Opluchting na akkoord stabiliteitspact

AMSTERDAM, 17 JUNI. De Europese staats- en regeringsleiders hebben gisteren in Amsterdam een akkoord bereikt over het zogeheten stabiliteitspact. Over dit pact voor budgettaire discipline in de Europese muntunie, die in 1999 van start moet gaan, was een conflict gerezen omdat Frankrijk meer aandacht eist voor werkgelegenheid. Nu het conflict is bezworen, moeten de Europese regeringsleiders zich vandaag buigen over de laatste obstakels in de herziening van het Verdrag van Maastricht.

De Europese leiders besloten gisteren aan het stabiliteitspact een resolutie toe te voegen over groei en werkgelegenheid. Daarin staat onder meer dat de landen van de Europese Unie hun werkgelegenheidsbeleid meer moeten coördineren. Luxemburg, komend voorzitter van de Europese Unie, is gevraagd een topbijeenkomst over werkgelegenheid te organiseren. De Europese Investerings Bank (EIB) heeft het verzoek gekregen te onderzoeken hoe ze meer kan doen aan werkgelegenheid door middel van leningen voor investeringen in onder andere kleine en middelgrote ondernemingen gespecialiseerd in hoogwaardige technologie, in gezondheidszorg, onderwijs, milieu, stadsontwikkeling en in grote infrastructuurprojecten.

Minister Zalm, die de vergadering van de ministers van Financiën leidde, zei gisteren “buitengewoon opgelucht en verheugd” te zijn dat het pact rond is. “Er zijn alleen winnaars en geen verliezers.” De Duitse eis dat de aanpak van de werkgelegenheid geen geld mag kosten, is ingewilligd. Frankrijk heeft de werkgelegenheid hoger op de Europese agenda gekregen. De Britse premier Blair kreeg zijn opvatting over hoe de werkgelegenheid het beste gestimuleerd kan worden in de resolutie: belastingen en sociale premies moeten zo worden aangepast dat ondernemingen worden aangespoord banen te scheppen.

De Franse minister Strauss-Kahn (Financiën) feliciteerde “de euro, de werkgelegenheid en de cohabitatie”. Met dat laatste doelde hij op de gedwongen samenwerking tussen president Chirac en zijn politieke tegenstrever, premier Jospin. De Duitse minister Waigel, de initiator van het stabiliteitspact, noemde het belangrijk dat aan “de elementen van het pact niet is geraakt”. Hij waarschuwde dat het werkloosheidsprobleem niet is op te lossen met “een expansief uitgavenbeleid”. Ook Groot-Brittannië verzet zich tegen extra geld voor werkgelegenheidsprojecten.

Aan het geschil over het stabiliteitspact ligt een fundamenteel verschil in inzicht over economische beleid ten grondslag, waarbij Frankrijk aan de ene kant staat en Duitsland aan de andere. Terwijl Parijs een Europese economische politiek wil als tegengewicht voor de toekomstige Europese Centrale Bank, wil Bonn juist geen Europese regering naast de bank. Minister Waigel omschreef de afspraak voor meer overleg als “een informeel gremium” en onderstreepte dat werkgelegenheidsbeleid “een nationale verantwoordelijkheid” blijft.

In de resolutie over groei en werkgelegenheid is ook bepaald dat het geld dat vanaf 2002 vrijkomt als de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal wordt opgeheven, wordt bestemd voor onderzoek in sectoren verbonden met de kolen- en staalindustrie. Het gaat om maximaal 40 miljoen ecu (ongeveer 88 miljoen gulden) per jaar. Behalve Duitsland heeft ook Nederland zich vorig jaar fel verzet tegen een voorstel van de Europese Commissie om overschotten op de landbouwbegroting te gebruiken voor projecten die werk zouden opleveren, zoals de transeuropese netwerken. Volgens Zalm zal het huidige akkoord er niet toe leiden dat gemeenschapsgeld “over de balk wordt gegooid”.

Pagina 3: Zalm: geen subsidies voor nieuwe banen

Zalm benadrukte dat er geen subsidies voor nieuwe banen komen. De leningen die de Europese Investeringsbank kan gaan verstrekken, moeten stuk voor stuk bekeken worden. “De EIB moet zelf zorgen dat de leningen kunnen worden terugbetaald.” Zalm waarschuwde tegen te hoog gespannen verwachtingen van de werkgelegenheidstop, die er niet toe zal leiden dat “banen uit de hemel vallen”.

De problemen over het stabiliteitspact begonnen twee weken geleden, toen de nieuwe, socialistische Franse regering aangaf dat ze niet kon instemmen met het pact, dat in Amsterdam niet meer dan een hamerstuk had moeten zijn. Minister Strauss-Kahn vroeg vorige week om een “overdenkingsperiode” vóór de ondertekening van het verdrag, waarop een week volgde van veel overleg met Frankrijk. Tijdens een ingelast diner zondagavond in Amsterdam waren de ministers van Financiën het al bijna eens over het stabiliteitspact. Gistermorgen werden de laatste obstakels uit de weg geruimd. 's Middags legden de ministers hun akkoord voor aan de staats- en regeringsleiders die hen op applaus onthaalden en het akkoord aanvaardden.