de dood van Franco keerde de Guerníca terug naar Spanje en werd in een uitgebreide toer in heel het land getoond.

Volgens de Baskisch-nationalististen hebben zij meer recht op het schilderij dan de Madrilenen. “Wij hebben de bommen gekregen en zij houden de kunst”, zo verklaarde Arzalluz eerder.

Een onderzoek door het Reina Sofía wees echter uit dat de vele rondreizen die het doek heeft gemaakt de kwaliteit zover heeft aangetast dat het nooit meer de zaal in het mag verlaten. Toch houden de Baskische nationalisten vast aan hun eis.

“Deze hele zaak is een schande”, zo verklaarde de Spaanse schilder Antonio Saura tegenover het dagblad El País. De uitspraken van Arazalluz acht Saura kenmerkend voor de minachting van kunst in het algemeen en de Guerníca in het bijzonder. “Vanuit kunstzinnig oogpunt is het volstrekt immoreel om met politieke argumenten de verplaatsing van het doek te eisen”, aldus Saura.

De Spaanse minderheidsregering van premier José María Aznar, die voor zijn voortbestaan afhankelijk is van Baskisch-nationalistische steun, ontkent dat er een akkoord bestaat over de verplaatsing van het schilderij. Wel hebben woordvoerders van de regeringspartij verklaard dat er nog over de zaak onderhandeld wordt en dat een nadere technische studie nodig is. Het Reina Sofía, dat onafhankelijk van de regering besluiten neemt, heeft echter al verklaard dat zij niet op haar eerdere afwijzing terugkomt. “We blijven bij ons standpunt, omdat het geen politiek besluit is”, aldus de president van de museum-stichting Valeriano Bozal.